Akkerbouw

Foto & video 1322 x bekeken

Nitraat- en kaligehalte snel meten

Geert Jan van Roessel van DLV Plant meet regelmatig het nitraat- en kaligehalte van aardappelen. Zo beoordeelt hij snel en eenvoudig of bijsturing via bemesting gewenst is.

Foto

  • DLV Plant heeft de nitraat- en kalimeter ongeveer twee jaar in gebruik. Geert Jan van Roessel, bedrijfsadviseur akkerbouw in de Brabantse Kempen, heeft het apparaat destijds gezien bij collega’s die bij telers van vollegrondsgroenten werken. ,,We gebruiken het nu ook in de akkerbouwgewassen”, aldus de adviseur. Vooral bij aardappelen is de apparatuur populair. Van dat gewas zijn betrouwbare referentiecijfers bekend.



    Foto’s: Bert Jansen, tekst: René Stevens

  • Van Roessel neemt in zijn auto de koffer met plantsapmeters gemakkelijk mee. De koffer bevat meters voor het meten van nitraat (linksonder) en kali (daarnaast). Verder zijn er meters voor de E.C. (geleiding), Ph en Brix. Hij gebruikt deze meters om vooral veel ervaring op te doen. In het vervolg worden ook hiervoor referentielijnen ontwikkeld. DLV Plant heeft momenteel acht meetkoffers in gebruik en wil veel informatie verzamelen om zodoende meer inzicht te krijgen in de waardering van de cijfers.

  • Het voordeel van de plantsapmeters is volgens Van Roessel dat het snel en eenvoudig werkt. Hij laat zien hoe gemakkelijk het gaat. Hij neemt 25 tot 30 bladstengels op een representatieve plek in het veld.

  • Voor de bladstelen wordt het eerste volgroeide blad van boven genomen. De bladeren worden eraf gestript om uiteindelijk alleen de bladstelen uit te kunnen persen.

  • Met de gestripte bladstelen in de hand loopt de adviseur naar de kofferbak van zijn auto.

  • Met een aangepaste knijptang knijpt Van Roessel voorzichtig wat druppels plantsap uit de bladstelen. Veel plantsap is niet nodig; enkele druppels volstaan. Het is wel even een handigheid om de bussel met stengels bij elkaar te houden.

  • Enkele druppels vallen op een gevoelig plaatje van de nitraatmeter.

  • Gelijktijdig laat hij ook druppels op de kalimeter en andere meters vallen.

  • Om veel data te verzamelen gebruikt de adviseur ook de andere meters. Dit kost niet veel extra tijd.

  • Voor het meten van de brix kijkt Van Roessel door een refractometer. Deze werkt op basis van licht.

  • Links de uitslag van de nitraatmeting: 51 x 100 = 5.100 ppm. Dat is vrij hoog voor de tijd van het jaar. Tijdens de droogte en de hitte was dit veel lager, maar na de regen van de afgelopen weken en het koelere weer laat de aardappelplant een duidelijke hergroei zien. Een extra stikstofgift is nu niet nodig. Rechts op de foto staat de kali-uitslag: 64 x 100 = 6.400 ppm. Ook dat is hoog. Voor het gewas is het niet erg, maar het kan wel magnesium verdringen. Dit verhoogt de kans op magnesiumgebrek. In overleg met de teler wordt direct een advies gegeven.

  • In de auto heeft Van Roessel twee rapporten van de stikstof- en kalimeting. Deze worden met een door DLV Plant ontwikkelt computerprogramma gemaakt. Op deze overzichten staan de uitslagen van nitraat- en kalimetingen. In een grafiek worden de uitslagen naast de normlijnen gepresenteerd. In een oogopslag is te zien of de uitslag boven of onder de norm van dat moment is. De uitslagen worden vaak na de meting direct met de teler besproken. Op deze manier worden alle uitslagen ’s avonds naar de klanten gemaild.

  • Als de metingen klaar zijn, maakt Van Roessel de apparatuur weer schoon om die bij de volgende klant te kunnen gebruiken. De metingen nemen alles bij elkaar bijna een halfuur in beslag. ,,Het is veel sneller dan via een laboratorium en toch nauwkeurig. Ik laat af en toe hetzelfde materiaal bij een laboratorium onderzoeken en dan blijkt maximaal 5 procent afwijking. Dat vind ik voor deze eenvoudige en goedkope methode niet slecht”, besluit de adviseur.

Of registreer je om te kunnen reageren.