Akkerbouw

Nieuws 1198 x bekeken laatste update:16 jan 2013

Veel erwinia in hoogste klassen pootaardappelen

Creil - Uit de pilot met de erwinia-toets die de NAK in seizoen 2011/2012 heeft uitgevoerd, blijkt dat in 41,5 procent van de pootgoedpartijen in de klasse S de erwinia-bacterie gevonden kan worden. Voor de SE’s geldt dat in 52,4 procent van de monsters.

In de survey zijn ruim 500 monsters onderzocht. Van de S en SE monsters is de symptoomontwikkeling gevolgd tot begin augustus. In 79 procent van de gevallen kwam het resultaat van de erwinia-toets overeen met dat wat in het veld was te zien. Slechts 3,6 procent van de knollen met een negatieve uitslag toonden wel symptomen in het veld; 17,4 procent van de monsters bleek latent besmet, maar toonde geen symptomen.

 

De uitkomsten geven aan dat de erwinia-bacterie in een groot deel van de hoge klassen aangetoond kan worden. De NAK vindt het nog te vroeg om consequenties aan de testuitslagen te verbinden, maar geeft aan dat voor een gerichte aanpak van erwinia de veldkeuring alleen onvoldoende is. Aanvullende maatregelen in teelt en keuring zijn nodig, vindt de NAK. Verder heeft de survey bewezen dat de combitoets, een PCR-toets waarbij ook op bruin- en ringrot wordt getoetst, erwinia betrouwbaar kan aantonen.

Opvallend is dat het merendeel van de besmettingen de bacterie vPcc betreft, terwijl de dickeya-stam relatief weinig voorkomt. Ook uit steekproeven, waarbij keurmeesters symptoomplanten uit het veld meenemen, blijkt deze trend. In 2005 was in 72 procent van de bacteriegevallen dickeya de boosdoener tegen 28 procent pectobacterium. In 2012 is deze verhouding gekanteld naar 27 procent dickeya en 73 procent pectobacterium.

Of registreer je om te kunnen reageren.