1150 x bekeken

‘De rol van waterbodems bij eutrofiëring’

Diverse factoren zijn van invloed zijn op het binden en uitscheiden van fosfaat uit de waterbodems. Daardoor wordt de landbouw onterecht geconfronteerd met verzwaarde maatregelen.

De Nederlandse Akkerbouw Vakbond heeft zich ten behoeve van zijn input voor het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn verdiept in de rol van waterbodems bij eutrofiëring van oppervlaktewater. Uit promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht en tien jaar onderzoek aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) blijkt namelijk dat waterbodems fosfaat kunnen binden, maar ook uitstoten. De NAV vindt dat meer helderheid nodig is over de rol van waterbodems. Ingrijpende maatregelen voor de akkerbouw kunnen pas worden ingevoerd wanneer duidelijk is dat de akkerbouw ook daadwerkelijk de belangrijkste bron is voor eutrofiëring door fosfaat, en niet de waterbodem.

IJzerhoudende smurrie

Het onderzoek in Leuven toont aan dat ijzerhoudende smurrie op de waterbodem in staat is om fosfaat te binden. Het ijzer is afkomstig van ijzerhoudend grond/kwelwater dat in het oppervlaktewater terechtkomt, oxideert en daarna neerslaat op de waterbodem als roestbruine smurrie. Onderzoek door de KUL op basis van circa 200.000 metingen van de oppervlaktewaterkwaliteit en sedimentanalyses (waterbodem) naar hoe de waterbodem zich heeft gedragen in de afgelopen tien jaar, heeft laten zien dat diverse parameters van invloed zijn op de mechanismen voor het binden/uitscheiden van fosfaat uit de waterbodems.

‘Met name lage zuurstofgehaltes in het oppervlaktewater en de Fe/P-verhouding in het sediment van de oppervlaktewateren kunnen een grote uitstoot van fosfaat uit de waterbodem veroorzaken’

Belangrijke parameters hierin zijn voor het sediment/oppervlaktewater de ijzer/fosfaat-verhouding (Fe/P), het zuurstofgehalte (O2), de zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid, stroomsnelheid, het organischestofgehalte/deeltjes, de temperatuur et cetera. Met name lage zuurstofgehaltes (in de zomer) in het oppervlaktewater en de Fe/P-verhouding in het sediment van de oppervlaktewateren, kunnen een grote uitstoot van fosfaat uit de waterbodem veroorzaken. Het promotieonderzoek van Van der Grift in Utrecht geeft deels dezelfde resultaten.

Verder onderzoek doen

De NAV vindt dat met deze gegevens nu eerst grondig verder onderzoek moet worden gedaan naar de rol van waterbodems bij de eutrofiëring. Wanneer de waterbodems een belangrijke bijdrage leveren aan de hoeveelheid fosfaat in het water, zoals in België is geconcludeerd, betekent dit dat maatregelen die de landbouw neemt weinig tot geen effect zullen hebben. De landbouw zou dan onterecht worden geconfronteerd met verzwaarde maatregelen. Ook de afgelopen tien jaar hebben de maatregelen in de landbouw geen effect gehad, volgens de Commissie Deskundigen Mestbeleid (CDM).

‘Het is essentieel om de landbouw geen dwingende maatregelen op te leggen, zolang er geen helderheid is’

De NAV heeft al eerder aangedrongen op onderzoek naar de bijdrage van andere bronnen. Het is essentieel dat ook de waterbodems daarbij worden meegenomen. Tevens is het essentieel om de landbouw geen dwingende maatregelen op te leggen, zolang er geen helderheid is over de bronnen van eutrofiëring.

De NAV heeft een rapport opgesteld over dit onderwerp en verzonden aan de Ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu, met een afschrift naar de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken. Het hele rapport alsmede eerdere publicaties en rapporten kunt u vinden opnav.nl.

Of registreer je om te kunnen reageren.