Akkerbouw

Nieuws 1590 x bekeken

Verlaat voorjaarswerk nadert einde

De gemiddelde zaaidatum van suikerbieten komt dit seizoen uit op 10 april. Dit is 11 dagen later dan het langjarig gemiddelde en een week later dan vorig jaar. De bietenzaai staat symbool voor het vertraagde voorjaar voor de akkerbouw. Het einde van de verlate voorjaarswerkzaamheden komt in zicht.

Waar tot voor kort werd gesproken over natte en koude weersomstandigheden zijn nu droogte, korstvorming en stuiven weer de gespreksonderwerpen in de akkerbouw. Ter illustratie: in Gelderland, Overijssel en Zeeland geldt een code rood vanwege de droogte. Het Zuidwesten kende op deze dinsdag daarentegen langdurige regen.

De stand van de akkerbouwgewassen varieert landelijk sterk door verschillen in zaaimoment. Vooral het Noorden - de Noordoostpolder spant hierbij de kroon – loopt achter wat betreft het voorjaarswerk. Dankzij de zomerse omstandigheden van de afgelopen anderhalve week is echter een beste inhaalslag gemaakt.

Twee weken achterstand

"Er worden volop aardappelen gepoot", zegt Paul Hooijman van Delphy over Flevoland. "Het schiet nu goed op, maar er moet ook nog veel gebeuren. De achterstand is zo'n twee weken. Op sommige percelen is het onderin nog steeds nat." Hooijman vreest voor structuurproblemen op percelen waar onder matige omstandigheden is geploegd en grond klaargelegd. "Ik hoor telers vaak de vergelijking maken met 1983, ook een laat en nat voorjaar. Dat leidde tot lage opbrengsten en een megagoed jaar voor vrije telers."

In het Zuidwesten zit het meeste uitgangsmateriaal voor seizoen 2016 in de grond.

De gegevens van bietenverwerker Suiker Unie laten de ver uiteenlopende verschillen per gebied goed zien; in Zeeuws-Vlaanderen is de gemiddelde zaaidatum 28 maart, de Noordoostpolder komt op 19 april. Vooral de centrale en noordelijke kleigebieden zijn dit jaar relatief erg laat, registreert de buitendienst van Suiker Unie. In het Zuidoosten is de zaaidatum gelijk aan vorig jaar. Het verschil in zaaidatum heeft een groot effect op de opbrengst, stelt Suiker Unie.

Zon en wind

De recente hoge temperatuur is goed voor de ontwikkeling de gewassen. Nadeel van het zonnige weer is dat het in combinatie met de straffe wind op plekken leidt tot het opstuiven van zand, bijvoorbeeld in de Veenkoloniën, maar ook op lichte gronden in Flevoland (waar geen drijfmest mag worden uitgereden). Stuivend zand kan schade aanbrengen aan jonge plantjes.

Op Twitter komen berichten voorbij van akkerbouwers die de aardappelen in de grond hebben zitten. Opgeluchte berichten, want de tijd tikt verder en vanaf het weekeinde wordt er wisselvalliger weer voorspeld. In de voorgaande jaren was het poten van aardappelen voor mei wel afgerond, merkt Aviko Potato op in een bericht over de voortgang.

Ondanks het herstel van uien na de hagelschade en korstvorming door de heftige buien eind april leidt het grillige weer op getroffen percelen tot een heterogene gewasstand. Delphy waarschuwt telers om voorzichtig te zijn met de onkruidbestrijding. "Vaak moet elk plantje worden gekoesterd. Als voldoende plantjes een eerste pijpje van 3 centimeter hebben, kan een bespuiting worden uitgevoerd."

Een korst mechanisch breken kan alleen als de kiemen van de planten nog niet tegen de korst aanzitten. Sommige telers overwegen te beregenen.

Of registreer je om te kunnen reageren.