Akkerbouw

Foto & video 5367 x bekeken

Gewas heeft last van regen

De stand van de gewassen in Brabant en Limburg is erg verschillend. Mais lijdt het meest onder het koude voorjaar. Granen profiteren het meest van de frisse weersomstandigheden.

Foto

  • In delen van Oost-Brabant lijden gewassen nog steeds onder de overvloedige regenval rond 23 mei. Op sommige plekken viel rond deze datum binnen drie dagen tot 95 millimeter neerslag. De forse regenbuien die Brabant enkele keren in mei teisterden, met name in een strook over Gemert, Wanroij en Haps en de kop van Noord-Limburg, zorgden plaatselijk voor aanzienlijke gewasschade. Zoals op dit maisperceel in Odiliapeel (N.-Br.).
    Foto’s en tekst: Guus Queisen.

  • Ook deze bieten in Wanroy hebben zichtbaar te lijden onder de overvloedige regenval in mei. “Door de neerslagoptelsom zijn veel percelen verzadigd en dichtgeslagen”, zegt Stefan Michiels van bietencoöperatie CSV Covas. De schade varieert volgens hem sterk van perceel tot perceel. “Gelukkig kunnen bieten veel hebben, maar ze lopen wel een groeiachterstand op.”

  • Door de overvloedige regenval zijn veel percelen dichtgeslibd. „Met name in maispercelen is het zaak de bodem met de schoffel los te trekken, zodat lucht bij de wortels komt en de bodem nieuwe neerslag goed kan opnemen”, weet loonwerker annex melkveehouder Antoon Toonen (54) in Odiliapeel.

  • Te nat om te schoffelen, concluderen Toonen en zijn medewerker Bob de Hoogen. Toonen: „Door de regelmatige regenbuien blijven de akkers te nat. Eén perceel van 2,5 hectare hebben we wel kunnen schoffelen, maar het is nog niet droog genoeg.” Een dergelijke situatie heeft Toonen op de zandgrond nog niet vaak meegemaakt.

  • Er zijn dit jaar grote verschillen in de stand van de aardappelen, constateert akkerbouwer Roger van Hoven in Cadier en Keer (L.). „Percelen die we vroeg hebben gepoot staan er erg goed bij. Percelen die geplant zijn na de eerste regenperiode staan er aanzienlijk minder bij.” Van Hoven ziet in deze later (begin mei) gepote percelen een grotere variatie in opkomst. “Met deze percelen behalen we zeker geen topopbrengst. Afgelopen jaar waren de rijen op alle percelen nu al gesloten.”

  • Ook op de percelen zelf zijn de verschillen groot. Lager gelegen delen staan soms onder water.

  • Bij de aardappelen zijn al de eerste gevallen van phytophthora en stengelphytophthora geconstateerd. Periodieke bespuitingen hiertegen zijn dan ook bittere noodzaak.

  • Granen profiteren het meest van de weersomstandigheden. Zo staat de brouwgerst er goed bij in Zuid-Limburg, zoals hier in Libeek-Sint Geertruid. Door de goede structuur en het vocht na de zaai staan er veel planten per vierkante meter. Ook het aantal aren per vierkante meter is dit jaar hoog. Met nog enkele weken te gaan tot de oogst, zijn de vooruitzichten voor een hoge opbrengst zeker aanwezig.

  • De snijmais kampt het meest met het relatief koude voorjaar. Dit subtropische gewas heeft warmte en vocht nodig. Aan vocht geen gebrek, aan de noodzakelijke warmte des te meer. Ook in Gulpen (L.) is de mais voor de tijd van het jaar nog erg klein. „Bovendien zet het gebruik van bepaalde onkruidbestrijdingsmiddelen de maisplantjes in de praktijk iets terug. Een goede zomer kan zorgen voor een inhaalslag,” zegt Jo Dohmen van Agrodyn.

  • Verspreid over Limburg en Oost-Brabant zijn grote verschillen in de bietenpercelen te zien. Terwijl sommige percelen al geheel zijn dichtgegroeid, zoals deze van akkerbouwer Hub Diederen in Graetheide-Geleen (L.), zijn andere percelen nog deels open. Bietencoöperatie CSV Covas constateert regelmatig bieten met meerkoppigheid en gezwollen en misvormde bladeren. Het blijkt om stengelaaltjes te gaan.

  • Voordeel van het frisse en natte voorjaar is dat de regenhaspels werkloos op de akkers staan. Voor de betrokken boeren betekent dit een aanzienlijke besparing op de dieselkosten.

Of registreer je om te kunnen reageren.