Akkerbouw

Achtergrond 1922 x bekeken

Krijg 25x meer data van je perceel

HLB combineert aaltjes- en bemestingsmonsters. Met het sensorlaboratorium van SoilCares is analyse van veel bodemmonsters voordelig. Zo wordt bemonstering specifieker en krijg je meer inzicht in je perceel.
➤  De techniek: snelle bodemanalyse  
➤  Zo werkt het precies
➤  De uitkomsten voor de teler
➤  Aan de slag

Slim combineren van bodemmonsters geeft akkerbouwers plaatsspecifiek inzicht in de bemestingstoestand van de bodem. Advies- en onderzoeksinstituut HLB biedt telers de mogelijkheid om de vrijwillige intensieve bemonstering op aardappelmoeheid te combineren met een bemestingsonderzoek.

➤ De techniek: snelle bodemanalyse

Nieuwe sensortechnologie maakt een volledige bodemanalyse binnen twee uur mogelijk. De techniek is niet alleen sneller, maar ook goedkoper dan de traditionele analysemethoden.

Advies en onderzoeksinstituut HLB introduceert met de zogenoemde Lab-in-a-Box (Liab) en een SoilCares-handscanner een snelle methode om bodemmonsters te analyseren en daar direct een advies aan te koppelen. Het systeem analyseert bodemmonsters met behulp van sensortechnologie. De sensortechnologie die SoilCares ontwikkelde, maakt gebruik van een wereldwijde kalibratiedatabase. Hierin staat het elektromagnetisch spectrum van bodemmonsters uit een groot deel van de wereld opgeslagen samen met de chemische kenmerken van deze monsters. De apparatuur van SoilCares bevat sensortechnologie op basis van infrarood en röntgen. Deze zet de meting van een sensor aan de hand van de kalibratiedatabase om naar de chemische kenmerken van de bodem. Zo is het mogelijk om binnen twee uur een volledige bemestingsanalyse te maken zonder gebruik van chemicaliën en extractievloeistoffen. HLB koppelt vervolgens een advies aan de analyses van het Liab.

De voordelen

Het grote voordeel van dit systeem is dat het goedkoper is. HLB biedt verschillende servicepakketten aan, variërend van een analyse van een eigen gestoken monster tot een complete bemonsteringsservice en een plaatsspecifiek bemestingsadvies. Het idee is om de nieuwe dienst te combineren met het aardappelmoeheid (AM)-onderzoek. Van dezelfde monsters wordt dan ook een bodemanalyse gedaan. Als aanvulling op deze nieuwe laboratoriumtechniek ontwikkelt SoilCares een handscanner waarmee een teler op iedere gewenste plek zelf een bodem- of gewasmonster kan nemen en analyseren. Dat maakt het mogelijk om gedurende het groeiseizoen de bodemvruchtbaarheid en de gewasbehoefte en de gewaskwaliteit te meten. De scanner werkt met apps die via een smartphone verbonden zijn met de database van SoilCares. Binnen 10 minuten heeft de teler dan de gevraagde gegevens binnen.


➤ Zo werkt het precies

Voor bemonstering op aardappelmoeheid maakt HLB gebruik van een quad waarmee 700 steken per hectare genomen worden. De stroken waar de monsters genomen zijn, worden met behulp van gps vastgelegd zodat naast de eventuele aaltjesbesmetting ook de bemestingstoestand per strook vastgelegd wordt. In het project ‘Bodemplan’ dat HLB samen met Pars Granen in Friesland uitvoert, worden 5 monsters per hectare geanalyseerd. Het perceel wordt daarvoor in stroken verdeeld van ieder 0,20 hectare.

Bodemmonsters nemen met hulp van een quad. De monsternemer kan zo snel veel steken per hectare nemen. De monsterstrook wordt met GPS vastgelegd. - Foto: Sytze Bakker
Bodemmonsters nemen met hulp van een quad. De monsternemer kan zo snel veel steken per hectare nemen. De monsterstrook wordt met GPS vastgelegd. - Foto: Sytze Bakker

Per strook kan dan de bemestingstoestand bepaald worden. Om de analyse van het grote aantal monsters betaalbaar te houden, maakt HLB gebruik van het nieuwe SoilCares-sensorlaboratorium waarmee snelle en voordelige bodemanalyses mogelijk zijn. Volgens Geert Horlings van HLB kunnen met deze methode voor dezelfde prijs als voor een traditionele analysemethode 4 tot 5 keer meer monsters geanalyseerd worden.

➤ De uitkomsten voor de teler

De teler krijgt dezelfde informatie als uit een traditionele analyse, maar dan niet één uitslag per perceel, maar een uitslag per strook. Uitgaande van een gemiddelde perceelsgrootte van 5 hectare, ontvangt een teler dus 25 keer meer data. De kracht van het intensieve bemonsteren zit volgens Horlings in het herkennen van de verschillen binnen een perceel. Door daar op in te spelen, kunnen meststoffen efficiënter ingezet worden en kan beter naar behoefte bemest worden.

Handscanner om op iedere gewenste plek een monster te nemen. - Foto: HLB
Handscanner om op iedere gewenste plek een monster te nemen. - Foto: HLB

Volgens George Pars die de deelnemers aan het project begeleidt, is het sterke punt van het project dat het begint met de bodem. Met een koppeling van de bodemanalyse aan gegevens van luchtbeelden en gewassensoren is de vertaalslag naar praktisch handelen nog beter te maken. Afgelopen seizoen is nog niet met taakkaarten gewerkt, maar voor komend seizoen gaat HLB deze maken.

➤ Aan de slag

Volgens Horlings zijn er op vorig seizoen bemonsterde percelen kleigrond binnen de percelen vrij grote verschillen in bemestingstoestand gevonden; fosfaatbemestingsadviezen die variëren van 45 tot 117 kilo per hectare en kali-adviezen tussen de 130 en 300 kilo per hectare. Met deze kennis is volgens Horlings geld te verdienen door besparing op meststoffen of hogere opbrengsten door gerichtere inzet van de bemestingsruimte.

Uitslagformulier van de strokenbemonstering. Verschillen in bemestingstoestand binnen een perceel komen zo duidelijk naar voren. - Foto: HLB
Uitslagformulier van de strokenbemonstering. Verschillen in bemestingstoestand binnen een perceel komen zo duidelijk naar voren. - Foto: HLB

De AM-bemonstering gaat in stroken van 6 meter breed in de bewerkingsrichting van het perceel. De bemestingsstroken zijn dus een veelvoud van deze 6 meter. De breedte van deze stroken is afhankelijk van de lengte van een perceel. Het eerste jaar van het project gaf de deelnemers vooral inzicht in de verschillen binnen hun percelen. Komend seizoen gaan telers met taakkaarten aan de slag om ook daadwerkelijk actie te ondernemen. Een eerste praktische toepassing die Pars noemt is het plaatsspecifiek doseren van vloeibare fosfaat bij het poten van aardappelen. Dat kan via een taakkaart, maar door de strokenbenadering kan de teler de dosering ook handmatig bijstellen.

Op kleigrond wordt ook per strook de CEC en de calciumbinding en organischestofgehalte bepaald. Met deze gegevens kan de teler aan bodemverbetering werken door plaatsspecifiek gips of compost toe te dienen. Het idee is dat telers met de combinatiebemonstering niet alleen de aaltjessituatie volgen, maar ook de bemestingstoestand en de structuur van het perceel. Bij vervolgbemonsteringen is dan het effect van de genomen maatregelen te zien.

Een gezonde bodem is belangrijk. Zo houd je de bodem gezond.

Of registreer je om te kunnen reageren.