Redactieblog

1115 x bekeken

NMA: afspraken meelfabrieken ernstige zaak

81,6 miljoen euro. Dat is de boete die de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMA aan vijftien meelfabrieken heeft opgelegd. De reden: de meelfabrieken hebben tussen 2001 en 2007 onderling afspraken gemaakt.

De NMA spreekt van een ernstige zaak. ”Kartelafspraken benadelen de consument en zijn daarom verboden”, aldus Pieter Kalbfleisch, voorzitter Raad van Bestuur van de NMA.

Het boetebedrag had nog 25 miljoen euro hoger kunnen zijn. ”Drie partijen hebben gebruik gemaakt van de clementie-regeling. Daarbij melden partijen hun deelname aan een kartel vrijwillig bij de NMA. Daarmee hebben de drie partijen gezamenlijk een boeteverlaging van 25 miljoen euro gekregen”, aldus een woordvoerder van de NMA. De bedrijven hebben de informatie over de kartelvorming aan de NMA gegeven nadat duidelijk werd dat de NMA een onderzoek had ingesteld.

De hoogte van de boete wordt bepaald aan de hand van de duur van de overtreding en de omzet die gerealiseerd is met de besmette activiteit. Op basis hiervan kreeg Het Belgische Dossche de hoogste boete, 22,8 miljoen euro, Ranksmeel uit Groningen 13,1 miljoen euro boete, het Belgische Ceres kreeg 12,9 miljoen euro boete opgelegd. De boetes moeten betaald worden aan het ministerie van financiën.

De meelfabrieken Meneba, Werhahn, Grain Millers, Ranks, Dossche, Ceres, Engelke en Flechtofer hebben volgens de NMA afspraken gemaakt over de verdeling van de markt. De meelfabrieken hadden afspraken gemaakt om elkaars klanten niet over te nemen, meldt de NMA. Meneba , Ranks, Dossche, Koopmans en Krijger zijn volgens de NMA betrokken bij de opkoop van concurrent Van Ooijen. Krijger Molenaar zegt in een reactie dat het hierbij gaat om een eenmalige en eenzijdig e-mailcontact met een concurrent.

Meneba, Werhahn, Grain Millers, Ranks, Dossche, Ceres, Engelke, Flechtorfer en VK Mühlen worden door de NMA beschuldigd van het afkopen van concurrent Ranks voor afzet die het bedrijf misloopt door de afspraken. Daarnaast zijn alle betrokken bedrijven, met uitzondering van Ranks, Koopmans en Krijger volgens NMA betrokken bij de koop van meelfabriek Uno in Bergen op Zoom. Deze fabriek ging in 2002 failliet. De andere meelbedrijven kochten de fabriek vervolgens via een stroman op om hem te ontmantelen. Hiermee wilden ze voorkomen dat er ooit nog een concurrent zou komen in de fabriek.

De betrokken meelfabrieken bekijken de boetes die ze opgelegd hebben gekregen en overwegen juridische stappen. Ranksmeel heeft al aangegeven juridische stappen te ondernemen, vanwege de hoogte van de boete.

Voorzitter Albert Schipper van de Nederlandse Vereniging van Industriële Bakkerijen meldt in de Volkskrant dat hij geen aanwijzing heeft dat er sprake is geweest van een kartel in de meelsector. In Nederland wordt jaarlijks ongeveer 1 miljoen ton ruwe tarwe vermalen. Meneba is de grootste partij, Krijger de kleinste van de vier belangrijkste spelers op deze markt.

Boetes die de NMA heeft opgelegd:
Dossche 22,8 miljoen euro
Ranksmeel 13,1 miljoen euro
Ceres 12,9 miljoen euro
Meneba 9 miljoen euro
Engelke 7,7 miljoen euro
Brombamills 4,6 miljoen euro
Werhahn 3,9 miljoen euro
Grain Millers 2,8 miljoen euro
VK Mühlen 2,3 miljoen euro
Flechtorfer 908.000 euro
Okermühle 392.000 euro
Milser Mühle 392.000 euro
Saalemühle 392.000 euro
Krijger 71.000 euro
Koopmans geen boete (verjaard)

Of registreer je om te kunnen reageren.