1433 x bekeken

Nieuwe gentechnieken in plantenveredeling geven bedreigingen én kansen

Bertus Buizer
Voor de Nederlandse agrarische sector ligt er in de nieuwe trend naar ggo-vrij een grote kans om zich te profileren.

Sinds enkele jaren experimenteren universiteiten en biotech-bedrijven met nieuwe vormen van genetische modificatie van planten. Cisgenese bijvoorbeeld, waarbij het DNA met soorteigen genen wordt gemodificeerd, en nog weer nieuwere vormen, zoals CRISPR/CAS9 en ODM.

Deze nieuwe gentechnieken vallen volgens IFOAM, de overkoepelende organisatie van de biologische sector in de EU, binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2001/18/EG. De grote biotech-bedrijven (Monsanto, BASF, Syngenta) denken daar anders over, want die zien het draagvlak bij boeren, burgers en politici in Europa verder afnemen. Zij vinden dat gewassen die met de nieuwe gentechnieken worden veredeld, niet tot ggo-gewassen mogen worden gerekend.

Ggo wereldwijd

Het aantal ggo-gewassen dat in de praktijk op grote schaal wordt geteeld, is beperkt gebleven. Het betreft voornamelijk soja (het grootste ggo-gewas), maïs, katoen en koolzaad. De grootste arealen bevinden zich in de Verenigde Staten, Brazilië en Argentinië.

Ook het aantal landen waarin ggo-gewassen worden geteeld is relatief klein. In 27 van de in totaal 195 landen in de wereld worden ze geteeld. Sinds 2013 neemt het aantal landen met ggo-gewassen af. Van de 28 Europese lidstaten hebben 19 landen, waaronder Nederland, Frankrijk en Duitsland, Polen, Italië en Schotland, in 2015 voor een landelijk verbod van ggo-teelten gekozen.

Consumenten letten naast de smaak steeds meer op de wijze waarop het voedsel geproduceerd wordt, welke impact die heeft op de gezondheid, de biodiversiteit en het milieu. De roep om ggo-vrij voedsel is een internationale trend geworden. Ook in de VS groeit de weerstand tegen producten van ggo-gewassen snel. Daar uit zich dat in een snelle groei van de vraag naar biologische producten, omdat ggo-producten niet gelabeld zijn en dus niet met het oog te onderscheiden van ggo-vrije producten.

Gentechnieken

Voor de Nederlandse agrarische sector ligt er in de nieuwe trend naar ggo-vrij een grote kans om zich te profileren. Wij moeten dan vooral niet lijdzaam toekijken wat biotech-bedrijven met steun van Wageningen-UR voor ons voorkoken op het gebied van nieuwe gentechnieken. Ik vind die rol van Wageningen-UR zeer bedenkelijk. In plaats daarvan zou de universiteit onderzoek moeten doen naar de mogelijkheden van een goed masterplan om Nederlandse agrarische sector, inclusief de veredelingssector en Nederlandse kweekbedrijven (klein en groot) succesvol in het perspectief te plaatsen van de werkelijke vraag van landen, boeren en consumenten. Daarbij moeten wij vooral niet aanleunen tegen biotech-bedrijven. De beloften die zij in de afgelopen 25 jaar hebben gedaan hebben ze niet waargemaakt. Argentinië bijvoorbeeld, vanouds een landbouwnatie die 75 jaar geleden nog een van de welvarendste landen ter wereld was, en de afgelopen jaren een van de grootste groeiers wat betreft de teelt van ggo-gewassen, is nu zo goed als bankroet. Ggo-gewassen helpen daartegen blijkbaar niet echt. Sterker nog, ze leiden ons af van het werkelijke probleem in de voedselvoorziening: de toenemende degradatie van de bodem en de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering.

Maar ook al wordt een aantal nieuwe gentechnieken misschien niet tot Europese ggo-richtlijn gerekend, dan nog kunnen ze voor boeren en burgers een bedreiging zijn. In de eerste plaats moet uit onafhankelijk peer-reviewed onderzoek in een gerenommeerd wetenschappelijk blad nog blijken dat deze nieuwe gentechnieken op lange termijn geen nadelige invloed hebben op gezondheid, natuur, biodiversiteit, voedselzekerheid, enzovoort. Van de oudere gentechniek transgenese ontbreken die publicaties overigens ook nog steeds.

Dure patenten

Ook voor de nieuwe gentechnieken worden patenten aangevraagd. En patenten kosten geld, veel geld. Daardoor komen de patenten vooral in handen van grote corporaties, de grote biotech-bedrijven. Dat gaat ten koste van de kleinere veredelaars, die patenten niet kunnen betalen, maar die wel beperkt worden in het gebruik van planteigenschappen uit nieuwe rassen. Er heerst nu voor de CRISPR/CAS9-techniek nota bene al een patentenoorlog.

In de VS zijn het de grote corporaties zoals Monsanto die ook de grootste zeggenschap hebben over de voedselvoorziening, zoals het geval is bij de grote supermarktketen Wal-Mart. Nederlandse boeren en tuinders zijn nu al de dupe van de toename van de macht van de supermarkten Jumbo en Albert Heijn. Als daar ook nog eens een grote corporatie een meerderheidsbelang in gaat nemen, dan kunnen alleen de grote bedrijven overleven die het goedkoopst produceren. Kleinere bedrijven en biologische bedrijven zullen het dan niet kunnen volhouden. Dat is dan helemaal in de lijn van wat die grote corporaties willen, zo blijkt in de VS. Een eventueel TTIP zou hiervoor wel eens de weg naar Europa kunnen plaveien.

Wij kunnen met onze agrarische sector de boeren en consumenten in Europa, ja wereldwijd een nieuw perspectief bieden. Behalve het ontwikkelen van een goed masterplan moeten we dan ook het goede voorbeeld geven. Geen ggo meer in diervoeders. Dat doet even pijn.

Bertus Buizer (Buizer Advies) is landbouwingenieur, manager van het bedrijvennetwerk Organicseeds.nl en voorzitter van de Sustainable Food Supply Foundation.

Of registreer je om te kunnen reageren.