Akkerbouw

Partner 1723 x bekeken

Zo pakken onze Duitse buren phytophthora aan

De Duitse aardappelteelt heeft een omvang van zo’n 237.000 hectare. Groter dus dan in Nederland. In een aantal artikelen kijken we naar de overeenkomsten en verschillen tussen beide landen voor wat betreft teeltmaatregelen. Deze keer ligt de focus op phytophthora.

Nog even de kerngegevens op een rij:

  • Duitsland kent zo’n 16.000 hectare pootgoed, 53.000 hectare zetmeelteelt en 168.000 hectare consumptieaardappelen die 50/50 zijn verdeeld qua aardappelen voor verse consumptie en aardappelen voor de verwerkende industrie (chips, friet, aardappelproducten).
  • In het oostelijke deel van het land is de beschikbaarheid van water voor beregening geen vanzelfsprekendheid.
  • In het noordwesten van het land is de kwaliteit van de aardappelen beter en zijn de opbrengsten hoger.
  • In het oosten van het land zijn de bedrijven over het algemeen veel groter, waardoor aardappelen lastiger inpasbaar zijn in het bouwplan (arbeidsintensief). Daardoor maken aardappelen steeds meer plaats voor graan en koolzaad.

Phytophthora voorkomen is grootste kostenpost

Phytophthora is niet alleen het grootste probleem in de Duitse aardappelteelt, het is voor de telers ook veruit de grootste kostenpost. Gemiddeld spuiten de telers zes tot acht keer per seizoen tegen deze schimmelziekte. De verschillen in klimaat bepalen dat in de ene regio vaker moet worden gespoten dan in de andere. In het oosten van het land (landklimaat) bijvoorbeeld is de ziektedruk lager en blijft het aantal bespuitingen soms beperkt tot vier. In het noorden van het land (zeeklimaat, meer vergelijkbaar met Nederland) is dat gemiddeld acht tot tien keer.

2016 was een jaar met extreem hoge ziektedruk. Dat noodzaakte de telers in het westen en noordwesten van Duitsland om tot soms wel veertien bespuitingen uit te voeren. Bovendien werden veel vaker dan gemiddeld tankmixen toegepast met curatieve producten op basis van bijvoorbeeld cymoxanil.

Foto's: Syngenta
Foto's: Syngenta

Advisering

In Duitsland heeft de zogeheten Landwirtschaftskammer een sterk adviserende rol. Ook ondersteunende adviessystemen worden frequent gebruikt, maar eigenlijk alleen bij aanvang van het seizoen. In Duitsland start de bescherming tegen phytophthora niet zozeer op basis van gewasontwikkeling, maar veel meer door de ontwikkeling van de ziektedruk in het voorjaar in de gaten te houden. Dit geldt vooral in de regio’s met een lagere ziektedruk. Daarna wordt in een tien tot veertiendaags schema gespoten.

Later starten met eerste bespuiting

Ridomil Gold® MZ wordt in het noorden, oosten en zuiden van Duitsland vrij algemeen ingezet bij de start van de phytophthorabestrijding. Veelal één tot twee keer zodra de waarschuwingssystemen aangeven dat de ziektedruk toeneemt. In 2016 was dat pas begin juni, veel later dus dan in Nederland. In het westen van Duitsland zitten ze meer op dezelfde lijn zoals die ook in Nederland wordt toegepast. Valt de keuze niet op Ridomil Gold MZ, dan wordt veelal gewerkt met andere curatief werkende middelen, onder andere op basis van cymoxanil.

Kortom: in Duitsland wachten ze langer totdat de ziektedruk toeneemt. In Nederland starten we eerder en werken telers preventief, vaak met Revus®, vanwege onze ervaringen met hoe phytophthora zich in ons klimaat explosief kan uitbreiden onder natte omstandigheden, als we te laat zijn gestart.

Zo pakken onze Duitse buren phytophthora aan

Geen blokkenschema’s, wel Shirlan®

In Duitsland is fluazinam (Shirlan) nog steeds het meest gebruikte product tegen phytophthora. Het is gemakkelijk toepasbaar en het ongevoelige isolaat green 33, wat inmiddels niet meer Nederland wordt gevonden, heeft in Duitsland geen rol gespeeld. Ook wordt de fluazinam hier bij hoge druk regelmatig gecombineerd met cymoxanil als een 'stop-bespuiting', namelijk preventieviteit, curativiteit en sporendoding in één.

Duitse telers kiezen over het algemeen niet voor een blokkenschema waarin dezelfde middelen binnen een blok worden gekozen. Ze wisselen veel vaker middelen af.

Revus is, net als in Nederland, een veelgebruikt product. Vooral in de loofgroeifase. Rondom de bloei wordt dan overgeschakeld op wat wij in Nederland kennen als Carial®Star. Deze keuze is vooral gebaseerd op de behoefte om goede middelen, die ook tegen alternaria werken, vroegtijdig en preventief te kunnen inzetten. Door het droge klimaat is alternaria in Duitsland een nog groter probleem dan in Nederland.

Meer weten over phytophthora onder hoge druk en wat u moet doen als u uit schema loopt? Bekijk dan onze korte video.