Boerenblog

1179 x bekeken laatste update:15 feb 2012

Van grootschalig naar piepklein (2)

In Burundi is nauwelijks plaats voor kleine machines, laat staan voor grote moderne. Bij mijn eerste autorit naar het dorp, of beter gezegd de streek, die Consedi heeft gekozen voor het project, word ik me bewust van het prachtige landschap in Burundi.

Een groene lappendeken gedrapeerd over de heuvels en daarmee een lieflijk landschap vormend. Niet bepaald geschikt voor grootschalige landbouw. Hier is nauwelijks plaats voor kleine machines, laat staan voor grote moderne machines.
Het beeld wordt beheerst door kleine veldjes met gras, aardappelen, cassave en verschillende groentes afgewisseld met mini-theeplantages. Dat alles in de schaduw van palm- en bananenbomen. Op de niet voor landbouw geschikte hellingen groeit hakhout voor houtskool. Hoe CO2-bewust zijn de Burundi? Het door verbranding ontstane CO2 gaat weer terug in de nieuwe brandstof. Helaas komt er per dag meer vrij dan de plantengroei kan consumeren.

 

Magere koeien en mensen

Nergens is een tankstation, niemand heeft gemotoriseerd vervoer. Er zijn geen elektriciteit- en telefoondraden. Denk maar niet dat deze ondergronds aanwezig zijn, ze zijn er gewoonweg niet. Telefoondraden zullen wel nooit meer komen nu de mobiele telefoon zijn intrede heeft gedaan.
Elektra is alleen in de grote ‘rendabele’ centra aanwezig, voor zover er geen storing optreedt.
Na ettelijke uren door dit steeds afwisselende landschap te hebben gereden, heb ik de nodige magere koeien en mensen gezien met allerlei vracht op hun hoofd of op hun fiets. Verder valt me op dat er overal borden zijn om duidelijk te maken welke hulporganisatie hier zijn stinkende best doet om haar bestaansrecht aan de mensheid duidelijk te maken.

 

Meters boven zeeniveau

Na een tocht over twee heuvelruggen ben ik op het hoogste plateau van Burundi aangekomen, 2.000 meter boven zeeniveau. Hier heerst het hele jaar door een heerlijk klimaat, tussen de 15 en 25 graden. Gedurende het regenseizoen valt er nagenoeg elke dag een bui. De kleding van de meeste mensen doet je anders vermoeden. Iedereen is gekleed in een shirt, colbert of overjas. De echte koukleum draagt een pet met kleppen over de oren.

 

Armoedespiraal

Maar goed, terug naar de gewasgroei die te wensen over laat. De oorzaak moet worden gezocht in: 1) erosie; 2) na de koloniale tijd is de economie ingestort; 3) de stammenoorlogen; 4) armoede; 5) extreem dure kunstmest à €1-€1,50 per kg. Dit soort bedragen zijn niet op te brengen bij de huidige voedselprijzen. Ook al zou de meeropbrengst de kosten goedmaken, dan nog is het geld niet voorhanden (banken zitten ook krap) om uit deze armoedespiraal te komen.

 

Proefstation

Het gekozen dorp is door wereldvoedselorganisatie FAO onlangs ook als locatie aangewezen voor een seed station. Het proefstation moet 100 hectare groot worden en onderzoek doen naar aardappelteelt, granen et cetera. De eerste aardappelveldjes zijn gepoot en aan de groei. De opslag van pootgoed is eenvoudig opgelost door een schuur met open wanden neer te zetten. De knollen zijn gelaagd opgeslagen. Eenvoudiger en goedkoper kan niet, zolang de arbeidskosten op het huidige niveau liggen.

 

Eén kleine schijveneg

Opvallend is dat er geen enkele machine staat, afgezien van een kleine schijveneg. Niemand kan me vertellen hoe de schijveneg gebruikt moet worden. Alle vormen van trekkracht (trekker, os, ezel, paard) ontbreken hier. Grondbewerking gebeurt met de hak waarmee onder meer het wieden gebeurt en afvoerkanaaltjes worden gemaakt.
Ook hier is de tarweteelt van groot belang. Niet omdat het zo veel opbrengt (800 kg / ha), maar omdat het een gewoonte is. De verbouw zal best beter kunnen, vroeger bracht het 2.000 kg /ha op, als er weer inputs komen. Maar helaas is het klimaat niet te veranderen en dat betekent dat er eenvoudigweg geen droog etmaal is om te oogsten. Natte tarwe is niet te bewaren en drogen met vochtige lucht is niet mogelijk. Koelen met lucht van meer dan 15 graden is al evenmin mogelijk. De gevolgen zijn duidelijk: de aanwezige fusarium heeft vrij spel evenals de afrijpingsziektes. Zeker zolang er geen geld voor gewasbescherming is. Vorming van DON sluit ik dan ook niet uit.

 

Op bescheiden schaal

Het is voor mij nog steeds een raadsel waarom de Burundi-boeren hun gewassen telen alsof er duidelijke seizoenen zijn. Ik zou denken: plant/zaai iedere week een stukje, zodat je het hele jaar door met in achtneming van de droge zomermaanden vers kunt oogsten en afzetten. Op de theeplantages oogsten ze iedere twee weken de nieuwe blaadjes.
Op deze hoogte groeien geen of nauwelijks bananen. In lagergelegen delen groeien ze overal rond de huizen en zorgen ze voor schaduw. Op het land zorgen de bananen voor productie.
In enkele dorpen waar de ontwikkeling reeds op bescheiden schaal zijn intrede heeft gedaan, proberen de Burundi zo veel mogelijk werkgelegenheid te creëren in de ambachtelijke industrie, tuinbouw en veehouderij (koeien, kippen en varkens). Denk niet dat deze varkens lekker ForFarmers-voer krijgen. Nee, ze krijgen gras, afval, wat mais en cassave. Dit gras doet me denken aan riet qua lengte en grofheid. Maar gezien de productie van de koeien die gevoerd zijn met dit gras, concludeer ik dat de voedingswaarde niet slecht is.

Of registreer je om te kunnen reageren.