Boerenleven

Achtergrond 29 x bekeken laatste update:29 sep 2016

Grondleggers: ‘We hebben geloot om het bedrijf’

In hun jeugd was het meeste werk nog handwerk. Toen ze zelf boer werden, gingen ze specialiseren, mechaniseren en uitbreiden. Zo ook Piet Cornelissen.

Een gladgemaaid gazon, een brede oprit met aan het eind een degelijk hek, en daarachter een complex aan moderne varkensstallen. De ontwikkeling die hier de afgelopen vijftig jaar heeft plaatsgevonden, is bijna niet te bevatten. Toen Piet Cornelissen een klein jochie was hield zijn vader achter op de deel zeven koeien, wat kippen en een handvol varkens. Hoeveel precies, dat weet Piet niet meer: "Maar het waren vier hokken."

Hij was de derde in een gezin met 13 kinderen. "Eigenlijk waren het er 15, maar twee zijn jong gestorven." Dat kinderen al jong meehielpen op de boerderij, was vanzelfsprekend. "Zo moesten we de biggen wassen voor ze naar de markt gingen. En voor sinterklaas kreeg ik een kruiwagen, zodat ik turf kon sjouwen."

Pachtboerderij

Dat hij het bedrijf van zijn vader over zou nemen, stond niet vast: een broer had ook belangstelling. Piet wachtte het niet af. Tijdens een dansavond had hij Fien leren kennen. Ze kregen verkering en later trouwden ze. Hij en Fien betrokken een pachtboerderij, eveneens een gemengd bedrijf.

Naast de veestapel had Piet ook alle machines overgenomen, inclusief een trekkertje. "Mijn vader heeft nooit een trekker gehad, die hield het bij paarden. Iets wat ik goed begrijp, ik hield ook erg van werken met een paard. Tijdens het ploegen liep ik te fluiten van plezier. Het was rustig werk. Ik ben niet zo'n motorfan, en trekkers maken zo'n herrie. Ik denk dat het mede daardoor komt dat mijn gehoor nu niet zo goed meer is."

Loten om ouderlijk bedrijf

Toen zijn vader 65 werd en wilde stoppen met het bedrijf, begon het bij Piet en Fien te borrelen. Graag wilden ze Piets ouderlijk bedrijf overnemen, maar de oudste broer had eveneens interesse. "We hebben het opgelost met strootje trekken. Mijn vader had twee stokjes in zijn hand, wie het langste stokje trok, kreeg de boerderij. Alle broers en zussen waren bij de loting aanwezig, het was enorm spannend."

<em>Foto's: Jan Willem Schouten</em>
Foto's: Jan Willem Schouten

Piet trok het langste stokje en kon beginnen. Hij was toen 30. "Mijn vader stond voor 5.000 gulden borg bij de bank. Het eerste wat ik deed, was de stal verbouwen en opschalen naar vijftien koeien. Achter de standplaatsen maakte ik een grup met roosters erop. Zo hoefde ik er niet elke dag achterlangs om de mest weg te schuiven. De koeien stonden aan een ketting tussen twee houten pilaren. Die verving ik door hangkettingen, zodat ze meer bewegingsvrijheid kregen. Dat gaf mij weer meer ruimte om ertussen te kunnen, wat handiger was bij het melken."

Dat melken deed Piet al niet meer met de hand. Hij gebruikte een kan, zoals hij het noemt. Hij molk direct in een melkbus waar vacuüm op stond.

Uitbreiding varkenstak

Naast de koeien hield hij ook nog 500 legkippen en een stuk of tien zeugen. "Na twee jaar besloot ik te stoppen met de kippen en de varkenstak uit te breiden naar 120 zeugen. Een flinke sprong, maar mijn vrouw had zo'n aardigheid aan varkens. Voeren hadden we geautomatiseerd. Door één schuif open te doen kon je dertig dieren tegelijk voeren. Uitmesten hoefde ook niet meer, de zeugen zaten aan de band op roostervloeren. Dat was toen een hele verbetering."

Grondleggers: ‘We hebben geloot om het bedrijf’

Zelf had Piet meer met koeien. In 1970 bouwde hij er een nieuwe stal voor, met voerligboxen voor 44 dieren. Die stonden dus in de ligbox terwijl ze vraten. "Het was een hele investering. Ik weet nog dat ik ineens onzeker werd en de hele zaak wilde afbellen. Maar mijn vrouw zei: "Ben je een kerel of niet? Hup, doorzetten!" Dankzij haar kwam de nieuwe stal er. "Niemand deed ingewikkeld over vergunningen en de bank deed ook niet moeilijk."

Mest- en melkquotum geen belemmering

Het echtpaar bleef uitbreiden. In 1981 groeiden ze door naar 170 zeugen, en de koeienstal werd keer op keer uitgebreid. De voerligboxen maakten uiteindelijk plaats voor tachtig ligboxen en er kwam een Weelink-voersysteem, zodat voeren minder tijd kostte. "Dat uitbreiden ging gewoon zo. Naarmate je groter groeide, werd alles steeds makkelijker: doordat je meer ging verdienen kon je machines aanschaffen die het werk verlichtten."

Grondleggers: ‘We hebben geloot om het bedrijf’

De invoering van mest- en melkquotum vormde geen belemmering om verder te groeien: "De mestafzet was nooit een probleem en ik kocht gewoon melkquotum bij, zodat we ook met de koeien verder konden. Quotum aankopen was juist een voordeel. Je kon de kosten van de investering aftrekken van de belasting."

'Zakenman pur sang'

Inmiddels hielp de jongste zoon, Pieter, ook mee in het bedrijf. Hij bleek een zakenman pur sang. In 1994 stelde hij voor het huis en bedrijf van de buurman te kopen. Die was namelijk naar het dorp vertrokken. "Ik zag het niet zitten, alles was gedateerd. Maar Fien was er ook erg voor en dus ging de koop door." De oude stallen gingen tegen de vlakte, het huis werd gerenoveerd, waarna Piet en Fien er kwamen te wonen. Opvolger Pieter en zijn gezin trokken in Piets ouderlijke woning.

Koeien weghalen

Op de plaats van de gesloopte stallen verschenen nieuwe, voor 1.200 vleesvarkens. Met koeldeksysteem om de ammoniak-emissie te beperken. Maar Pieter had meer plannen. Nadat hij met een neef had zitten rekenen, concludeerde hij dat met varkens meer te verdienen was dan met koeien.

Piet herinnert zich de avond in oktober dat zijn zoon binnenkwam en zei: pap, wat zou je ervan zeggen als we de koeien weg deden? "Daar moest ik eerst eens veertien dagen over nadenken: die koeien waren mijn grootste hobby." Weer bleek de belangrijke rol die Fien speelde, ook in het bedrijf. Zij was het die Piet het inzicht gaf: 'Je kunt die jongen toch niet tegen zijn zin koeien laten houden?' Fien overleed vorig jaar, op 72-jarige leeftijd.

Grondleggers: ‘We hebben geloot om het bedrijf’

In december 1997, vlak voor kerst, werden de koeien opgehaald en hoefde Piet niet meer te melken. "Dat was de allergrootste verandering in mijn loopbaan."

Dierenwelzijn

Zijn opvolger, Pieter, had de smaak te pakken. Twee jaar later bouwde hij een stal voor 300 zeugen, later werden het er 500. "Die zitten op stro, het is allemaal dik voor mekaar." Hij vindt het er mooi uitzien, maar de hele discussie over dierenwelzijn acht hij overdreven: "Een staartje couperen is echt minder erg dan de gevolgen van staartbijten, dat is echt vreselijk. Maar dat iets als de Dierenbescherming bestaat, daar sta ik achter. Jaren terug zag ik eens een paard met krom gegroeide hoeven, omdat ze niet bekapt waren. Zoiets kan echt niet."

Opvolger

In 2000 droeg Piet het ­bedrijf officieel over aan zijn zoon. "Ik was toen boer af. Maar in de praktijk veranderde niets, want ik bleef gewoon meewerken. Dat gaat makkelijk, omdat ik er vlak naast woon. Maar het zit ook in mij. Ik zit niet graag stil."

Het verschil is dat zijn opvolger nu de verantwoordelijkheid heeft en de lijntjes uitstippelt. "Ook al waren die varkens nooit mijn hobby, ik neem mijn petje af voor alles wat Pieter hier voor elkaar heeft gekregen. Want door al die wetten en regels wordt het steeds moeilijker."

Grondleggers: ‘We hebben geloot om het bedrijf’

Meedoen aan deze rubriek of iemand opgeven? Mail: margreet.welink@reedbusiness.nl of schrijf: postbus 4, 7000 BA, Doetinchem.

Of registreer je om te kunnen reageren.