Akkerbouw

Achtergrond 2371 x bekeken

Gronings Reitdiep bron van bruinrotbesmetting

Het riviertje Reitdiep wordt door de NVWA geregeld aan bruinrotbesmettingen gelinkt.

Bruinrot leek bijna een ziekte uit het verleden of uit het verre buitenland. De laatste bruinrotbesmetting in pootgoed dateerde alweer uit 2009 en de laatste bruinrotbesmetting in consumptieaardappelen uit 2011. Door het beregeningsverbod in 2005 voor pootgoed met oppervlaktewater en consumptie- en zetmeelaardappelen met oppervlaktewater in besmette gebieden, nam het aantal bruinrotbesmettingen snel af. Een goede zaak.

In 2005 kwam er een beregeningsverbod op pootgoed met oppervlaktewater. Sindsdien liep het aantal besmettingen terug naar bijna nul. Toch is een besmetting niet geheel uit te sluiten, blijkt in 2016 maar weer. Foto: Henk Riswick
In 2005 kwam er een beregeningsverbod op pootgoed met oppervlaktewater. Sindsdien liep het aantal besmettingen terug naar bijna nul. Toch is een besmetting niet geheel uit te sluiten, blijkt in 2016 maar weer. Foto: Henk Riswick

Exportverbod

De bacterie heeft een quarantainestatus in de EU. Als Nederland onvoldoende in staat is de verspreiding van de ziekte te voorkomen, kan Brussel in een extreme situatie een exportverbod opleggen. Dat zou een ramp zijn voor de pootgoedsector, omdat twee derde van de productie wordt geëxporteerd. Dat is vooral een theoretisch gevaar. In de praktijk is een bruinrotbesmetting wel bedreigend voor het imago van Nederlands pootgoed. De vondsten worden door buitenlandse handelshuizen gebruikt om klanten angst aan te jagen met betrekking tot Nederlands pootgoed.

Vier besmet, drie waarschijnlijk besmet

In oktober 2016 vond de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) tijdens een routinecontrole bruinrot bij een pootgoedteler in de Achterhoek en bij een pootgoedteler in Flevoland. NVWA startte een onderzoek naar de herkomst van de besmetting. Dat bleek in dit geval vrij eenvoudig, vertelt NVWA-coördinator Frans Janssen. De twee telers hebben pootgoed gebruikt van dezelfde herkomstpartij, die in 2015 is geteeld bij een stammenteler in Groningen. Het Groningse bedrijf heeft een gedeelte van die partij uit 2015 zelf gebruikt voor nateelt in 2016, en het andere deel verkocht als hoogwaardig pootgoed aan zes pootgoedtelers, waaronder de twee in de Achterhoek en Flevoland.

NVWA heeft vervolgens ook monsters genomen van de nateelt bij de Groningse stammenteler, en de vier andere pootgoedtelers. Op het Groningse bedrijf is in de nateelt ook bruinrot aangetroffen, evenals bij een pootgoedteler in Noord-Holland. Bij de drie andere niet. In totaal heeft NVWA vier bedrijven besmet verklaard en de drie andere bedrijven waarschijnlijk besmet verklaard.

In oktober 2016 ontdekte NVWA tijdens een routinecontrole bruinrot bij een Achterhoekse en Flevolandse teler. De bron van de besmetting bleek pootgoed van een Noord-Groningse teler. Foto: Ton Kastermans Fotografie
In oktober 2016 ontdekte NVWA tijdens een routinecontrole bruinrot bij een Achterhoekse en Flevolandse teler. De bron van de besmetting bleek pootgoed van een Noord-Groningse teler. Foto: Ton Kastermans Fotografie

Vermoeden besmetting

Hoe de aardappelen in 2015 met bruinrot zijn besmet, kan niet met zekerheid worden achterhaald. NVWA vermoedt dat tijdens een zomerstorm op 25 juli 2015 besmet oppervlaktewater op het betreffende pootgoedperceel is gewaaid. Er zijn volgens NVWA geen aanwijzingen dat de betreffende teler moedwillig oppervlaktewater heeft gebruikt. Hij heeft zorgvuldig gewerkt en het perceel niet beregend of gespoten met oppervlaktewater.

Bacterie in het Reitdiep

De betreffende akkerbouwer teelde het pootgoed op een perceel aan het Reitdiep. Het Reitdiep is een gekanaliseerde rivier van de stad Groningen naar het voormalige vissersdorpje Zoutkamp aan het Lauwersmeer. Feiten zijn dat er in het water van het Reitdiep de bruinrotbacterie huist, het kanaal vrij breed is zodat de wind goed vat kan krijgen op het water en dat door de lage ligging van de percelen er weinig hoogteverschil is tussen het maaiveld en het waterniveau. Dat met harde wind water kan verstuiven over de langsliggende percelen, is daarom een plausibele verklaring voor de besmetting.

Extra monsters genomen

Om de hypothese te kunnen staven heeft NVWA vijf andere percelen van vier bedrijven aan het Reitdiep, waaronder een perceel van het besmette bedrijf, op bruinrot bemonsterd. In totaal zijn 88 monsters genomen. In al deze onderzochte partijen is géén bruinrot aangetroffen. Het vermoeden dat de zomerstorm de oorzaak van de besmetting is geweest, kan dus niet aangetoond worden. Als de storm inderdaad de bron van de besmetting is geweest, is het effect van de storm in elk geval lokaal geweest, aldus NVWA.

In de rood gearceerde gebieden zit de bacterie Ralstonia solanacearum in het oppervlaktewater. Pootgoed mag nooit met oppervlaktewater worden beregend. in de gearceerde gebieden ook zetmeel- en consumptieaardappelen niet.
In de rood gearceerde gebieden zit de bacterie Ralstonia solanacearum in het oppervlaktewater. Pootgoed mag nooit met oppervlaktewater worden beregend. in de gearceerde gebieden ook zetmeel- en consumptieaardappelen niet.

Maatregelen besmetverklaring

Omdat de bruinrotbacterie een quarantaine-organisme is, legt NVWA maatregelen op aan bedrijven waar een besmetting is vastgesteld. De betreffende partij pootgoed wordt besmet verklaard en alle andere pootgoedpartijen op het bedrijf mogen niet worden uitgeplant maar moeten worden ‘vernietigd’. Dat kan een vergister zijn, maar de aardappelen mogen ook industrieel verwerkt worden tot bijvoorbeeld frites, vlokken of zetmeel. Verder mag op het besmette perceel – afhankelijk van het bouwplan – vier tot vijf jaar geen aardappelen worden geteeld, en mag op de gehele kavel waartoe het perceel behoort het jaar erop geen aardappelen worden geteeld.

Schade tot honderdduizenden euro’s

Ook moeten hygiënemaatregelen worden genomen. Al met al kan de financiële schade per bedrijf oplopen tot tienduizenden of zelfs honderdduizenden euro’s bij grotere telers.

Op de drie bedrijven waar geen bruinrot is aangetroffen, maar NVWA een besmetting wel waarschijnlijk vindt, beperken de maatregelen zich tot de verwante pootgoedpartij en het treffen van hygiënemaatregelen. Waarschijnlijk besmette aardappelen mogen in tegenstelling tot besmette aardappelen ook als tafelaardappel in kleinverpakking of voeraardappel worden afgezet.

Preventiemaatregelen uitbreiden

Begin dit jaar gaat NVWA met telers langs het Reitdiep in gesprek over hoe het verder gaat. In vier van de tien laatste bruinrotgevallen is de besmetting namelijk aan de regio rondom het Reitdiep gelinkt. NVWA wil met de telers in gesprek hoe toekomstige besmettingen voorkomen kunnen worden. “We willen uitgaan van preventie en verantwoordelijkheid van de teler, niet van dwang”, zegt Janssen. Een teeltverbod van pootgoed op percelen langs het Reitdiep is dus niet aan de orde. “De kracht van Nederland is dat het denkproces gezamenlijk gaat.”

Ruggen parallel langs het kanaal

Er zijn verschillende denkrichtingen. Nu ligt de smalle kopakker vaak parallel langs het kanaal en de ruggen er haaks op. Bij een besmetting wordt dan het gehele perceel besmet verklaard. Een optie zou kunnen zijn voortaan de ruggen parallel langs het kanaal te poten in plaats van haaks. Bij vermoeden dat besmet oppervlaktewater het perceel is opgewaaid, kan de teler vrijwillig een beperkt deel van het betreffende perceel door NVWA als waarschijnlijk besmet laten bestempelen. Dat betreffende deel moet dan apart worden afgezet in een alternatief afzetkanaal, maar verder gelden geen restricties voor het pootgoed op de rest van het perceel.

Een andere optie zou een brede teeltvrije zone kunnen zijn, eventueel met een gewas zoals graan. Maar ook andere opties zijn bespreekbaar. Wat het gaat worden, wordt in de loop van 2017 bekend.

Of registreer je om te kunnen reageren.