Akkerbouw

Achtergrond 5398 x bekeken

Zo voorkom je problemen met rot in de bewaring

Aardappelen uit natte percelen vragen extra aandacht in de bewaring. Veel blazen en de temperatuur op peil houden is essentieel om vrijkomend vocht af te voeren.
➤  Weet wat je binnenhaalt, houd risicoplekken apart   
➤  Start direct met ventileren
➤  Zet voldoende kachels bij
➤  Vertrouw niet alleen op de bewaarcomputer
➤  Controleer probleempartijen dagelijks

De grote hoeveelheid regen in september heeft in de aardappelen op veel plaatsen z’n sporen achtergelaten. Door water dat te lang tussen de ruggen bleef staan en met water verzadigde ruggen, zijn er percelen waarin rotte aardappelen voorkomen. Droogte gecombineerd met hitte aan het begin van het seizoen zorgde voor doorwas in gevoelige rassen, en door een hoge phytophthoradruk aan het eind van het seizoen is er ook al rot door phytophthora gevonden.

Aandachtspunten bij oogst en bewaring:

Kijk voor de oogst goed in de grond, om te weten wat er in de rug zit. Bij rot over het hele perceel is het een optie om rot uit te laten zieken. Breng bij pleksgewijs rot op het perceel in kaart en markeer delen die (nog) niet of apart moeten worden gerooid. Natrot rot sneller dan doorwas of phytophthora in de knol. Wanneer duidelijk is wat er binnenkomt, kan daarmee bij de bewaarstrategie rekening worden gehouden. Lever de minste delen van een perceel, zoals spuitsporen of kopakkers direct af, of sla deze apart op. Grote verschillen in aardappelkwaliteit in één box bemoeilijkt het bewaren. Deel zo mogelijk de bewaring in meerdere boxen in.

Zorg voor voldoende kachelcapaciteit om al direct na het rooien de producttemperatuur op peil te houden. Om aardappelen 2 graden op te warmen en op temperatuur te houden, is per 100 ton aardappelen een capaciteit van zo’n 20.000 kilocalorieën nodig.

De ventilatiecapaciteit is in een bestaande bewaring een gegeven. Houdt er rekening mee dat een grotere storthoogte meer ventilatiecapaciteit vraagt. De richtlijn is 100 kubieke meter lucht per uur per kubieke meter aardappelen, of 150 kubieke meter lucht per ton aardappelen. Met name in oudere bewaarplaatsen schiet de ventilatie bij grotere storthoogtes tekort. Installeer bij vervanging van een ventilator eentje met dezelfde capaciteit, of vervang gelijk alle ventilatoren door exemplaren met een grotere capaciteit. Ventilatoren met verschillende capaciteit zorgen ervoor dat er binnen een cel verschil in droging en temperatuur ontstaat, waardoor de instellingen niet optimaal op de partij kunnen worden afgestemd.

Zorg voor voldoende temperatuurvoelers. Tolsma adviseert minimaal één voeler per 100 ton aardappelen. Plaats deze boven de ventilatiekanalen, ertussen en onderin de partij vanuit de drukkamer. Zo is te controleren of een partij egaal droogt. Plaats ook een voeler in het ventilatiekanaal, om zicht te houden op de inblaastemperatuur van de opgewarmde lucht.
Een opdrogende, rotte aardappel. Om het vrijkomende vocht af te voeren, moet voortdurend voldoende worden geventileerd. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Een opdrogende, rotte aardappel. Om het vrijkomende vocht af te voeren, moet voortdurend voldoende worden geventileerd. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

Aandachtspunten bij het drogen:

Zet 's nachts de ventilator aan, zolang de box niet vol is. Doe inlaatluiken dicht, zet de deur open en de kachel aan.

Start zo snel mogelijk met interne ventilatie om de temperatuur te egaliseren. Blaas direct lucht door de aardappelen en zet meteen de eerste avond een kachel in, om te voorkomen dat de temperatuur als gevolg van verdamping daalt. Dek de nog vrijliggende ondergrondse kanalen en de onderkant van de hoop met zeil af wanneer je stopt met rooien. De schuine kant van de hoop afdekken voorkomt dat de lucht de weg van de minste weerstand kiest en maar een klein gedeelte van de aardappelen droogt. Bovengrondse ventilatiekokers zijn met een opblaasbare bal goed af te dichten.

Ventileer zodra de box vol is de eerste nacht intern met de kachel aan en deur open. Intern ventileren is van belang om de temperatuur in de box overal zo snel mogelijk gelijk te trekken. De temperatuur van ’s ochtends en ’s avonds gerooide aardappelen kan zomaar 5 graden verschillen. Het deel met de laagste temperatuur droogt anders erg langzaam, waardoor er juist daar uitbreiding van rot plaatsvindt.

Ventileer vanaf de tweede nacht met buitenlucht en de kachel erbij.

Zet kachels op de juiste plaats. Achter iedere ventilator een kachel geeft de beste verdeling van de warmte door de box. Eén kachel in een drukkamer met meerdere ventilatoren geeft een scheve verdeling van de warmte. De ventilator het dichtstbij de kachel pakt de meeste warmte. Zijn er niet voldoende kachels voorhanden, plaats dan de kachel in de schuur. Het nadeel is dat er dan met menglucht moet worden geventileerd.

Streef tijdens de droogperiode naar een producttemperatuur van 15 tot 18 graden. Hoe groter het verschil met de buitentemperatuur, hoe meer droogmogelijkheden er zijn. Bij hogere temperaturen gaat het rottingsproces wel sneller, maar door de betere droogmogelijkheden is dat wel bij te houden. Boven de 18 graden gaat het rottingsproces zo snel, dat het vrijkomende vocht niet meer weg te ventileren is. In de praktijk is de kachelcapaciteit te klein om een drogende partij op 18 graden te krijgen, verdamping van water kost veel energie. Uiteraard speelt de hoeveelheid rot in een box hierbij ook een rol. Volgens Tolsma-bewaarspecialist Huub Maerman zijn partijen tot 10% rot in een goede bewaring wel droog te krijgen. Partijen met 30% door phytophthora aangetaste knollen zijn onder normale omstandigheden ook nog droog te krijgen.

Blijf net zo lang ventileren en verwarmen, totdat de aardappelen helemaal droog zijn. Bij gezonde partijen is dat een paar dagen. Het oplopen van de temperatuur van de partij is een teken dat de aardappelen droog zijn. Bij partijen met natrot of lekkende doorwasknollen duurt het 8 tot 12 weken voordat al het vocht weg is. Zitten er phytophthora-knollen in de partij, dan moet rekening worden gehouden met een droogperiode van 20 weken, omdat het vocht hieruit nog langzamer vrijkomt.

Vertrouw niet alleen op bewaarapparatuur. Controleer probleempartijen dagelijks om de ontwikkeling te volgen. Gebruik loopplanken of een oude transportband om over de aardappelen te lopen, dat voorkomt extra beschadigingen. Graaf 30 tot 40 centimeter bovenin de hoop, om te zien of de aardappelen snel genoeg drogen. Daar is te zien of rottende knollen niet lekken en zo de rest infecteren. De bovenlaag geeft door langsstromende lucht een vertekend beeld.

Houdt het temperatuurverloop over de hele box in de gaten. Temperatuurverschillen duiden erop dat er iets misgaat.

Geef de aardappelen de kans de wonden te helen, wanneer ze droog zijn. Dat is belangrijk om gewichtsverlies en het ontstaan van drukplekken tijdens de verdere bewaring te beperken. Streef naar een temperatuur van 15 graden en een RV rond de 90%. Houdt de aardappelen droog en voorkom een te hoge CO2-concentratie, door regelmatig met verse lucht te ventileren.

Begin tien tot veertien dagen nadat de aardappelen droog zijn met het inkoelen van een gezonde partij. Laat de temperatuur niet te snel zakken, om voldoende droogmogelijkheden te houden.

Lees ook:
➤  Delphy: rekening houden met rot
➤  VTA: flinke nagroei, maar ook waterschade   
➤  Eerste waterrot in aardappelen
➤  Phytophthora blijft op de loer liggen

Of registreer je om te kunnen reageren.