Redactieblog

751 x bekeken 2 reacties

Scherpe strategie

De oogst is bijna achter de rug. Telers kijken vooruit naar het nieuwe seizoen, vooral naar bemesting. Want de wetgeving wijzigt en de mestmarkt verandert.

Verschillende oorzaken vragen om in 2014 scherper naar de bemestingsaanpak te kijken. De wijzigende wetgeving vereist een scherpe bemestingsstrategie. Daarnaast verandert de mestmarkt. De verwachting is dat deze ertoe zal leiden dat in de akkerbouw minder dierlijke mest wordt gebruikt.
Door de mestverwerking komen er steeds meer verschillende meststoffen op de markt, met andere samenstellingen dan de voor telers vertrouwde mestsoorten.

Onderzoekslaboratoria spelen erop in door de beschikbaarheid van micro- en sporenelementen te onderzoeken en te analyseren. Daaraan wordt dan vaak een bijmestadvies gekoppeld. Fabrikanten en handel werken hier graag aan mee, want deze producten hebben een hogere marge dan de standaard kunstmestsoorten. Daardoor is een wildgroei ontstaan aan adviezen over micro- en sporenelementen, met weinig wetenschappelijke onderbouwing.

Het is voor de teler dan ook moeilijk om hierin de waarheid te ontdekken en een keuze te maken voor alleen zinvolle bemesting. De uitslagen van de bemestingsonderzoeken moeten met de nodige voorzichtigheid worden benaderd. De grond is immers een grote buffer, waarin met name sporenelementen al veel voorkomen. Helemaal wanneer een teler met enige regelmaat producten heeft gebruikt van organische oorsprong.

De bemesting met de basiselementen stikstof, kalium en fosfaat moet op basis van het grondonderzoek, de perceelseigenschappen en de gewas/rasbehoefte worden uitgevoerd. Echter, daar waar het gaat om sporenelementen is kennis van zaken noodzakelijk.

Een onderzoek naar de voorraad in de bodem is goed. De vraag die er meteen op volgt is of deze elementen ook beschikbaar zijn en of planten deze gedurende het groeiseizoen kunnen opnemen. Immers, diverse elementen verdringen elkaar, of zijn meer of minder beschikbaar afhankelijk van de vochttoestand van de grond.

Van belang is dan ook om tijdens het groeiseizoen na te gaan welke sporenelementen er in de plant zitten en welke normen erbij horen. Een teler zal dus eerst moeten zorgen voor een goede basisbemesting en daarna verder kijken naar additieven. De ervaring leert dat de winst vaak niet zit in het toevoegen van sporenelementen, maar in een betere afstemming.

Fabrikanten spelen hier handig op in door allerlei preparaten aan te bieden die het gewas zouden versterken en opbrengstverhogend zouden werken.

Onafhankelijk besmestingsonderzoek zal met het opheffen van het Productschap Akkerbouw verdwijnen. Het is dus zaak voor akkerbouwers om goed te kijken naar de herkomst en de onderbouwing van allerlei adviezen, zeker op het gebied van bemesting. Het zou een goede zaak zijn wanneer strenger wordt opgetreden tegen ‘analysevervuiling’. Want het lijkt er op dat laboratoria eigen bemestingsnormen hanteren, met name om zichzelf te onderscheiden.

Laatste reacties

  • alco1

    Maar alles staat in het teken van minder dierlijk mest en meer preparaten. TE GEK VOOR WOORDEN.

  • minasblunders1

    Het 'probleem' moet dan ook in stand gehouden worden, Alco.

Of registreer je om te kunnen reageren.