Akkerbouw

Achtergrond 994 x bekeken 3 reacties

Minder ziekten en hogere opbrengsten

Mengteelt of intercropping heeft veel voordelen ten opzichte van monocultuur. Voor praktische toepassing van mengteelt is nog een flinke omslag in mechanisatie nodig.

Afstappen van grote akkers met één gewas en omschakelen naar mengteelt, of teelt in stroken of rijen met verschillende gewassen. Is dat utopie, of wordt dat op lange termijn gemeengoed?

De eerste zes biologische akkerbouwers draaien mee in proeven van Wageningen UR met mengteelt in de vorm van stroken- of rijenteelt. “Teelt in stroken leidt tot minder ziekten en plagen en dat is een groot voordeel, omdat 50% van de gewasbeschermingsmiddelen onder druk staat”, zegt Wijnand Sukkel, onderzoeker duurzame landbouw Wageningen Plant Research. “Bij toepassing van strokenteelt verspreiden ziekten zich minder snel en er zijn veel meer schuilmogelijkheden voor nuttige insecten.”

Aantal natuurlijke vijanden

Uit onderzoek op proefvelden in Wageningen werden in strokenteelt zestien natuurlijke vijanden gevonden per vijf vierkante meter, in een monocultuur vier. Bij de oogst van het ene gewas blijft het andere gewas nog staan, waardoor natuurlijke vijanden op de akkers aanwezig blijven. Loopkevers, lieveheersbeestjes, sluipwespen, torren en spinnen bestrijden op natuurlijke wijze trips en bladluizen. “Bij een proef met erwten in strokenteelt was de luizendruk dan ook aanzienlijk lager”, weet Sukkel.

In strokenteelt heeft de afwisseling van maai- en rooigewassen twee voordelen. Natuurlijke vijanden overleven in de stoppel van het maaigewas, als de grond wordt verstoord bij het rooien. En de stoppel van het maaigewas kan als transportbaan voor het rooigewas dienen, waardoor minder structuurbederf optreedt. Ook is strokenteelt met afwisseling van open en gesloten gewassen aantrekkelijk voor akkervogels en andere dieren. Strokenteelt is landschappelijk ook attractief voor burgers.

Hogere opbrengsten

Bij volledige menging van gewassen of zeer smalle stroken (afwisseling van gewassen om één of enkele rijen) zorgen voor zowel de weerbaarheid tegen ziekten en plagen, als betere benutting van licht, water en nutriënten voor hogere opbrengsten. Bij bredere stroken (breder dan 3 meter) speelt met name de verminderde druk van ziekten en plagen een grote rol in de opbrengstverhoging. Voor strokenteelt is veel interesse vanuit de biologische landbouw. Uit onderzoek op proefvelden in Wageningen bleek dat de biologische teelt van consumptieaardappelen in stroken met graan 35 ton opleverde, in vergelijking met 30 ton in monoteelt. “Dat is 5 ton extra per hectare, met name doordat phytophthora zich niet in vier richtingen verspreidt, maar alleen in de lengterichting van de geïnfecteerde strook”, stelt Sukkel.

In een recente meta-analyse van de literatuur over intercropping, door Wageningen UR en INRA (Frans nationaal instituut voor agrarisch onderzoek), komt bij alle soorten mengteelt een gemiddelde opbrengstverhoging naar voren van 22%. Dat is te danken aan een betere benutting van licht, water en mineralen, en aan minder ziekten en plagen. “Strokenteelt levert nog meer op, namelijk 25% meer ten opzichte van monoteelt”, zegt Dirk van Apeldoorn, onderzoeker diversiteit van agro-ecosystemen van Wageningen UR. “Dat kan alle akkerbouwers veel geld opleveren, zeker voor hoogsalderende gewassen. De kosten van gewasbescherming zijn ook nog eens lager en de bodemvruchtbaarheid verbetert.”

Luchtfoto van strokenteelt met diverse gewassen op proefvelden in Wageningen. Bij strokenteelt zijn meer natuurlijke vijanden per vierkante meter aanwezig en de opbrengst van gewassen is groter dan bij monoteelt. De stroken zijn 6 en 3 meter breed. - Foto: Harm Bartholomeus
Luchtfoto van strokenteelt met diverse gewassen op proefvelden in Wageningen. Bij strokenteelt zijn meer natuurlijke vijanden per vierkante meter aanwezig en de opbrengst van gewassen is groter dan bij monoteelt. De stroken zijn 6 en 3 meter breed. - Foto: Harm Bartholomeus

Grootschalige proef in Lelystad

Op het biologisch akkerbouwbedrijf ERF in Lelystad is een grootschalige proef aangelegd met stroken van 6, 12, 24 en 48 meter breed op in totaal 42 hectare. Dit is te zien bij Almere langs de A6. “Smalle stroken hebben de meeste voordelen, maar het moet qua mechanisatie ook werkbaar blijven”, stelt Van Apeldoorn. “Je gaat met een combine niet terug naar 3 meter breed en bij bemesten met een sleepslang is de boom vaak 12 meter breed.”

Inzet kleine veldrobots

De meng- of strokenteelt moet passen bij de mechanisatie op een bedrijf. Bij rijpaden met vaste breedtes is dat niet zo’n probleem. Maar als er veel machines aanwezig zijn met verschillende werkbreedtes, kan dat wel lastig zijn. Wageningen UR ziet omschakeling naar kleine, lichte(re) en autonome mechanisatie als gewenste oplossing. Ook om de vaak onomkeerbare verdichting van de ondergrond door steeds zwaardere machines te voorkomen.

Lichte, kleine machines die autonoom functioneren, bevorderen op termijn niet alleen de bodemkwaliteit, maar maken het ook mogelijk om het bedrijf energieneutraal te laten functioneren. Wageningen UR becijferde dat dit jaarlijks ongeveer 200 liter dieselolie per hectare scheelt.

Lichte, autonome mechanisatie

Maar zover is het nog niet, deze ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen. “Het komt er wel aan, maar het gaat nog een tijdje duren voordat het gemeengoed is”, zegt Herman Schoorlemmer van Wageningen UR. Het in juni 2017 gestarte vierjarige project Smaragd stimuleert de ontwikkeling van lichte autonome mechanisatie, om een betere bodemkwaliteit mogelijk te maken, de weerbaarheid en opbrengst van gewassen te verhogen en de CO2-voetafdruk te verlagen.

Smaragd staat voor Slimme Mechanisatie – Automatisering – Robotisering voor een Akkerbouw met Groei en Duurzaamheid. “We zoeken ook naar systemen die zware producten van het land kunnen afvoeren. Uiteindelijk willen telers niet meer dat er op hun land zware oogstmachines rijden met een bunker vol geoogst product”, vertelt Smaragd-projectleider Schoorlemmer. In de Hoeksche Waard is een groep akkerbouwers bezig met een zelfrijdende transportwagen die product van het land naar het begin van het perceel brengt. “Ervaringen van andere initiatieven in de transport- en logistieksector gaan hierbij helpen. Ik denk daarbij aan zelfrijdende auto’s en bussen, en autonome opslag- en transportsystemen”, stelt Schoorlemmer.

Gert Noordhoff oogstte de tarwe op 8 augustus 2017. De tarwe is gezaaid in strokenteelt in combinatie met luzerne. - Foto: Hans Banus
Gert Noordhoff oogstte de tarwe op 8 augustus 2017. De tarwe is gezaaid in strokenteelt in combinatie met luzerne. - Foto: Hans Banus

Echte mengteelt

Van Apeldoorn vindt dat echte mengteelt (gewassen door elkaar telen) de meeste voordelen oplevert voor bodemverbetering door biodiversiteit. “Het is alleen hartstikke moeilijk om de juiste gewascombinaties te vinden. Je trekt een doos van Pandora open, met een groot aantal keuzes die je moet maken. Het begint al met welke gewassen, dan welke rassen, welke verhoudingen, wanneer en hoe zaaien en hoe te oogsten, et cetera.”

Van Apeldoorn verwacht dat nieuwe technologieën gaan helpen, zoals bijvoorbeeld zelfstandige robots. De onderzoeker ziet op termijn kansen voor gantryrobotsystemen, waarbij sensoren en kleine machientjes aan een rail boven het gewas kunnen bewegen. Dit kan met zelfrijdende machines of via pivotsystemen. “Hiermee kun je van bovenaf op plantniveau gewassen in mengteelt managen, in plaats van op perceelniveau”, zegt Van Apeldoorn.

‘Geen toekomst voor kleine, geautomatiseerde oogstmachines’

Hij ziet onder Nederlandse omstandigheden geen toekomst voor kleine, geautomatiseerde machines die gaan oogsten. Grondbewerking, zaaien en onkruid wieden gaat prima met robots, maar voor de oogst van zware producten zoals suikerbieten en aardappelen is vernieuwing nodig. “Dan heb je systemen nodig zoals gantry, maar dan uitgerust met een lopende band, om geoogst product naar een centraal punt te vervoeren en vanaf daar te transporteren naar de verwerker. Je kunt daarbij denken aan een combinatie van een kleinschalig gantryrobotsysteem zoals farmbot en een pivot-irrigatiesysteem”, vertelt Van Apeldoorn.

Nieuwe technologie is nog in ontwikkeling, maar cruciaal om een echte mengteelt mogelijk te maken. “Telers hoeven hier niet op te wachten. Ze kunnen nu al aan de slag met strokenteelt, om alvast te profiteren van de vele voordelen van mengteelt”, stelt Van Apeldoorn.

‘Meer gewassen in stroken telen’

Gert Noordhoff in Bellingwolde past op 3,5 hectare bewust strokenteelt toe. Hij wil meer biodiversiteit, meer akkervogels en meer natuurlijke vijanden voor ongedierte.

Naam: Maatschap Gert (36) en Abel Noordhoff (69). Woonplaats: Bellingwolde (Groningen) Bedrijf: Gert Noordhoff runt samen met zijn vader Abel een akkerbouwbedrijf van 50 hectare in gedeeltelijke omschakeling naar een biologische werkwijze. Het bouwplan op kleigrond bestaat uit tarwe, luzerne, suikerbieten, pompoen, haver, gerst, emmer en oude tarwerassen. Sinds dit jaar teelt hij in strokenteelt. - Foto: Hans Banus
Naam: Maatschap Gert (36) en Abel Noordhoff (69). Woonplaats: Bellingwolde (Groningen) Bedrijf: Gert Noordhoff runt samen met zijn vader Abel een akkerbouwbedrijf van 50 hectare in gedeeltelijke omschakeling naar een biologische werkwijze. Het bouwplan op kleigrond bestaat uit tarwe, luzerne, suikerbieten, pompoen, haver, gerst, emmer en oude tarwerassen. Sinds dit jaar teelt hij in strokenteelt. - Foto: Hans Banus

Noordhoff schakelt met zijn akkerbouwbedrijf om naar een biologische werkwijze. De maatschap streeft naar meer biodiversiteit. “Het toepassen van strokenteelt past daar goed bij”, vindt Gert Noordhoff die dit jaar deelneemt aan een praktijkproef van Wageningen UR met strokenteelt op akkerbouwbedrijven. Hij werd via een lezing van Dirk van Apeldoorn op een biobeurs op de hoogte gebracht van mengteeltproeven in Wageningen. “Ik was direct enthousiast en wilde graag deelnemen aan praktijkproeven”, zegt Noordhoff. Hij is een van de zes akkerbouwers met een biologische bedrijfsvoering die deelnemen aan de proef.

In 2016 experimenteerde Noordhoff al met teelt in stroken op 3,5 hectare, waarbij luzerne en gerst in smalle stroken zijn gezaaid. De luzernestrook is afgestemd op de oogstmachine van de drogerij in stroken van 6 meter breed, en de gerst in stroken van 4 tot 12 meter breed. Dit jaar combineert Noordhoff stroken tarwe, gerst, emmer (tetraploïde tarwesoort) en pompoen met stroken luzerne. “Ik streef naar meer natuurontwikkeling en het vergroten van de biodiversiteit op ons bedrijf. Teelt in stroken past daar goed bij, omdat dit systeem zorgt voor veel meer natuurlijke vijanden van ongedierte. Bijvoorbeeld sluipwespen die luizen vreten”, vertelt Noordhoff.

Meer akkervogels

Ook vindt de Groninger akkerbouwer het belangrijk dat er meer akkervogels komen. “Door verandering van teeltwijze, waarbij het land nooit kaal is, willen we graag de vogelstand verbeteren. Met name die van de veldleeuwerik, graspieper, kwartel en de grauwe kiekendief die kenmerkend is voor deze omgeving.” Volgens Noordhoff hebben de gewassen bij hoge temperaturen in strokenteelt door meer luchtdoorstroming ook minder last van hittestress.

Een nadeel van strokenteelt ervaart Noordhoff in de pompoenen. “Met stroken kunnen we de pompoen alleen maar in de lengterichting schoffelen en de pompoenen ranken naar de naastgelegen graanstroken. Het was nodig om de ranken terug te leggen in de eigen strook, om te voorkomen dat ze bij het combinen kapotgaan.”

Volgend jaar wil hij naar 14 hectare strokenteelt toe en wil hij ook mengteelten met graan-erwten uitproberen. “Je moet het systeem over meer jaren toepassen. Dan neemt de biodiversiteit verder toe en gaat de ziektedruk nog verder omlaag. Dat gaat bedrijfseconomisch uiteindelijk ook meer rendement opleveren.”

Voordelen strokenteelt

  • Hogere nutriëntenbenutting en opbrengsten.
  • Minder ziekten en plagen, dus minder gewasbescherming nodig.
  • Aantrekkelijker landschap voor fauna en burgers, en minder erosie in heuvelachtig gebied.
  • Meer biodiversiteit en verbetering bodemkwaliteit.
  • Lagere belasting bodem en minder structuurbederf

Als mechanisatie verder is ontwikkeld richting kleine, geautomatiseerde machines: 

  • Energiezuinig en goedkopere machines.
  • Minder arbeidskosten door de inzet van veldrobots.

Knelpunten voor introductie meng- of strokenteelt

  • Het beperkte rassenaanbod voor mengteelt; rassen zijn ontwikkeld voor monocultuur.
  • Het vinden van de juiste lengte en breedte van teeltstroken.
  • Uitvinden welke gewascombinaties het interessantst zijn; wat mengen in welke verhouding?
  • Huidige mechanisatie is volledig afgestemd op monocultuur. Het is de vraag of omschakeling naar kleine, lichte en autonome mechanisatie of veldrobots reëel is voor grootschalige bedrijven die in grote machines hebben geïnvesteerd.
  • Nog te weinig ervaring met geavanceerde, slimme, kleine machines of robots en gantrysystemen.
  • Nog onvoldoende waardering van biodiversiteit in de keten, bijvoorbeeld voor een aantrekkelijk landschap (vergoedingen GLB) en bij afzet van producten (meerwaarde in de keten).

Laatste reacties

  • agratax(1)

    Doet deze manier van smalle percelen niet denken aan de vroegere Essen, waarbij de verschillende gewassen, toen van verschillende boeren, op dezelfde wijze waren gesitueerd? Nu nog zorgen dat ook de vogels hun plek kunnen vinden rond deze stroken door bv. her en der boom en struik partijen aan te leggen. Ook nu geldt; "Anders denken, niet meer denken in oppervlaktes per manuur, maar denken in opbrengst per geinvesteerde Euro en besparing op inputs.

  • ed12345

    Nieuw is de strokenteelt niet In ontario en quebec werd in de jaren 80 ook aan strokenteelt gedaan met afwisselend mais en soyabonen en soms zomertarwe of gerst Toen werd geconstateerd dat de buitenste rijen mais vooral profiteerde van meer zonlicht en de soya beschermt door de mais een hogere dagtemperatuur
    Het resultaat was ook hogere opbrengsten Toch heeft het niet lang geduurd De gewasbescherming en bemesting als ook de oogst bleken te lastig

  • WGeverink

    Zet er nog wat bossen met kruisbessen tussen en wat pruimen en kersenbomen dan begint het al aardig op moeders moestuin te lijken. In Nederland zijn de bedrijven klein, het seisioen lang en er is genoeg personeel. Feit is dat de boerderijen in rap tempo groter worden. In de prairie provincies zijn er tegenwoordig talloze bedrijven die tussen de honderd en tweehonderd quarters bewerken. En quarter is een vierkant stuk grond van 64 hectare. De extra tijd en personeel die nodig is om rond stroken te rijden en het extra brandstofgebruik door de extra afgelegde kilometers zou een enorme handicap zijn. Het is nu al hartstikke moeilijk om voldoende personeel te vinden om de machines te bemannen.

Of registreer je om te kunnen reageren.