Commentaar

421 x bekeken

Financiering onderzoek ui smaakt naar meer

Er blijft een rassenlijst voor uien. Het rassenonderzoek heeft een plek gekregen in het bredere kwaliteitsonderzoek voor de uienteelt. De uienzaadbedrijven en de uienhandel stellen daarvoor jaarlijks €200.000 beschikbaar.

Dat mag groot nieuws heten, een mijlpaal voor de nogal individualistisch ingestelde uiensector. Dit onderzoek naar de kwaliteit van de ui is het eerste collectief gefinancierde akkerbouwonderzoek in het post-productschappentijdperk.

Zeker voor telers is het goed nieuws. Juist voor hen is het onafhankelijke onderzoek erg belangrijk. Voor de rassenlijst zelfs de feitelijke redding. Met het wegvallen van het Productschap Tuinbouw was er namelijk geen budget meer voor de rassenlijst zaaiuien. (Raar genoeg was het akkerbouwgewas ui altijd onder het Productschap Tuinbouw blijven vallen.)

De rassenlijst, maar ook de uitkomsten uit onderzoek naar de kwaliteit van de ui, goede bemesting en aanpak van ziekten en plagen, versterken de positie die Nederland heeft in de wereldwijde handel. Qua exportaandeel in de wereld neemt Nederland bijna eenzesde voor zijn rekening, terwijl het productieaandeel minder dan 2 procent is. Die positie moet blijvend ondersteund worden met instrumenten die leiden tot perfectionering van de ui.

Alle reden voor de Brancheorganisatie Akkerbouw (BO Akkerbouw) het uieninitiatief te omarmen en de basis eronder te verstevigen door er de telers aan toe te voegen. Het zou een mooi eerste wapenfeit van de BO Akkerbouw zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.