Akkerbouw

Achtergrond 1821 x bekeken laatste update:12 sep 2016

Schotse pootgoedsector focust op behoud gezondheidsstatus

De pootgoedsector in Schotland hecht aan de hoge gezondheidsstatus. Het is een belangrijk verkoopargument. De lat ligt daarom hoog.

De Schotse pootgoedtelers Andrew Lorimer en Mike McDiarmid krabben een aardappelrug open en leggen de knollen bloot. Lorimer is tevreden. “Ik schat dat we hier zeker 35 ton per hectare gaan oogsten. De knollen zien er gaaf uit en zijn mooi aan de maat.”

Ook McDiarmid is tevreden met wat hij ziet. “Dit is pootgoed van het ras Hermes, bestemd voor Egypte en Saoedi-Arabië.”

De Schotse pootgoedteler Andrew Lorimer bekijkt of het Hermes-pootgoed gerooid kan worden. “De knollen zien er gaaf uit en zijn mooi aan de maat.”</p>
<p><em>Foto: Koos Groenewold</em>
De Schotse pootgoedteler Andrew Lorimer bekijkt of het Hermes-pootgoed gerooid kan worden. “De knollen zien er gaaf uit en zijn mooi aan de maat.”

Foto: Koos Groenewold

Lorimer en McDiarmid telen pootaardappelen voor Caithness Potatoes, het grootste Schotse pootgoedhandelshuis. Caithness teelt in Schotland zo’n 1.500 hectare pootgoed. Dat is 14% van het Schotse areaal. Dat beslaat dit jaar 10.921 hectare en is vrijwel gelijk aan dat van vorig jaar. De sector produceerde in 2015-'16 op een areaal van 10.734 hectare ruim 272.300 ton pootaardappelen. Daarvan ging 154.303 ton naar andere EU-lidstaten en 79.614 ton naar landen buiten de Europese Unie.

Egypte is grootste afnemer buiten EU

Verreweg de grootste afnemer buiten de EU was Egypte, dat 50.098 ton Schots pootgoed kocht. Andere grote afnemers zijn Marokko (8.947 ton), Saoedi-Arabië (4.610 ton), Israël (4.149 ton) en de Canarische Eilanden (4.756 ton).
De Canarische Eilanden horen bij Spanje. Maar Spanje mag daar geen pootaardappelen leveren, zegt Jan-Eric Geersing, verantwoordelijk voor het Nederlandse dochterbedrijf van Caithness. “Schotland wel. Schotland stelt strenge eisen aan de kwaliteit van pootaardappelen en heeft daardoor een bijzondere positie op de Canarische Eilanden ten opzichte van andere pootgoedexporterende landen.”

Schotland exporteert veel pootaardappelen. Ruim de helft van de Schotse pootgoedproductie gaat naar landen binnen de EU, bijna een derde gaat naar landen buiten de EU.


Keuringsdienst Sasa houdt gezondheid pootgoed scherp in de gaten

Dat de lat hoog ligt in Schotland als het gaat om de gezondheid van pootgoed, wordt duidelijk in Edinburgh bij een bezoek aan Sasa (Science and Advice for Scottish Agriculture), vergelijkbaar met keuringsdienst NAK in Nederland, en onderdeel van het Schotse ministerie van landbouw. Boerderij mag wel een kijkje nemen in de kantoren en enkele afdelingen, maar de onderzoeksruimte naar bacterieziekten blijft gesloten voor bezoek. Schotland is vrij van ringrot en bruinrot, zegt Colin Jeffries, hoofd van de quarantaine-afdeling van Sasa. “En dat willen we zo houden. Er mag alleen pootgoed vanuit Engeland naar Schotland zonder quarantaine-verplichtingen. Al het andere import-pootgoed, moet 6 maanden in quarantaine. Het wordt grondig getest op allerlei ziekten, vóór het import-pootgoed voor gebruik wordt vrijgegeven.”

In 2001 werd wel bruinrot gevonden in bitterzoet, dat groeide in een watergang. Het onkruid werd uitgeroeid in die watergang en Sasa controleert sindsdien negentig watergangen in Schotland op bruinrot. De bacterie is nooit meer gevonden.

Schots pootgoed is vrij van bepaalde ziekten

Schotland is een zogenoemde SaFe Haven, zegt Jeffries. “Het is vrij van bepaalde ziekten en is daar voor gecertificeerd door Sasa. De Sasa-certificering wordt erkend door Nieuw-Zeeland en Australië. We kunnen als enig land in-vitro planten exporteren naar deze landen. Alleen in Australië moeten de planten nog drie maanden in quarantaine voor een visuele controle. We streven er naar dat Zuid-Afrika ook de Sasa-certificering gaat erkennen.”

De Schotse pootaardappelen zijn ook vrij van de erwiniasoort Dickeya dianthicola, die stengelnatrot veroorzaakt. De bacterie is wel gevonden in tafelaardappelen en sporadisch in pootgoed dat vanuit Engeland naar Schotland is gebracht. Maar de testen van Sasa op Schots pootgoed zijn volgens Jeffries altijd vrijgebleven van dickeya. Het maiswortelknobbelaaltje Meloïdogyne chitwoodi komt ook niet voor in Schotland.


  • Een medewerker van de Schotse keuringsdienst Sasa, vergelijkbaar met de Nederlandse keuringsdienst NAK, controleert of in-vitroplanten moeten worden vervangen. De kwetsbare plantjes worden bewaard in klimaatkamers.

    Een medewerker van de Schotse keuringsdienst Sasa, vergelijkbaar met de Nederlandse keuringsdienst NAK, controleert of in-vitroplanten moeten worden vervangen. De kwetsbare plantjes worden bewaard in klimaatkamers.

  • Sasa houdt met in-vitro planten 300 aardappelrassen en 3.000 mutanten van rassen in stand. Kweekbedrijven uit heel Europa kloppen aan bij Sasa voor genetisch materiaal.

    Sasa houdt met in-vitro planten 300 aardappelrassen en 3.000 mutanten van rassen in stand. Kweekbedrijven uit heel Europa kloppen aan bij Sasa voor genetisch materiaal.

  • Er staan zelfs in-vitro planten van het zeer oude aardappelras Irish Lumper. Dat werd rond 1845 volop geteeld in Ierland, waarna het land jarenlang werd geteisterd door hongersnood omdat phytophthora de aardappelgewassen weg vaagde.

    Er staan zelfs in-vitro planten van het zeer oude aardappelras Irish Lumper. Dat werd rond 1845 volop geteeld in Ierland, waarna het land jarenlang werd geteisterd door hongersnood omdat phytophthora de aardappelgewassen weg vaagde.

  • Als een in-vitro plant te oud wordt, knipt een Sasa-medewerker deze in stukjes. Uit de stukjes groeien op schaaltjes nieuwe in-vitro plantjes. Zo houdt Sasa honderden aardappelrassen in stand.

    Als een in-vitro plant te oud wordt, knipt een Sasa-medewerker deze in stukjes. Uit de stukjes groeien op schaaltjes nieuwe in-vitro plantjes. Zo houdt Sasa honderden aardappelrassen in stand.

Quarantaine-afdeling Sasa houdt rassen in stand

De quarantaine-afdeling van Sasa test niet alleen geïmporteerd pootgoed op ziekten. Het houdt ook rassen in stand. In de afdeling staan een aantal grote koelcellen vol reageerbuisjes. Daarin groeien in-vitro planten van meer dan 800 aardappelrassen en ruim 3.000 mutanten van verschillende rassen. Sasa houdt de rassen in stand, zodat kweekbedrijven ze kunnen gebruiken in hun veredelingsprogramma’s. Kweekbedrijven uit heel Europa kloppen aan bij Sasa voor genetisch materiaal. Er staan zelfs in-vitro planten van het zeer oude aardappelras Irish Lumper. Dat werd rond 1845 volop geteeld in Ierland, waarna het land jarenlang werd geteisterd door hongersnood omdat phytophthora de aardappelgewassen weg vaagde.

Ook beoordeelt Sasa aardappelrassen die veredelaars op de rassenlijst willen. De keuringsdienst beoordeelt de aanmeldingen op de DUS-eisen: onderscheidt het ras zich van andere rassen (distinction), is het uniform en blijft het ras stabiel na vermeerdering. Ook moet het gebruikswaarde hebben voor de praktijk. Als het voldoet aan die eisen, krijgt het ras een toelating op de rassenlijst. Sasa doet daarnaast veldproeven met de rassen en beoordeelt ze op de gebruikswaarde voor telers en afnemers. Verder leidt het instituut keurmeesters op voor de beoordeling van pootaardappelen.

Pootgoedteler Lorimer vindt Sasa van groot gelang voor de Schotse pootgoedteelt. ”Het instituut helpt mee de hoge gezondheidsstatus in stand te houden. Maar het zijn uiteindelijk wel de rassen die het moeten doen op de afzetmarkten.”

Resultaten veldkeuring tonen hoge kwaliteit pootgoed

De hoge kwaliteit van het Schotse pootgoed komt tot uiting in de resultaten van de veldkeuringen van de laatste jaren. Schots pootgoed scoort beduidend beter wat betreft klasseverlagingen en afkeuringen dan Nederlands pootgoed. In 2015 hebben de Schotse telers ruim 10.700 hectare pootaardappelen aangemeld voor de veldkeuring. Sasa keurde 38 hectare af (0,4%) en verlaagde 358 hectare in klasse (3,3%). In Nederland is vorig jaar 40.176 hectare pootgoed aangemeld voor de veldkeuring. Daarvan keurde de NAK 2,0% af en is 12,8% in klasse verlaagd.

De keuringsnormen verschillen echter wel. Sasa hanteert strengere eisen voor virusziekten (bladrol en mozaïek) in de veldkeuring. In het PB-pootgoed mag niks zitten en in de S-klasse 0,02% oplopend naar 0,4% in de E-klasse. In Nederland mag de NAK-keurmeester in de PB en S-klassen maximaal 0,025% viruszieke planten tegen komen, oplopend naar 0,1% in de E-klasse. Nederland hanteert daarentegen strengere normen voor erwinia. De klassen PB tot en met E mag geen enkele bacteriezieke plant bevatten in Nederland. Sasa hanteert voor Schotland ruimere normen: PB 0%, S 0,1%, SE 0,5% en de E-klasse mag 1% planten bevatten met verschijnselen van zwartbenigheid. Voor dickeya geldt vooor alle klassen 0%. Een verschil is ook nog dat Nederland twee pootgoedklassen extra kent: A en B. De klasseverlagingen zijn in die klassen lager dan in de hogere klassen, hetgeen het Nederlandse gemiddelde omlaag trekt.

De percentages afkeuringen en klasseverlagingen zijn in Schotland veel lager dan in Nederland. De keuringseisen en het aantal klassen verschillen.

Virussen houden niet van koel klimaat

Sasa verricht geen nacontrole, zoals in Nederland, omdat virusziekten weinig voorkomen in Schotland. Luizen houden niet van het koele klimaat. Sasa declasseerde de laatste drie jaar minder dan 1 procent van het areaal vanwege virusziek. De grootste reden voor afkeuring en klasseverlaging is zwartbenigheid, veroorzaakt door de erwiniabacterie Pectobacterium atrosepticum.

Het pootgoed telt in Schotland maximaal zeven generaties, in Nederland is dat negen, met als extra de klassen A en B. Voor pootaardappelen geldt een vruchtwisseling van minimaal eens in de zeven jaar. In Nederland mogen pootaardappelen na drie jaar weer op hetzelfde perceel worden geteeld. Ook de regels voor aardappelmoeheid (AM) zijn strenger in Schotland. Bij een vondst van AM-aaltjes wordt het hele perceel besmet verklaard tot een maximum van 4 hectare. Daar mag zeven jaar geen pootgoed worden geteeld en het perceel moet daarna aantoonbaar vrij zijn van AM-aaltjes. In Nederland worden stroken van 16 meter breed besmet verklaard door de NVWA.

De strenge AM-aanpak levert de pootgoedtelers een probleem op, zegt Lorimer. “In Schotland worden veel tafelaardappelen geteeld in een vruchtwisseling van één op drie, dit jaar zo’n 16.000 hectare. Daardoor neemt de ziektedruk door AM toe. Wij telen alle pootaardappelen voor Caithness op gehuurd land. Het wordt lastiger om geschikt land te vinden voor de pootgoedteelt. Ik zou graag zien dat de Schotse overheid regio’s instelt waar geen tafelaardappelen geteeld mogen worden om de gezondheidsstatus van het Schotse pootgoed te beschermen. En het is een taak van de veredelaars om AM-resistente rassen te kweken.”

James Hutton Institute verkoopt kruisingen aan veredelaars

Niet alleen Sasa, maar ook het James Hutton Institute in Dundee ondersteunt de Schotse pootgoedsector. Aardappelkweker Drummond Todd neemt zijn bezoek mee naar een grote kas. Daar staan tienduizenden aardappelplanten in potjes. “Wij voeren kruisingen uit tussen wilde aardappelrassen en cultuurrassen. Die testen we op resistenties en andere eigenschappen. Veelbelovende kruisingen verkopen we aan veredelaars. We hebben tien kweekprogramma’s lopen met veredelingsbedrijven, waaronder Caithness. Ons werk helpt veredelaars om sneller veelbelovende nieuwe rassen op de markt te brengen. Ook financieel minder sterke kweekbedrijven kunnen hun bijdrage blijven leveren aan de aardappelsector.”


  • Het James Hutton Institute heeft 10 veredelingsprogramma's samen met Schotse kweekbedrijven. Het instituut voert tienduizenden kruisingen uit en beoordeelt die op uiterlijke kenmerken. Het neemt zo de kwekers veel werk uit handen. In Nederland werd dit voorkweekwerk gedaan door de Stichting voor de Plantenveredeling, maar dat is opgeheven.</p>
<p><em>Foto: Koos Groenewold</em>

    Het James Hutton Institute heeft 10 veredelingsprogramma's samen met Schotse kweekbedrijven. Het instituut voert tienduizenden kruisingen uit en beoordeelt die op uiterlijke kenmerken. Het neemt zo de kwekers veel werk uit handen. In Nederland werd dit voorkweekwerk gedaan door de Stichting voor de Plantenveredeling, maar dat is opgeheven.

    Foto: Koos Groenewold

  • Kweker Drummond Todd van het James Hutton Institute teelt aardappelplanten in potten. Zo worden ze langer en vormen meer bloemen. Dat verhoogt de zaadproductie.</p>
<p><em>Foto: Koos Groenewold</em>

    Kweker Drummond Todd van het James Hutton Institute teelt aardappelplanten in potten. Zo worden ze langer en vormen meer bloemen. Dat verhoogt de zaadproductie.

    Foto: Koos Groenewold

  • De plastic zak voorkomt dat de zaadbessen op de grond vallen.</p>
<p><em>Foto: Koos Groenewold</em>

    De plastic zak voorkomt dat de zaadbessen op de grond vallen.

    Foto: Koos Groenewold

  • Het James Hutton Institute hanteert strenge regels om ongewenste kruisingen te voorkomen. Soms gaat er wel eens wat mis.</p>
<p><em>Foto: Koos Groenewold</em>

    Het James Hutton Institute hanteert strenge regels om ongewenste kruisingen te voorkomen. Soms gaat er wel eens wat mis.

    Foto: Koos Groenewold

Geersing vindt dit een mooi systeem. “In Nederland werd dit voorkweekwerk gedaan door de Stichting voor de Plantenveredeling, maar dat is opgeheven. Individuele kweekbedrijven hebben de neiging te nauw te kijken naar de veredeling. Het kweekwerk van het James Hutton Institute zorgt voor diversiteit in de Schotse aardappelveredeling.”

De akkerbouw is een kleine sector in Schotland, maar produceert relatief veel waarde.


  • Lang niet alle grond is geschikt voor de pootgoedteelt in Schotland. Alleen in het oosten kan dat, de rest van Schotland is te heuvelachtig en rotsig. Daar wordt vooral vee gehouden.</p>
<p><em>Foto's: Koos Groenewold</em>

    Lang niet alle grond is geschikt voor de pootgoedteelt in Schotland. Alleen in het oosten kan dat, de rest van Schotland is te heuvelachtig en rotsig. Daar wordt vooral vee gehouden.

    Foto's: Koos Groenewold

  • Er zitten veel stenen in de grond.

    Er zitten veel stenen in de grond.

  • Een stenenscheider legt in het voorjaar de stenen tussen twee ruggen. Daardoor hebben de percelen om en om een brede en een smalle ruimte tussen de ruggen. De stenen worden niet verwijderd. Het zijn er te veel. Zo blijven de ruggen vrij van stenen om beschadiging van aardappelen en machines te voorkomen.

    Een stenenscheider legt in het voorjaar de stenen tussen twee ruggen. Daardoor hebben de percelen om en om een brede en een smalle ruimte tussen de ruggen. De stenen worden niet verwijderd. Het zijn er te veel. Zo blijven de ruggen vrij van stenen om beschadiging van aardappelen en machines te voorkomen.

  • Directeur Gordon Smillie en kweker Finlay Dale van aardappelbedrijf Caithness graven een metertje pootgoed van het ras Divaa uit. Caithness vindt het een veelbelovend ras.

    Directeur Gordon Smillie en kweker Finlay Dale van aardappelbedrijf Caithness graven een metertje pootgoed van het ras Divaa uit. Caithness vindt het een veelbelovend ras.

  • De Schotse pootgoedteler Andrew Lorimer graaft Hermes-pootgoed uit de rug. Lorimer teelt exclusief voor handelshuis Caithness.

    De Schotse pootgoedteler Andrew Lorimer graaft Hermes-pootgoed uit de rug. Lorimer teelt exclusief voor handelshuis Caithness.

  • Teler Gordon Smillie heeft net een grote aardappelrooier gekocht. Voorop zit de tank met bewaarmiddel, dat direct tijdens de oogst op de knollen wordt gespoten.

    Teler Gordon Smillie heeft net een grote aardappelrooier gekocht. Voorop zit de tank met bewaarmiddel, dat direct tijdens de oogst op de knollen wordt gespoten.

  • Achterop de nieuwe rooier zit een overdekte cabine, waar mensen de pootaardappelen direct lezen op een rollenband. De aardappelen worden op het land in kisten gedaan. De nieuwe rooier kan 500 ton pootaardappelen per dag uit de grond halen.

    Achterop de nieuwe rooier zit een overdekte cabine, waar mensen de pootaardappelen direct lezen op een rollenband. De aardappelen worden op het land in kisten gedaan. De nieuwe rooier kan 500 ton pootaardappelen per dag uit de grond halen.

  • Rupsbanden achter voorkomen dat de rooier te veel inspoort. Gordon Smillie teelt alle pootaardappelen op gehuurd land. De verhuurder wil het land na de oogst netjes terug krijgen zonder diepe sporen.

    Rupsbanden achter voorkomen dat de rooier te veel inspoort. Gordon Smillie teelt alle pootaardappelen op gehuurd land. De verhuurder wil het land na de oogst netjes terug krijgen zonder diepe sporen.

  • Om de rooicapaciteit verder te vergroten, legt de zijwaartse rooier in een aparte werkgang twee rijen aardappelen tussen de twee rijen er naast. Zo kan de tweerijige zelfrijer vier rijen tegelijk oppakken.

    Om de rooicapaciteit verder te vergroten, legt de zijwaartse rooier in een aparte werkgang twee rijen aardappelen tussen de twee rijen er naast. Zo kan de tweerijige zelfrijer vier rijen tegelijk oppakken.

  • In de enorme bewaarloods van pootgoedteler Robert Doig staat een zelfrijdende aardappelrooier.

    In de enorme bewaarloods van pootgoedteler Robert Doig staat een zelfrijdende aardappelrooier.

  • De kuubskisten worden tegen de houten stellage gezet. De ventilatie gebeurt via aanzuiging, in plaats van blazen. Dat geeft volgens de Schotse pootgoedtelers een betere doorstroming van de lucht door de kisten.

    De kuubskisten worden tegen de houten stellage gezet. De ventilatie gebeurt via aanzuiging, in plaats van blazen. Dat geeft volgens de Schotse pootgoedtelers een betere doorstroming van de lucht door de kisten.

Of registreer je om te kunnen reageren.