Akkerbouw

Achtergrond 4319 x bekeken

Vuurdoop voor nieuwe uienteler

Ontevredenheid over de fritesaardappelsector zette Geert Jillissen ertoe aan uien in zijn bouwplan op te nemen. Dat bleek een uitdaging. Verschillen in het perceel tekenen zich duidelijk af.

Zijn eerste jaar in de uienteelt was gelijk een vuurdoop. Weerextremen, ziekten en plagen passeerden de revue. “Vanaf dit seizoen kan het alleen maar beter gaan”, schertst Geert Jilissen. Ondanks het lastige groeiseizoen staan er prima uien bij Jilissen. Niet grof, wel gezond. Bijzonder is de hoek met ontwikkelingsachterstand achter op het perceel. Daar zijn de uien nog niet gestreken, op de rest van het stuk land van bijna 5 hectare wel.

“Lang geleden waren dit twee aparte percelen en dat tekent zich nu af”, weet Jilissen. “Ik bewerk deze grond al zeker twintig jaar als een geheel en heb zulke verschillen nog niet eerder gezien. Dat zegt mij dat uien een gevoelig gewas is. Zeker als het weer zo extreem is, zoals dit seizoen.”

Goede manier van netwerken

Geert Jilissen boert in het aan de Maas gelegen Brabantse dorp Oeffelt. Akkerbouw en vleeskuikens, dat wisselt mooi af in werkzaamheden en rendement. Daarnaast verricht Jilissen gewasbescherming voor derden, een goede manier van netwerken die leidt tot diverse samenwerkingen met bijvoorbeeld veehouders.

De Brabander boert op de plek waar hij is geboren en getogen. Jilissens vader verruilde in de jaren zestig melkvee voor de akkerbouwtak en daar is hij nog altijd maar wat blij mee, want akkerbouw is zijn passie. Jilissen stichtte op deze door bos geflankeerde plek zijn eigen gezin. Zoon en schoonzoon hebben interesse in opvolging.

Een tevreden man dus, maar de relatie met afnemers in de fritesaardappelsector jeukt hem al jaren. “Ik voel me onvoldoende gewaardeerd”, omschrijft hij. “De inspanningen die wij leveren en het risico dat wij lopen, staat niet in verhouding met de prijs die wij ontvangen. Daar ben ik teleurgesteld over.”

Het grootste deel van het uienperceel van Jilissen is mooi gestreken en kent een niet zo grove, maar wel gezonde oogst.<br /><em>Foto: Bart Nijs</em>
Het grootste deel van het uienperceel van Jilissen is mooi gestreken en kent een niet zo grove, maar wel gezonde oogst.
Foto: Bart Nijs

Nieuw inzicht: ander gewas integreren

Dat gevoel van ontevredenheid leidde vorig jaar tot een nieuw inzicht: waarom niet eens een ander gewas integreren in het bouwplan? Hij ging met ervaren collega’s mee naar de jaarlijkse uiendag in Colijnsplaat en was vrij vlot om. “Het optimisme in de sector viel me direct op”, legt hij enthousiast uit. “Uien is een vrij gewas en teelttechnisch een echte uitdaging. Ik vind het echt leuk. Uien vragen net als aardappelen inspanningen en risico, maar de afzet heb je zelf in de hand. Het saldo kan erg goed zijn.”

En zo gingen er wat aardappelen uit en uien in. Kennis doet hij op bij collega’s, onder meer op studieavonden, en bij adviseurs. Jilissen maakt de balans op van de nieuwe teelt. “Dit is de testfase. Ik zie mezelf wel uitbreiden, 10 hectare zou passen in mijn bouwplan. Ik heb het gevoel dat de markt uitbreiding makkelijk aankan.”

Uien is over meerdere jaren een goed renderend gewas. Het product is over de hele wereld te exporteren en dat doen de Nederlanders goed. Hierdoor groeit het Nederlandse uienareaal. Niet meer in de traditionele uiengebieden Zeeland en Flevoland, want daar zijn de meeste bouwplannen verzadigd. Soms slaan deze telers door de hoge ziektedruk zelfs een jaar over.

Linksachter op het perceel staat een deel van de uien nog rechtop. Dat deel was lang geleden een apart perceel.</p>
<p><em>Foto: Bart Nijs</em>
Linksachter op het perceel staat een deel van de uien nog rechtop. Dat deel was lang geleden een apart perceel.

Foto: Bart Nijs

Uitbreiding uienareaal

Areaaluitbreiding heeft plaats in nieuwe gebieden met ‘verse’ grond, zoals in delen van Gelderland, Oost-Brabant, Limburg, Drenthe en het Noorden. Vaak zijn dit lichtere gronden, waar het vroeger lastig uien telen was. Dankzij de rasverbeteringen en ontwikkelde teeltkennis oogsten akkerbouwers hier tegenwoordig echter goede, vroege uien. En verwerkers komen ze ook ophalen.

Jilissen maakte op de uiendag kennis met Theo Driessen van uienzaadbedrijf Hazera. Hij zaaide op zijn advies het middenvroege ras Centro. Middenvroeg, omdat het gekozen perceel bestaat uit lichte kleigrond. Volgend jaar kiest hij op lichtere grond voor een vroeger ras.

Het zaaien liet Jilissen doen op 11 april. Ook de oogst, die binnenkort plaatsvindt, geeft hij uit handen. “Het areaal is te klein om in machines te investeren.”

Het deel dat niet is gestreken, loopt duidelijk achter in ontwikkeling. Hoe dat met de oogst moet is nog een vraag.</p>
<p><em>Foto: Bart Nijs</em>
Het deel dat niet is gestreken, loopt duidelijk achter in ontwikkeling. Hoe dat met de oogst moet is nog een vraag.

Foto: Bart Nijs

Neerslag en schimmelweer

Voor de gewasbescherming nam hij coöperatie CZAV in de arm. “Je moet er bovenop zitten in de uien en ik wist helemaal niks. Dankzij de begeleiding is het eerste jaar goed verlopen. Deze ervaring leidt volgend jaar tot stof voor discussie, waarvan je weer meer leert.”

De verwachte uitdagingen kwamen dit jaar in veelvoud voorbij. Heftige neerslag en schimmelweer waren grote obstakels. “In vier dagen meer dan 100 millimeter neerslag … Dan raakt zelfs de zandgrond verzadigd”, schetst Jilissen. In de gewasbescherming en bemesting - want: uitspoeling door neerslag - was alertheid geboden. “En als je het land op moet, moet dat direct. Dat vind ik leuk, steeds bijsturen.”

Bewaren doet Jilissen niet, hoewel de uien van lichte rivierklei volgens hem wel degelijk geschikt zijn voor de opslag. Hij heeft enkele signalen afgegeven richting afnemers; de uien zijn te koop. "Nu wacht ik rustig af, ik heb er alle vertrouwen in dat het goedkomt."</p>
<p><em>Foto: Bart Nijs</em>
Bewaren doet Jilissen niet, hoewel de uien van lichte rivierklei volgens hem wel degelijk geschikt zijn voor de opslag. Hij heeft enkele signalen afgegeven richting afnemers; de uien zijn te koop. "Nu wacht ik rustig af, ik heb er alle vertrouwen in dat het goedkomt."

Foto: Bart Nijs

Homogene opbrengst

Zo ook op de hoek in het perceel, een kleine 2 hectare, die in ontwikkeling is achtergebleven. De MH is daar later toegepast en dat zal voor de oogst wellicht ook gelden. Verder is de opbrengst behoorlijk homogeen. Driessen schat een ton of 60 per hectare. En het product is gezond, wat belangrijk is voor mogelijkheden in de afzet.

Bewaren doet Jilissen niet, hoewel de uien van lichte rivierklei volgens hem wel degelijk geschikt zijn voor de opslag. “Vorig jaar raakten collega’s hun uien makkelijk in de herfst kwijt.” Hij heeft enkele signalen afgegeven richting afnemers; de uien zijn te koop. “Nu wacht ik rustig af, ik heb er alle vertrouwen in dat het goedkomt.”

Of registreer je om te kunnen reageren.