Akkerbouw

Nieuws 597 x bekeken

Russen mogen meekijken na aardappelboycot

Den Haag - De Russen mogen meekijken in het Nederlandse systeem dat moet voorkomen dat er via aardappelen schadelijke organismen over de grenzen worden verspreid.

Ook komen de telefoonnummers van kwekers en boeren op internet te staan om Moskou meer vertrouwen te geven in de Nederlandse markt. Met deze “maximale transparantie” hoopt staatssecretaris Sharon Dijksma van landbouw de Russen ervan te overtuigen de ban op Nederlandse aardappelen op te heffen.

Dijksma is woensdag en donderdag in Moskou om met haar ambtsgenoot te praten over de boycot van de Hollandse pieper. “Boeren en exporteurs wachten op duidelijkheid”, aldus de staatssecretaris aan het begin van haar bezoek. En: “Spoedige vervolgstappen zijn nodig gezien de grote handelsbelangen van het Nederlandse bedrijfsleven.”

Rusland deed de aardappelen en ander plantmateriaal in juli in de ban. Volgens Moskou kwamen er ondanks inspecties toch nog regelmatig schadelijke stoffen het land binnen via de pootaardappelen en ander plantmateriaal. De boycot is een flinke domper, omdat Nederland met een jaarlijkse export van gemiddeld 20.000 ton aardappelen een van de grootste exporteurs is naar Rusland. In totaal kwam de Nederlandse agrarische export naar Rusland in 2012 uit op meer dan 1,5 miljard euro.

Dijksma zal tijdens het bezoek de Russen ook aansporen om snel te komen tot een overeenkomst met Europa om dit soort boycots in de toekomst te vermijden. De Russen hadden er overigens vorige maand nog geen oren naar om tot een oplossing te komen voor de aardappels. De Russische vicepremier Arkadi Dvorkovitsj bezocht toen Amsterdam, maar hield de boycot in stand. Wel werd toen de importstop op kalfsvlees opgeheven.

De staatssecretaris zal tijdens het bezoek verder een landbouwbeurs bezoeken, waar ze een Russische delegatie zal rondleiden in het Hollanddorp. Ook opent ze een seminar over Agribusiness tussen Nederland en Rusland en bezoekt ze de belangrijkste landbouwuniversiteit in Rusland, die samenwerkt met de Wageningen Universiteit.

Of registreer je om te kunnen reageren.