658 x bekeken laatste update:12 sep 2016

‘Praat met elkaar over de aardappel, en niet over elkaar’

Om een levende poter tot goed wasdom te brengen, moeten pootgoed- en consumptieteler meer met elkaar praten, betoogt akkerbouwer Anton Bartelen. Want kwaliteit bij pootgoed is niet een knop die aan of uit staat. Het is een veelzijdig begrip.

Als klein aardappelland zetten we een wereldprestatie neer als het gaat om pootgoedexport. Volgens onderzoek van Rabobank Nederland komt maar liefst 53% van de wereldwijd verhandelde pootaardappelen uit Nederland. Grote opkomende landen als China en India zijn dan ook erg geïnteresseerd in onze kennis en expertise op het gebied van aardappelteelt en -verwerking.

'Als klein aardappelland zetten we een wereldprestatie neer als het gaat om pootgoedexport'

Ondanks deze geweldige prestatie komen we dichter bij huis toch andere geluiden tegen. Een aantal vooraanstaande personen in aardappelland spreken als volgt over de pootgoedkwaliteit: ‘kwaliteit pootgoed is dramatisch’ of ‘dieptepunt in opkomst consumptieaardappel’. Vreemd eigenlijk, dat men wereldwijd spreekt over de uitmuntende kwaliteit van Nederlands pootgoed, terwijl onze eigen verwerkende industrie, verpakkers en consumptietelers niet te spreken zijn over de kwaliteit van het pootgoed.

Eigenschappen van een goede pootaardappel

De definitie van het van oorsprong Latijnse woord kwaliteit is eigenlijk ‘hoedanigheid’ of ‘eigenschap’. Maar goed, welke eigenschappen dient een goede pootaardappel te hebben? In welke hoedanigheid moet een pootaardappel verkeren om een topopbrengst te kunnen realiseren?

In de discussies over pootgoedkwaliteit komen eigenschappen eigenlijk nauwelijks ter sprake, om maar niet te spreken over de ‘hoedanigheid’ van het pootgoed waarover je helemaal nooit iemand hoort. Kwaliteit heeft bij ieder individu een andere betekenis.

Daarbij komt nog eens de moeilijkheid dat iedere teler uniek is en dus een andere combinatie van eigenschappen verlangt van zijn pootaardappelen. Afhankelijk van het teeltdoel, het ras, de grondsoort, de mechanisatie en vele andere factoren, worden eisen aan het pootgoed gesteld.

Bacterieziekten overal aan verbonden

Keuringsdienst NAK ziet er in Nederland op toe dat iedere pootaardappel nauwlettend in de gaten wordt gehouden en voldoet aan de gestelde eisen. Wereldwijd staan de dienst, en daardoor wij allen, zeer hoog aangeschreven als het gaat om kwaliteitsborging. Bladrol is al jarenlang geen issue meer en ook virus wordt over het algemeen niet meer als een groot probleem beschouwd.

Bacterieziekten daarentegen worden tegenwoordig overal aan verbonden/ Zodra een poter begint te rotten is er direct het verwijt dat er bacterie in het spel is. Makkelijk om dat te roepen, bacteriën zijn immers onmisbaar tijdens het rottingsproces van levende organismen. Over de precieze oorzaak tast men vaak in het duister, maar financieel gezien is het vaak het aantrekkelijkst om de schuld bij een ander in de schoenen te schuiven.

Pootgoed in nacontrole bij keuringsdienst NAK. Nederlands pootgoed is van uitzonderlijk hoog niveau, maar dat lijken verwerkende industrie, verpakkers en consumptietelers in Nederland zelf niet te zien.</p>
<p><em>Foto: Ton Kastermans</em>
Pootgoed in nacontrole bij keuringsdienst NAK. Nederlands pootgoed is van uitzonderlijk hoog niveau, maar dat lijken verwerkende industrie, verpakkers en consumptietelers in Nederland zelf niet te zien.

Foto: Ton Kastermans

Ander beeld van pootgoedkwaliteit

De kwaliteit van pootgoed bekeken vanuit de ‘eigenschappen’ van de pootaardappel, geeft opeens een heel ander beeld van pootgoedkwaliteit. We spreken over de maatsortering, over de aanwezigheid van ziekten, maar ook over het onderwatergewicht en de inhoudsstoffen van de pootaardappelen. Allemaal eigenschappen die onlosmakelijk zijn verbonden met de ‘kwaliteit’ van de poter. Doodspuiten op een kalenderdatum zou voordelen kunnen hebben omtrent de infectie van virus, maar anderzijds veel negatieve impact hebben op eigenschappen als maatsortering, onderwatergewicht en inhoudsstoffen.

Hoedanigheid, dat andere woord dat staat voor 'kwaliteit', lijkt volgens onderzoek van Wageningen UR nog veel meer effect te hebben op de vitaliteit en eindopbrengst van consumptieaardappelen. Die hoedanigheid zou men kunnen omschrijven als fysiologische leeftijd, welke voornamelijk wordt beïnvloed door groeiomstandigheden tijdens de pootgoedteelt en het bewaarregime. Pootgoed uitpoten op het meest optimale moment is de uitdaging.

Pootgoed- en consumptieteler moeten meer met elkaar praten

Pootgoed leeft, en dat moet bij sommigen onder ons nog goed doordringen. Zonder zuurstof, fijne grond, of voldoende temperatuur gaat de poter ter ziele, met als gevolg opkomstproblemen en een grote kostenpost. Met gezond boerenverstand aan de basis zouden we een heel eind komen.

'Pootgoed leeft, en dat moet bij sommigen nog goed doordringen'

Laten we in het vervolg meer focus leggen op die plant, die aardappel, die prachtige knol die we allemaal met liefde in de grond stoppen. Door meer mét elkaar te praten kunnen we de uitdaging aan; óver elkaar praten hebben we in het verleden genoeg gedaan.

Ik zou graag willen afsluiten met het alom bekende spreekwoord: 'Bezint eer gij begint', want eerst gedaan en dan gedacht, heeft menig aardappelteler al leed gebracht.

Of registreer je om te kunnen reageren.