Akkerbouw

Foto & video 672 x bekeken

Akkerbouwer klaar voor het seizoen

Geert Draijer in Veendam (Gr.) 'speelt' graag met het adviesprogramma MasterLink. Zo kan hij zien of hij de juiste keuzes heeft gemaakt.

Foto

  • Geert Draijer (56) heeft samen met zijn zoon Bernoud een akkerbouwbedrijf in Veendam. Het akkerbouwbedrijf beslaat 126 ha op versleten dalgrond. Draijer teelt 70 ha zetmeelaardappelen, 19 ha suikerbieten en 14 ha zomergerst, 14 ha zomertarwe en 9 ha Parijse worteltjes.

  • Draijer is pas sinds tien jaar akkerbouwer. Daarvoor was hij actief in de handel van gewasbeschermingsmiddelen. Zijn boerderij aan de Ommerlanderwijk in Veendam is van het Oldambster-type. De afgelopen jaren is de boerderij in oude staat hersteld.

  • Net als de meeste bedrijven in deze streek is zetmeelaardappelen al jarenlang het belangrijkste gewas. In de loop der jaren verschraalde de grond steeds meer. Het organischestofgehalte zakte van 13 naar 7 procent. Maar de alarmbel voor de akkerbouwer was de steeds grotere problemen met rhizoctonia. Na jarenlange toediening van compost en het verhakselen van stro herstelt de grond zich nu duidelijk. De gewassen hebben minder snel last van droogtestress.

  • De aardappelen gaan allemaal naar Avebe. Twee derde slaat Draijer op in de schuur de overige aardappelen worden ingekuild op het land.

  • Draijer teelt zijn eigen pootgoed op 7 hectare. Jaarlijks koopt hij bij Averis uitgangsmateriaal. Dit vermeerdert hij één seizoen door. Het pootgoed slaat hij op in een kleine loods op zijn bedrijf.

  • Uitzicht over de percelen van de akkerbouwer. Hier komen dit seizoen weer aardappelen te staan. De bemestingsplannen zijn al klaargezet in MasterLink. Daarom voert hij ieder jaar grondanalyses uit voor de teelt van de aardappelen. De komende jaren zijn deze extra belangrijk om in aanmerking te komen voor extra plaatsingsruimte van fosfaat.

  • Draijer heeft het programma MasterLink al drie seizoenen gebruikt. Het bevalt hem goed, op wat kleine dingen na. Zeker de bemestingsmodule is voor hem belangrijk. Op zijn schrale dalgrond wil hij zo veel mogelijk met dierlijke mest bemesten. Het programma laat hem op ieder gewenst moment zien hoeveel plaatsingsruimte hij nog heeft.

  • De akkerbouwer heeft al wat kunstmest klaarstaan in zijn schuur. Normaal bemest hij de granen, bieten en aardappelen met dierlijke mest. Dit seizoen bemest hij zijn granen met kunstmest. De percelen waar de tarwe komt, zitten redelijk hoog in fosfaat. Daarom geeft hij dit liever op percelen met een lager Pw-getal. Daar komt bij dat de afname van dierlijke mest niet zo veel meer oplevert als een paar jaar terug. Stel dat hij in augustus nog plaatsingsruimte over heeft, dan zal hij alsnog wat extra dierlijke mest afnemen om deze in te vullen.

  • De spuit van de akkerbouwer. Hoewel Draijer al wel gebruik maakt van gps, is de spuit nog niet uitgerust met deze techniek. Gps gebruikt hij wel tijdens poten en bieten zaaien. Tevens zoekt hij er de spuitsporen mee op in het voorjaar. Ruggen tellen en stokjes zetten is dus verleden tijd. De spuit heeft genoeg capaciteit om al zijn aardappelpercelen op één dag te spuiten.

  • Het phytophthora-advies is voor de teler erg belangrijk. Dagelijks kijkt hij naar het advies en houdt hij het programma bij. Afgelopen seizoen heeft het programma goed gewerkt. Wel ontstonden in het seizoen twee momenten waarbij de infectiekans niet volledig bestreden was. Draijer koos toen voor een curatief werkend middel Infinito. Gemiddeld over de jaren heen bespaart de akkerbouwer zeker enkele bespuitingen per seizoen. Zijn ervaring is dan ook dat met gebruik van de software scherper gespoten kan worden.

  • De akkerbouwer wil graag achteraf weten of hij niet te vroeg heeft gespoten. Daarom ‘speelt’ hij geregeld met het programma, ofwel houdt hij het programma voor de gek. Dan vult hij pas een dag later in het programma in dat hij gisteren heeft gespoten. Draijer ziet dan welk advies het programma voor de dag erna geeft. Soms blijkt dan achteraf dat hij veilig een dag had kunnen wachten. Dit vindt de teler een kritisch punt van het programma. Het vraagt wel eigen inzicht van de teler. Zeker op de ‘spannende momenten’ geeft het programma niet altijd uitsluitsel.

  • Het bedrijf van Draijer is gelegen in een bruinrotregio (link naar kaartje). Dit betekent dat hij zijn aardappelen niet mag beregenen met oppervlaktewater. Deze regel geldt niet voor de Parijse worteltjes. Deze beregent hij soms wel vijf keer.

  • Voor het zaaizaad van zijn zomertarwe en zomergerst gebruikt hij een deel van zijn eigen teelt. De aankoopkosten van zaaizaad liggen meestal rond de €1 per kilo. Terwijl hij voor zijn graan maar €0,10 krijgt. Een deel van het graan laat hij daarom schonen en ontsmetten bij de Agrarische Unie. Dit betekent al snel een besparing van €50 per hectare.

Karin Oonk-Nooren

Of registreer je om te kunnen reageren.