Akkerbouw

Nieuws 267 x bekeken 1 reactie

'Bredere test nodig voor GMO-gewassen'

Wageningen – De beoordeling van genetisch gemodificeerde (GMO) planten moet breder worden opgezet. In de beoordeling moet ook het effect van de nieuw ingebrachte eigenschap op bodemorganismen worden betrokken.

Dat stelt Patrick Kabouw. Hij promoveert woensdag aan Wageningen Universiteit. Kabouw onderzocht bij het Nederlands Instituut voor Ecologie ecologische risico-analyses voor genetisch gemodificeerde landbouwgewassen.

Volgens Kabouw wordt in de EU-toelatingsprocedure het genetisch veranderde gewas vergeleken met de oorspronkelijke plant. ”Deze één op één vergelijking is niet breed genoeg. Genetische modificatie is een nieuwe bron van variatie binnen een gewas. De variatie beïnvloedt niet alleen de organismen waar de GMO-plant via modificatie tegen is gewapend, zoals aaltjes of luizen. Het kan ook effect hebben op niet-doel-organismen, zoals schimmels, bacteriën, insecten of wormen.”

Om dit effect te bepalen, legde Kabouw proeven aan met witte kool. ”Er zit veel verschil tussen de koolvariëteiten in gehalte aan glucosinolaten. Deze stof wordt door de kool gebruikt als een natuurlijk insecticide. Hoe meer glucosinolaat de wortel bevat, des te minder last heeft de plant van schadelijke bodemaaltjes.”

Maar het gehalte aan deze voor aaltjes schadelijke stof in de plantenwortels heeft geen effect op ander bodemleven, constateert Kabouw. ”Als een bedrijf nu een wittekoolsoort ontwikkelt met veel glucosinolaten om bodemaaltjes te bestrijden, dan lijken de andere bodemorganismen daar geen last van te hebben.”

Volgens Kabouw is deze conclusie belangrijk in de afweging over de toelating van GMO-gewassen. ”Als een GMO-gewas wordt ontwikkeld met veel glucosinolaten, mag je verwachten dat het hoge gehalte geen effect heeft op andere organismen. Of dit zo is, is nog een vraag. Maar in de beoordeling van nieuwe genetisch gemodificeerde gewassen moeten dit soort afwegingen worden betrokken”, meent Kabouw.

Eén reactie

  • no-profile-image

    Eindelijk een onderzoeker die verder kijkt dan zijn neus lang is. Nu ook nog onderzoek of althans een inschatting wat het gevolg is als de plaag zich aanpast aan de nieuwe resitentie. hebben we dan een antwoord of moeten we daar dan decennia op wachten en in de tussen tijd dubbele gewasbescherming toepassen om als nog baas te blijven over onze gewassen.

Of registreer je om te kunnen reageren.