Akkerbouw

Foto & video 787 x bekeken

Niet ploegende bietenteler moet geduld hebben

Wie bij zijn suikerbieten poegloos werkt, moet in een nat voorjaar extra geduld hebben. De grond moet eerst op een diepte van 30 centimeter voldoende droog zijn. Dat is de belangrijkste les van een demo in Belgisch Limburg.

Foto

  • In het kader van het Nederlands-Belgisch Interegg-project Bodembreed vond in Huldenberg (Vlaams-Brabant) op 2 september 2010 voor Nederlandse en Belgische suikerbietentelers een presentatie plaats van bietenteelt op percelen waarop niet-kerende grondbewerking (nkg) is toegepast. De voordelen van nkg op het voorkomen van erosie zijn al langer bekend. Ploegloos boeren bij vooral wortelgewassen roept daarentegen nog steeds veel praktische vragen op.

    Foto's en tekst: Guus Queisen

  • Op het geploegde deel van het proefperceel bedroeg het opkomstpercentage dit jaar 85,7, op de nkg-delen 90. Oorzaak: het droge voorjaar. Nkg-percelen houden het vocht beter vast, waardoor het zaad zich beter ontwikkelt. Nkg en het hogere organische stofgehalte aan de oppervlakte zorgt voor een hoger risico op plagen: slakken, bosmuizen, emelten en miljoenpoten.

  • In vergelijking met ploegen zorgt nkg gemiddeld voor iets hogere bietenopbrengsten (+ 3 procent). De grond moet dan wel voldoende diep, circa 30 centimeter, worden bewerkt. Na de oogst is de hoeveelheid reststikstof in de bodem bij ploegen hoger. In het voorjaar is in de bewerkingslaag bij nkg meer stikstof aanwezig.

  • Een akkerbouwer die bij zijn suikerbieten nkg toepast, moet in een nat voorjaar extra geduld hebben. De grond moet op een diepte van 30 centimeter voldoende droog zijn. Besteedt een teler onvoldoende aandacht aan nkg, dan blijven verdichte lagen in de grond aanwezig. Daardoor vormen de bieten grote hoeveelheden vertakte wortels. Dit kan zorgen voor minimaal 5 ton minder opbrengst per hectare en een verhoging van de grondtarra.

  • Het losbreken van de verdichtingen kan het best gebeuren in het najaar met een vastetandcultivator met twee balken, voorzien van zes fijne beitels die in een hoek van 10 tot 13 graden de grond ingaan. Het is belangrijk om het bodemoppervlak zo egaal mogelijk te houden. Ze moeten de grond niet mengen, alleen maar optillen. Een voldoende hoge snelheid is ook bepalend, een trekker van 147 kW (200 pk) wordt aanbevolen.

  • Door een zelfgemaakte stalen pin in de grond te steken is de verdichte laag eenvoudig te ontdekken. Dit is belangrijk. Wortels kunnen niet of moeilijk door deze laag heen komen.

  • Grondbewerking voor bietenteelt moet minimaal 30 centimeter diep plaatsvinden. Voor graanteelt is 20 centimeter voldoende. Doel is scheuren van de grond, zodat de wortels dieper kunnen gaan.

  • Voor wortelgewassen als aardappels en bieten is een cultivator met zes tanden per 3 meter noodzakelijk. Voor granen zijn vier tanden per 3 meter voldoende.

  • Door het eenfasewerk zijn machines vaak te compact gebouwd. Dit is een nadeel. Grond moet de gelegenheid krijgen zich te leggen. In de toekomst zal het gebruik van getrokken werktuigen toenemen.

  • De machine moet de grond alleen optillen, waarbij de teler vermenging van de grond moet voorkomen. Dit kan het best met smalle, rechte tanden, voorzien van een voet met een hellingshoek tussen 13 en 15 graden.

  • DLO-onderzoeker Derk van Balen zoekt de dichte laag in de Belgische bodem.

  • Bietenteler en varkenshouder Huub Kleuters in Merkelbeek (L.) bestudeert nauwkeurig de opbouw en samenstelling van de grond bij de bietenteelt. Na enkele jaren nkg is het organische stofgehalte van de bodem bij nkg aanzienlijk hoger. Dat blijft in de bovenste laag, bij ploegen breng je dit juist naar onderen. Bij nkg bedraagt de hoeveelheid koolstof in de bovenste 20 tot 30 centimeter 1,1 , bij ploegen 0,7.

Of registreer je om te kunnen reageren.