Akkerbouw

Achtergrond 4071 x bekeken

12 antwoorden over equivalente mestmaatregelen

Telers die hoge opbrengsten halen, mogen meer bemesten met de equivalente mestmaatregelen. De verruiming van de normen zet bemestingsplannen op de kop.

Er komen ruimere gebruiksnormen voor akkerbouwgewassen. De lang verwachte en zeer gewenste equivalente maatregelen zijn een feit. Kort gezegd komt het er op neer dat wie veel oogst extra mag bemesten. Daarmee komt een eind aan de verschraling van de bodem door krappe bemestingsnormen, waartegen akkerbouwers al jaren te hoop lopen.

  • meer stikstof 
  • meer fosfaat 
  • minder dierlijke mest 
  • strenge voorwaarden 
  • meer administratie

Bovengemiddelde hectareopbrengsten

Boeren mogen vanaf dit jaar extra mineralen aanvoeren als ze bovengemiddelde hectareopbrengsten halen: de equivalente mestmaatregelen. Equivalent wil zeggen: gelijkwaardig aan of corresponderend met, bemestingsnormen die corresponderen met de feitelijke afvoer van mineralen van het land. Het milieu mag niet extra worden belast. Daarom moet de boer met afleveringsbewijzen aantonen die hogere opbrengsten te halen en gelden andere voorwaarden.

Dit zijn de 3 equivalente maatregelen:

  1. Er geldt een extra fosfaatgebruiksnorm bij bovengemiddelde opbrengsten bij mais, suikerbieten, consumptieaardappelen, pootaardappelen en zaaiuien. Dit geldt alleen voor de fosfaatklassen laag en neutraal.
  2. Er is een extra stikstofgebruiksnorm bij bovengemiddelde opbrengsten bij 16 akkerbouw- en groentegewassen. 
  3. Extra stikstof mag worden aangevoerd in mais op zand- en lössgrond als rijenbemesting wordt toegepast.

Aan de hand van 12 vragen en antwoorden bekijken we de regeling nader.

1. Waarom komen nu deze equivalente mestmaatregelen?

Omdat de opbrengsten de afgelopen tien jaar structureel zijn gestegen. In de regelgeving is daarmee geen rekening gehouden. De stikstofnormen zijn in een aantal gevallen strenger dan nodig om het doel in de Nitraatrichtlijn van 50 milligram nitraat in het grondwater te halen.

Voor fosfaat geldt dat de overheid erkent – en nu dus wil voorkomen – dat bij de huidige opbrengsten en toedieningsnorm de fosfaattoestand daalt van het wenselijke niveau ‘neutraal’ naar ‘laag’.

2. Voor welke gewassen gelden de mogelijkheden van een ruimere bemesting?

Voor stikstof: suikerbieten, poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen, winter- en zomertarwe, winter- en zomergerst, bloemkool, broccoli, slasoorten, prei, andijvie, winterpeen en waspeen, zaai ui en mais.

Voor fosfaat: suikerbieten, poot- en consumptie-aardappelen, zaai-ui en mais.

3. Wie bepaalt nou wat een hogere opbrengst is en zijn daar kosten aan verbonden?

De normen voor de hogere opbrengst zijn vastgesteld door de overheid. De teler moet bewijzen dat hij daadwerkelijk die hogere opbrengsten heeft gehaald. Deelnemers betalen € 195 per bedrijf voor de kosten die de overheid maakt voor monitoring van de milieueffecten.

Om extra stikstofruimte te krijgen hebben telers op kleigrond de mogelijkheid om gebruik te maken van de N-differentiatieregeling (frites-biet-graan-regeling). Deze regeling is minder ingrijpend. De teler hoeft alleen maar aan te tonen dat hij hogere opbrengsten haalt.
Om extra stikstofruimte te krijgen hebben telers op kleigrond de mogelijkheid om gebruik te maken van de N-differentiatieregeling (frites-biet-graan-regeling). Deze regeling is minder ingrijpend. De teler hoeft alleen maar aan te tonen dat hij hogere opbrengsten haalt.

4. Hoeveel mag extra worden bemest?

Voor stikstof verschilt dat per gewas en per opbrengstniveau. De hoogte van de extra stikstofnorm varieert van 6 kilo bij 7 ton zomergerst tot 45 kilo stikstof per hectare bij 85 ton suikerbieten.

Voor fosfaat geldt, vooralsnog alleen bij fosfaattoestand ‘laag’, voor de bij vraag 2 genoemde gewassen een extra gift van 5 kilo per hectare.

5. Hoe moet je aantonen wat je precies hebt geoogst?

De teler moet met afleveringsbewijzen en facturen aantonen dat hij de hogere opbrengsten haalt. Een accountantsverklaring moet bewijzen dat de teler de juiste gegevens aanlevert.

Om gebruik te kunnen maken van de regeling gelden in principe de opbrengsten van de drie voorgaande teeltjaren. In de opstartfase is het anders. Voor teeltjaar 2017 gelden de opbrengsten van 2016. Voor 2018 die van 2016 en 2017. Vanaf 2019 gelden de opbrengsten van de drie voorgaande teeltjaren.

Suikerbieten laden in de Gelderse Achterhoek. Voortaan mag bij hoge gewasopbrengsten boven de basisnorm worden bemest. - Foto: Jan Willem Schouten
Suikerbieten laden in de Gelderse Achterhoek. Voortaan mag bij hoge gewasopbrengsten boven de basisnorm worden bemest. - Foto: Jan Willem Schouten

6. Kan de akkerbouw nu blij zijn met de regeling?

Ja, in ieder geval een beetje blij. De equivalente maatregelen kunnen verschraling van de bodem voorkomen. Er mag bij hogere opbrengsten meer worden bemest. Al moet gezegd dat de overheid bij de verruiming aan de voorzichtige kant is gebleven. Om een positief milieueffect te garanderen is 10% gekort op de door Wageningen UR berekende adviesgift.

De vreugde wordt wel wat getemperd door de voorwaarden. Zo geldt voor de hogere stikstofnorm dat minder stikstof uit dierlijke drijfmest op het land mag. Nu is dat maximaal 170 kilo per hectare. Dat wordt maximaal 75 kilo stikstof op zuidelijk zand en löss en 100 kilo op overige grond.

Verder mag de akkerbouwer die deelneemt minder dierlijke mest op zijn land uitrijden. Dat is slecht is voor de bodemgezondheid én voor de portemonnee van de akkerbouwer. De mineralen die de boer op die manier níet op zijn land brengt, moet hij compenseren met aangekochte kunstmest. Ook de extra stikstofruimte mag alleen worden ingevuld met kunstmest.

Niet voor iedereen is er nu gelijk een groot voordeel, dus.
Aan de andere kant, ten opzichte van de huidige situatie is er ook voor niemand een nadeel.

Belangrijk is wel dát de systematiek is goedgekeurd. Dat feit geeft mogelijkheden voor verdere inhoudelijke verbetering.

7. Is deelname aan de regeling altijd aantrekkelijk?

Het is maar hoe je bekijkt. In het voorbeeld hierna is sprake van meer kosten en een hoop gedoe om een paar kilo stikstof te mogen geven. De vraag is dan of extra kilo’s door de extra stikstof de kosten en de moeite compenseren.

Nogal wat akkerbouwers zetten hun bemestingsplan maximaal rond met dierlijke mest. Deze akkerbouwers zitten er niet op te wachten om dierlijke mest om te ruilen voor een paar kilo extra stikstof. Uitgaande van een fosfaatnorm van 60 kilo per hectare kan een teler 40 kuub rundveemest aanvoeren, ofwel 160 kilo stikstof per hectare.

Uirijden van mest in Vlagtwedde (Groningen). De equivalente maatregelen beperken de mogelijkheid om via het gebruik van dierlijke mest het organischestofgehalte te verhogen. - Foto: Koos van der Spek
Uirijden van mest in Vlagtwedde (Groningen). De equivalente maatregelen beperken de mogelijkheid om via het gebruik van dierlijke mest het organischestofgehalte te verhogen. - Foto: Koos van der Spek

Meedoen aan de regeling betekent dat voor het hele bedrijf dat maar 100 kilo stikstof uit dierlijke mest aangevoerd mag worden. Dat komt neer op maximaal 25 ton rundveemest per hectare. Bij een toebetaling van € 5 per ton komt het verschil tussen 40 en 25 ton neer op een inkomstenderving van € 75 per hectare. Bovendien moet 60 kilo extra stikstof in de vorm van kunstmest gekocht worden en extra kali. Samen kost dat nog eens € 85 per hectare.

Daartegenover zou dan een meeropbrengst uit extra stikstof van € 160 per hectare moeten staan, ofwel twee ton zetmeelaardappelen, één ton graan of ruim één ton fritesaardappelen. en dan speel je alleen nog maar quitte.

De kosten van invulling van extra fosfaatruimte met compost hebben we nog niet geteld.

8. Hoe verhouden zich nou deze equivalente maatregelen tot de al bestaande frites-biet-graan-regeling?

Deze regeling ofwel de N-differentiatie regeling geldt alléén voor kleigrond en alléén voor fritesaardappelen, suikerbieten en granen. Bij deze frites-biet-graan-regeling moet ook de hogere opbrengst worden aangetoond. Verder zijn er geen voorwaarden of beperkingen. Er mag hier 15 tot 30 kilo stikstof extra worden gegeven.

9. Voor hoelang gelden de equivalente mestmaatregelen?

In eerste instantie voor de duur van het vijfde Nederlandse actieprogramma Nitraatrichtlijn. Dat loopt eind 2017 af. Nog bekeken wordt of de maatregelen een vervolg krijgen in het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Voorzitter Jaap van Wenum van de vakgroep Akkerbouw van LTO Nederland gaat ervan uit dat dat het geval zal zijn

10. Wat moet een akkerbouwer doen?

Ondernemers die gebruik willen maken van de regeling moeten zich jaarlijks en uiterlijk op 1 juni aanmelden via RVO.nl.

11. Is niets doen ook een optie?

Niets doen, geen gebruik maken van de regeling equivalente mestmaatregelen, is een optie. Dan blijven de huidige bemestingsnormen van toepassing.

12. Mag je voor stikstof gebruik maken van de frites-biet-graan-regeling en voor fosfaat van het systeem van de equivalente maatregelen, dus het beste uit beide regelingen halen?

Ja, dat mag. Een bedrijf kan voor stikstof gebruik maken van óf de frites-biet-graan-regeling óf de equivalente maatregel stikstofgebruiksnorm óf de equivalente maatregel rijenbemesting in mais. Er kan tegelijkertijd wel gebruik worden gemaakt van de equivalente maatregel voor extra fosfaatbemesting.

Medeauteurs: Jan Engwerda en Luuk Meijering

Of registreer je om te kunnen reageren.