Akkerbouw

Nieuws 912 x bekeken

Groeiverschillen bijsturen met vroege opsporing

Met sensingtechnieken kan de teler al vroeg in het groeiseizoen verschillen in gewasgroei opsporen. In juni kan hij nog maatregelen nemen om een gewas aardappelen bij te sturen.

Dat is een van de conclusies uit het smart farming-demoveld waarvan op de ATH-beurs in Biddinghuizen de eerste resultaten zijn bekendgemaakt.

Variaties in gewasontwikkeling groter dan gedacht

Binnen de op het oog egale polderpercelen zijn grotere variaties in gewasontwikkeling, groei en opbrengst gevonden dan van tevoren werd gedacht. Groei en opbrengstverschillen blijken maar voor een klein deel veroorzaakt door een verschil in stikstofgift. In het demoveld blijkt dat verschil in zwaarte van de grond een grotere invloed heeft dan de hoogte van de basisgift of de bijbemesting.

Om groeiverschillen te creëren zijn de Innovator-fritesaardappelen op verschillende afstanden gepoot en kregen de aardappelen een verschillende basisstikstofgift mee. Daarnaast zijn ook bij de bijbemesting verschillen aangelegd.

Sensorbeelden tonen bewerkingsfouten

Op de verschillende sensorbeelden die van het perceel zijn gemaakt, zijn de verschillen in biomassa-ontwikkeling en stikstofopname terug te zien. Daarnaast zijn op de beelden ook bewerkingsfoutjes weer te vinden. Op het moment van bijbemesten was het erg nat. Daarom is ervoor gekozen de stikstof met de kunstmeststrooier alleen vanuit de spuitsporen te geven en er niet nog een keer tussendoor te rijden. Door onvoldoende overlap ontstonden er strooibanen die op de sensorbeelden duidelijk te zien zijn.

Proefrooiing: verschillen binnen zone en tussen planten te groot

Om het effect van de teeltmaatregelen en de waarde van de gemaakte beelden goed op waarde te kunnen schatten zijn proefrooiingen gedaan om de opbrengsten te bepalen. Hierbij bleek dat het erg moeilijk is om binnen een zone een betrouwbare opbrengstbepaling te krijgen. Daarvoor zijn de verschillen binnen een zone en tussen de planten te groot. De aardappelen worden daarom geoogst met een rooier met plaatsspecifieke opbrengstmeting. Deze waarden worden via een kaart vastgelegd. Na de oogst worden alle verzamelde gegevens over elkaar gelegd om het effect van de handelingen die in het seizoen gedaan zijn, te beoordelen.

Of registreer je om te kunnen reageren.