Akkerbouw

Achtergrond 685 x bekeken 1 reactie

Ruimte voor groter graszaadareaal

Graszaadbedrijven willen 10% meer graszaad contracteren. Een hoge kwaliteit en een relatief korte groeiperiode maken Nederlands graszaad concurrerend.

Op de wereldmarkt voor graszaden is ruimte voor 10% meer Nederlands graszaad. Dat meldde de werkgroep Graszaad en Graszoden begin september na een inventarisatie onder de graszaadhandelsbedrijven. Uitgaande van ruim 13.000 hectare graszaad die afgelopen seizoen in Nederland geteeld is komt dat neer op een extra areaal van zo’n 1.300 hectare.

Vraag naar graszaad stijgt

De graszaadoogst van 2017 leverde in de belangrijkste productiegebieden in de wereld geen hoge opbrengsten op. De voorraden worden afgebouwd terwijl de vraag naar graszaad stijgt. In de melkveehouderij zijn de financiële resultaten verbeterd zodat de veehouders weer investeren in graslandverbetering. Daarnaast zorgt ook de aantrekkende economie met bijbehorende toename van de bouwactiviteiten voor een groeiende vraag naar graszaad en graszoden voor particulier gebruik en naar grassen voor sportvelden.

‘Saldo € 200 tot € 300 per hectare hoger dan dat van graan’

Contractprijzen

Het prijsniveau voor de contracten ligt ongeveer op hetzelfde niveau als vorig jaar. De hoogte van de contractprijzen wordt door de zaadbedrijven ingeschaald op een niveau dat het saldo € 200 tot € 300 per hectare hoger ligt dan dat van graan. Dit verschil is nodig om de extra inspanningen en risico’s te compenseren. Door de relatief lage graanprijzen en de daaraan gekoppelde graszaadprijzen is het voor de graszaadbedrijven eenvoudiger om op de wereldmarkt op prijs te concurreren. Dat benadrukt nog eens de spilfunctie van graan voor de andere landbouwprijzen.
Artikel gaat verder onder de foto.

Dorsen van een perceel veldbeemdgras. In de graszaadteelt is het oogstvenster kleiner dan bij graan. Goede oogstmomenten moeten daarom maximaal benut worden. - Foto: Anton Dingemanse
Dorsen van een perceel veldbeemdgras. In de graszaadteelt is het oogstvenster kleiner dan bij graan. Goede oogstmomenten moeten daarom maximaal benut worden. - Foto: Anton Dingemanse

Opbrengsten

Het mooie van graszaad is volgens voorzitter Jeroen Giesen van de Werkgroep Graszaad en Graszoden dat telers die de teelt goed in de vingers hebben ver boven gemiddelde opbrengsten realiseren. De beste 10% telers halen volgens Giesen wel een dubbel graansaldo uit de teelt.

Giesen laat als voorbeeld de opbrengstgegevens zien van een Engels raaigras. De gemiddelde opbrengst voor dit type ligt op 1.700 kilo per hectare, maar de spreiding in opbrengsten ligt tussen 1.100 en 2.200 kilo per hectare. Bij een prijs van € 1 per kilo is dat wel € 500 per hectare meer dan het gemiddelde. Daar staan geen extra kosten tegenover.

Voor de saldovergelijking is gekozen voor twee voedertypes Engels raaigras en een wintertarwe omdat binnen een gangbaar bouwplan graszaad een alternatief is voor wintertarwe.

Voor de systematiek van de berekening is informatie uit de Kwantitatieve Informatie Akkerbouw en Vollegrondsgroenteteelt (KWIN) gebruikt. Prijzen en opbrengsten zijn aangepast aan het huidige niveau. Voor graszaad is de minimumprijs genomen. In de berekening is ervan uitgegaan dat de telers zelf oogsten. Stro en hooi blijven op het land achter. Hooiverkoop levert eventueel een extra plusje. De berekening laat zien dat het graszaadsaldo € 328 hoger ligt dan het graansaldo. Voor rassen of soorten met een lagere kilo-opbrengst gelden hogere contractprijzen waardoor het saldo op een vergelijkbaar niveau uitkomt. Tegenover een hoger saldo staat een hoger risico. Door een slechte bloeiperiode of ongunstig oogstweer kan de opbrengst zo maar 20% lager uitvallen. Dan daalt het saldo zo tot € 50 onder dat van wintertarwe. Daar staat tegenover dat telers die de teelt goed beheersen beduidend hogere opbrengsten kunnen halen. Oogst een teler 2.500 kilo in plaats van 1.900 kilo dan stijgt het saldo naar € 1.682 per hectare. Zet daar een wintertarwe-opbrengst van 12 ton tegenover dan komt het tarwesaldo uit op € 1.155 per hectare en stijgt het saldoverschil naar € 527 per hectare ten gunste van graszaad.

Vlak zaaibed

Volgens Giesen is het een optelsom van details die moeten kloppen om goede opbrengsten te halen.

Dat begint met een goed en vlak zaaibed opdat het gras vlot en egaal opkomt en de zwaden met de oogst goed opgepakt kunnen worden. Dat komt allemaal wat nauwer dan bij granen. Ook bij de oogst is het belangrijk om het juiste moment te pakken. Niet te vroeg, want dan zijn alle zaden nog niet rijp en niet te laat, omdat de vroegste zaden er dan al uitvallen. Bij granen is het oogstvenster veel groter. Bovendien staan deze rechtop zodat een regenbui niet zoveel schade kan doen aan het gewas.

Te laat voor inzaaien graszaad

Door wereldwijd lagere opbrengsten in afgelopen seizoen ontwikkelt de graszaadmarkt zich tot een vraagmarkt waarin wel ruimte is voor een groter areaal. De gewenste 10% uitbreiding voor komend seizoen lijkt er voor oogstjaar 2018 niet te komen. In het zuidwesten, het belangrijkste teeltgebied, is de aardappeloogst laat en is het nat. De oogst verloopt moeizaam waardoor de grond niet mooi genoeg is of het te laat wordt voor het inzaaien van graszaad.

Nederland kleine speler op wereldmarkt

Dat betekent volgens Giesen echter niet dat de prijzen sterk zullen stijgen. Nederland is een kleine speler op de wereldmarkt, het gat dat Nederland laat vallen wordt volgens Giesen opgevuld met extra areaal in Nieuw-Zeeland. De graszaadteelt staat daar op een zeker zo hoog niveau als in Nederland. De wisselkoersen zijn vooral bepalend voor de concurrentie vanuit Nieuw-Zeeland. Dichterbij is vooral Denemarken een concurrent. Daar wordt het graszaad echter vooral onder dekvrucht geteeld zodat telers daar niet zo snel in kunnen springen op een nieuw ontstane situatie.

Snel in kunnen springen op vraag in de markt is volgens Giesen een van de sterke punten van de Nederlandse graszaadsector. Na de teelt van een hakvrucht kan in september nog graszaad gezaaid worden. De oogst is een jaar later al op de markt. Dat in tegenstelling tot landen waar onder dekvrucht geteeld wordt. Daar duurt het zo’n twee jaar na het zaaien voordat de oogst op de markt komt.

Graszaadtelers krijgen tijdens een open dag over graszaadonderzoek uitleg over herbicide screeningsproeven die de Werkgroep Graszaad en Graszoden uit laat voeren. - Foto: Anton Dingemanse
Graszaadtelers krijgen tijdens een open dag over graszaadonderzoek uitleg over herbicide screeningsproeven die de Werkgroep Graszaad en Graszoden uit laat voeren. - Foto: Anton Dingemanse

Onkruidvrij graszaad telen

Mede door een rotatie met veel rooivruchten zijn Nederlandse telers ook in staat om onkruidvrij graszaad te telen. Dat gaat dan vooral om kweek en duist dat moeilijk uit te schonen is. De garantie op Nederlandse labels ‘Vrij van kweek en duist’ geeft een meerwaarde op de markt. Ook is er vraag naar gazongrassen zonder onkruiden. Daarnaast houden de graszaadbedrijven de regie over de rassen die zij contracteren. Dit zijn overwegend rassen die op de Europese Aanbevelende Rassenlijsten staan, dat geeft meer zekerheid in de afzet.

Kostprijs scherp houden

Een grote uitdaging voor de graszaadsector is volgens Giesen het scherp houden van de kostprijs. Gezien de grote opbrengstspreiding zit vooral in het verhogen van de opbrengst perspectief. De opbrengsten van Engels raaigras bijvoorbeeld zijn volgens Giesen in zes jaar gestegen van gemiddeld 1.300 naar 1.600 kilo per hectare. En dat kan nog verder omhoog. Om de teelt op een hoger plan te brengen werkt de hele sector samen in de Werkgroep Graszaden en Graszoden. Deze zorgt voor kennisuitwisseling, laat onderzoek doen en bekijkt of er nog wat te leren valt van het buitenland. De Werkgroep heeft zich aangesloten bij de International Herbage Seed Group waarin afgevaardigden van de sector uit de hele wereld kennis uitwisselen.

Beschikbaarheid gewasbeschermingsmiddelen

Een knelpunt in de teelt is de beschikbaarheid van voldoende gewasbeschermingsmiddelen. Één van de problemen is dat Engels raaigras niet onder de kleine gewassen valt waardoor een aantal onkruidbestrijdingsmiddelen niet in deze teelt gebruikt mogen worden, maar wel in de andere grassoorten. De werkgroep werkt er aan om ook Engels raaigras onder de kleine gewassen te laten vallen. Daarnaast wil de werkgroep in knelgevallen zo nodig bijdragen aan de registratiekosten voor nieuwe middelen. Alles om de teelt verder te kunnen optimaliseren en zo een stabiel en concurrerend saldo te realiseren.

Graszaad telt als groenbemester

In de voorstellen voor de invulling van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat loopt van 2018 tot en met 2021, wordt een graszaadstoppel aangemerkt als groenbemester.

Dat betekent dat de stikstofgebruiksnorm die voor de teelt van een groenbemester telt vanaf teeltjaar 2019 ook voor een graszaadstoppel geldt. Het idee erachter is dat een graszaadstoppel zich door een extra stikstofgift kan ontwikkelen tot een goede en nuttige groenbemester.

Volgens de huidige regels krijgt een teler voor een groenbemester op kleigrond 60 kilo en op zandgrond 50 kilo stikstof per hectare.

Kleigrond

Op kleigrond moet de groenbemester wel minimaal acht weken blijven staan, op zandgrond mag deze pas na 1 december ondergewerkt worden.

Voor telers die veldbeemd graszaad telen wordt de stikstofgebruiksnorm per 1 januari 2019 verhoogd van 110 naar 130 kilo stikstof per hectare.

De achtergrond hiervoor is dat het grasveldtype dat in Nederland voornamelijk geteeld wordt, meer stikstof nodig heeft dan het weidetype waar de oude norm op gebaseerd is.

Eén reactie

  • xw

    Bij de saldoberekening vergeet u de droogkosten en kosten container. Met wintertarwe heb je veel minder oogstrisico.
    Bij wintertarwe vergeet u de opbrengst van stro. Stro opbrengst is meestentijds gunstiger dan opbrengst graszaadhooi en stro is veel gemakkelijker te verkopen dan graszaadhooi.
    9,5 ton/ha wintertarwe is doorgaans gemakkelijk haalbaar. Voor de opbrengst graszaad die u vermeld moet alles wel mee zitten, vooral het weer gedurende de week dat het graszaad geoogst moet worden.
    Dit er bij opgeteld maakt het saldoverschil marginaal, het kan t.o.v. wintertarwe zelfs negatief uitpakken voor graszaad. Het is zogezegd allemaal het gevecht in de marge.

Of registreer je om te kunnen reageren.