Akkerbouw

Nieuws 1455 x bekeken

Egypte koopt voor het eerst meer Schots dan Nederlands pootgoed

Edinburg - Schotland exporteert dit seizoen voor het eerst meer pootgoed naar Egypte dan Nederland. De Britse regio exporteerde van oktober tot en met december vorig jaar 40.920 ton pootgoed naar Egypte. Nederland leverde 38.609 ton. Het hele vorige seizoen verkocht Schotland 40.156 ton pootgoed aan Egypte. Nederland leverde toen 50.783 ton.

De British Potato Council noemt als reden de pootgoedkwaliteit. "Egypte heeft de regels voor erwinia aangescherpt", zegt Robert Burns, hoofd van de afdeling Export. "Schotland voldoet daar beter aan dan Nederland. De Schotse export naar Egypte is de laatste jaren vrij stabiel rond 40.000 ton. De Nederlandse export loopt al jaren terug en zakt nu voor het eerst onder die van Schotland. Ook heeft Egypte zorgen over de Nederlandse situatie rond ringrot."

Dat Schotland Nederland voorbij is gestreefd als grootste pootgoedleverancier aan Egypte, heeft niets te maken met de ziektesituatie in Nederland. Dat stelt directeur Jan van Hoogen van coöperatie Agrico. Van Hoogen zegt dat het heel anders ligt. "In Egypte staat een paar heel grote chipsfabrieken. Die vragen het chipsras Hermes. Daar wordt in Nederland nauwelijks pootgoed van geteeld." Bovendien is de betalingszekerheid van Egypte gedaald, zegt Van Hoogen. "Vorig jaar verliepen de betalingen moeizaam. Een aantal exporteurs neemt daar geen risico's meer."

Schotland exporteert per jaar 100.000 ton pootgoed, waarvan 80.000 ton naar landen buiten de EU. Dit seizoen gaat bijna de helft naar Egypte, constateert Van Hoogen. "Als die export weg valt, stort hun kaartenhuis in elkaar. Dat is een risico. Dat Schotland erwinia beter onder controle heeft, zit alleen maar tussen hun oren. Pootgoed wordt alleen in de veldkeuring gecontroleerd op erwinia. De Nederlandse is strenger dan de Schotse. En over ringrot heb ik de Egyptenaren nog nooit gehoord."

Directeur Gerard Backx van HZPC vindt de nieuwe marktverhoudingen niet dramatisch. "Nederland en Schotland hebben al jaren vergelijkbare hoeveelheden geleverd aan Egypte. Bovendien hebben de Britse telers laat geoogst en de vroegere bestemmingen gemist. Egypte is dan nog een goede mogelijkheid. Nederland had diverse alternatieven."

Veel exporteurs kozen ervoor om meer pootgoed naar andere bestemmingen te brengen, stelt Backx. "Egypte had dit jaar lagere prijzen en het veilig stellen van de betalingen is moeilijker dan in andere landen. HZPC heeft dit jaar ook iets minder verkocht in Egypte ten gunste van andere landen. Dat was onze keuze. Volgend jaar kan dit weer anders zijn. Dus dit is een jaareffect, ik zie het niet als structureel."

Of registreer je om te kunnen reageren.