Akkerbouw

Achtergrond 5086 x bekeken 1 reactie

Zo verhoog je het gehalte organische stof

Organische stof is overal goed voor. Het op peil houden van de bodemvoorraad gaat niet vanzelf. Telers moeten keuzes maken in bijvoorbeeld meststoffen.

➤  Wat doet organische stof?  
➤  Probleem: organische stof op peil houden  
➤  Zo verhoog je het gehalte organische stof

➤ Wat doet organische stof?

Organische stof is overal goed voor. Op kleigrond verbetert het de bewerkbaarheid en zorgt het voor een betere lucht en waterhuishouding. Op zavelgronden vermindert het de slempgevoeligheid en op zandgronden zorgt organische stof voor een betere binding van voedingsstoffen zodat deze niet uitspoelen en vermindert het de droogtegevoeligheid. Op stuifgevoelige gronden zorgt het voor een betere binding tussen de gronddeeltjes.

Verse organische stof is ook voedsel voor het bodemleven. Een rijk bodemleven zorgt voor een weerbaardere bodem tegen belagers van de gewassen, zoals aaltjes of schimmels. Genoeg redenen dus om het organischestofgehalte van landbouwgronden te verhogen. Daarnaast komt de verhoging van het organischestofgehalte van de landbouwbodems steeds meer in de belangstelling vanwege de mogelijkheid om hiermee CO2 vast te leggen. Daarmee wordt de toename van de concentratie in de atmosfeer tegengegaan en zo wordt de klimaatveranderingen een halt toegeroepen.

Uitrijden van compost. De organische stof uit compost is stabiel en heeft daardoor een langetermijneffect op de bodemkwaliteit. - Foto: Henk Riswick
Uitrijden van compost. De organische stof uit compost is stabiel en heeft daardoor een langetermijneffect op de bodemkwaliteit. - Foto: Henk Riswick

Een hoger organischestofgehalte in de bodem verbetert de veerkracht van agrarische productiesystemen tegen extremer wordende weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering. Organische stof heeft een lagere dichtheid dan de bodemmineralen. Verhogen van het gehalte resulteert dus in een lossere bodem. Regenwater kan zo sneller opgenomen worden, waardoor minder snel wateroverlast ontstaat.

➤ Probleem: organische stof op peil houden

Het probleem is dat akkerbouwers al moeite hebben met het in stand houden van het organischestofgehalte, laat staan dat het lukt om dit substantieel te verhogen. In intensieve bouwplannen met veel hakvruchten blijft uit gewasresten niet genoeg achter om de balans in evenwicht te houden. Een gewas uien bijvoorbeeld laat maar 300 kilo effectieve organische stof per hectare achter. Terwijl bij organischestofgehalten van 2% en een jaarlijkse afbraak van 2% al 1.500 kilo effectieve organische stof per hectare nodig is om de afbraak te compenseren.

Een wintertarwestoppel levert met 1.640 kilo effectieve organische stof net genoeg om de afbraak te compenseren. Aardappelen compenseren maar voor de helft en suikerbieten voor globaal tweederde. Een geslaagde groenbemester kan ongeveer de helft van de jaarlijkse afbraak compenseren. Op het perceel achterlaten van tarwestro compenseert nog eens zo’n tweederde van de jaarlijkse afbraak.

Cijfers van onderzoekslaboratorium Eurofins Agro laten zien dat het gemiddelde organischestofgehalte van de Nederlandse landbouwgronden niet daalt. Wel blijkt de kwaliteit van de organische stof te veranderen.

Tot nu toe werd alleen de hoeveelheid organische stof bepaald. Afhankelijk van de kwaliteit van de organische stof, is vervolgens een keuze te maken voor de meest geschikte organische bodemverbeteraar.

Organische stof bestaat vooral uit koolstof (C), stikstof (N), fosfor (P) en zwavel (S). Als de organische stof veel stikstof en zwavel bevat, is dit aantrekkelijk voor het bodemleven (dynamisch). Het bodemleven ‘vreet’ dan graag de organische deeltjes. Daarbij komen stikstof en zwavel vrij en daalt het gehalte organische stof relatief snel. Als de organische stof echter veel koolstof bevat, zoals bij stro, is het moeilijker voor het bodemleven om dit te verteren (stabiel).

De samenstelling van de organische stof bepaalt de waarde voor de bodem. Hoe meer koolstof de organische stof bevat, hoe stabieler. Dergelijke organische stof blijft lang aanwezig in de bodem. Dat draagt onder andere bij aan een betere bodemstructuur en de bewerkbaarheid van de grond.

Het onderzoeksverslag vermeldt, naast het totale percentage organische stof, nu ook welk percentage uit koolstof bestaat. Dit percentage kan variëren tussen grofweg 30 en 70%. Hoe hoger dit getal, hoe stabieler de organische stof in de bodem. De kwaliteit van de organische stof is niet in één seizoen te veranderen, maar op termijn is er wel degelijk effect merkbaar van de gekozen bodemverbeteraar: dierlijke mest, compost, groenbemester of gewasresten.


➤ Zo verhoog je het gehalte organische stof

Navraag bij de gebruikers van de percelen in het onderzoek leerde dat akkerbouwers die bewust omgaan met organische stof de gehaltes wisten te verhogen, gebruik van vaste mest of compost zijn daarbij de beslissende factoren. Akkerbouwers die te maken hebben met dalende gehaltes zijn zich daarvan bewust, maar zien onvoldoende kans het tij te keren.

  • Aanvoer van compost

Aanvoer van compost is een bedrijfszekere manier om het os-gehalte van de grond te verhogen. De huidige mestwetgeving beperkt echter de hoeveelheid die jaarlijks aangevoerd kan worden omdat de helft van de met compost aangevoerde fosfaat meetelt voor de gebruiksruimte. In het nieuwe Actieplan nitraatrichtlijn komt wat meer ruimte voor gebruik van bodemverbeteraars, zoals compost.

Onderploegen van een geklepelde groenbemester. Deze organische stof breekt snel af en levert ook snel nutriënten na. - Foto: Mark Pasveer
Onderploegen van een geklepelde groenbemester. Deze organische stof breekt snel af en levert ook snel nutriënten na. - Foto: Mark Pasveer

De fosfaatgebruiksnorm voor de klasse hoog wordt weliswaar met 10 kilo per hectare verlaagd naar 40 kilo per hectare, maar ter compensatie voor deze aanscherping komt er voor de fosfaatklasse hoog vanaf 2020 wel 5 kilo meer fosfaatruimte om bodemverbeterende meststoffen toe te kunnen dienen. Bijkomende voorwaarde is wel dat de teler dan minimaal 20 kilo fosfaat per hectare toedient in de vorm van meststoffen met een hoog organischestofgehalte en een laag stikstofgehalte.

  • 10% meeropbrengst 

De rekenregel zegt dat 1 procentpunt stijging van de bodemorganische stof zorgt voor 10% meeropbrengst in de rooigewassen. Granen reageren echter nauwelijks op aanvoer van organische stof. Hoe natter de bodem en hoe zandiger het perceel, hoe groter het effect van extra organische stof. Bij 1% stijging van het os-gehalte houdt zandgrond gemiddeld 7 millimeter meer water vast in de bouwvoor, kleigrond gemiddeld 9 millimeter water. Met deze extra waterbuffer kan beregening een paar dagen uitgesteld worden.

Het is niet eenvoudig om het gehalte met 1 procentpunt te verhogen. Uitgaande van een bouwvoordikte van 30 centimeter is daarvoor 37,5 ton effectieve organische stof per hectare nodig. Bij een humificatie-coëfficiënt van 0,7 moet dan 53,5 ton verse organische stof aangevoerd worden. Binnen de huidige mestwetgeving is dat een kwestie van lange adem.

  • Niet-kerende grondbewerking

Een teeltsysteem met niet-kerende grondbewerking heeft ook een positieve invloed op het organischestofgehalte van de bodem. Dat blijkt uit het onderzoeksproject Basis dat door Wageningen UR uitgevoerd wordt op proefbedrijf Broekemahoeve in Lelystad (Fl.). Na acht jaar niet ploegen is het organischestofgehalte in de niet-kerenobjecten met een klein half procentpunt gestegen. Een duidelijke verandering in de bodem is de verdeling van de organische stof in de bouwvoor. Door de grond niet te keren, concentreert de organische stof zich in de bovenlaag van 0 tot 15 centimeter ten koste van de laag 15 tot 30 centimeter. Na acht jaar niet ploegen is het organischestofgehalte onder in de bouwvoor weer gelijk aan die van de ploegobjecten.

Een gezonde bodem is belangrijk. Zo houd je de bodem gezond.

Eén reactie

  • bert@carpay-advies.nl

    Onderzoeksmethoden ontwikkelen zich snel en wetenschappers van de universiteit van New Hampshire hebben ontdekt dat stabiele humus bestaat uit microbieel materiaal (cellen van afgestorven micro-organismen) en níet uit de moeilijk verteerbare delen van organisch materiaal. Dit is een nieuw inzicht! Dit inzicht roept de vraag op: hoe kan ik mijn bodembeheer het beste inrichten en de ontwikkeling van micro-biologie bevorderen? Een belangrijk neveneffect is dus verhoging van het humusgehalte van de bodem.

Of registreer je om te kunnen reageren.