Akkerbouw

Achtergrond 1352 x bekeken

Nieuwe gentechniek veelbelovend in strijd tegen phytophthora

Phytophthora veroorzaakt veel schade in aardappelen. Wageningen UR ontwikkelt nieuwe bestrijdingsmethoden tegen de aardappelziekte.

Onderzoekers hadden op het afscheidssymposium van hun collega Anton Haverkort veelbelovende mededelingen voor de aardappeltelers. Allereerst Haverkort zelf, die op 1 januari 2017 met pensioen gaat. Hij verwacht dat de wereld steeds meer aardappelen gaat verbruiken. “Aardappelen produceren meer droge stof per hectare dan graan en aardappelen en hebben daar minder water voor nodig. Bovendien zijn aardappelen voedzamer dan graan. Tarwe en rijst zijn nu nog de grootste voedingsgewassen. Maar in de toekomst halen aardappelen ze in.”
Een groot probleem voor de aardappeltelers wereldwijd is phytophthora.

Vooruitgang in strijd tegen phytophthora

Maar Wageningen UR boekt vooruitgang in de strijd tegen de aardappelziekte, melden andere onderzoekers op het symposium. Onderzoeker Francine Govers zegt dat Wageningen UR er in is geslaagd de eiwitten te identificeren die de phytophthora-sporen gebruiken om aardappelblad binnen te dringen. “Dit biedt aanknopingspunten voor een effectieve bestrijding met chemische of biologische middelen. Als je die eiwitten kunt uitschakelen, kunnen phytophthora-sporen de bladeren niet infecteren.”

Genetische modificatie niet nodig

Wageningen UR heeft ook stappen gezet op het gebied van genetische modificatie om phytophthora onder de duim te krijgen. Wageningen UR heeft al in het DuRPh-project aangetoond dat met cisgenese zelfs gevoelige aardappelrassen bestand gemaakt kunnen worden tegen de aardappelziekte. Met cisgenese worden soorteigen genen in de aardappelplant gebracht. Dat laatste is met de nieuwe gentechniek Crispr-Cas niet meer nodig, zegt onderzoeker Jan Schaart. “Crispr-Cas is een veelbelovende techniek voor rasveredeling. We brengen een eiwit in en dat sturen we naar die plek op het genoom waar een bepaald gen zit. Dat eiwit schakelt dan het gen uit. Er komen geen genen van buiten in de plant.”

Een aardappelplant heeft zogenoemde S-genen, die bepalen hoe gevoelig een plant is voor ziekten. Schaart: “Deze ziektegevoeligheidsgenen kunnen we met Crispr-Cas uitschakelen. We hebben dat getest. Phytophthora kon geen aardappelplanten infecteren, waarvan de S-genen waren uitgeschakeld.”

Verder onderzoek gentechniek noodzakelijk

Onderzoeker Jack Vossen maakt nog wel een voorbehoud. “Het is onduidelijk in hoeverre andere eigenschappen van de aardappel worden beïnvloed als de S-genen worden uitgeschakeld. Dat moet je dan eerst onderzoeken.”

'Als nieuwe gentechnieken geaccepteerd zijn, hoeven aardappeltelers niet meer met de spuit in het gewas'

Haverkort ziet veel mogelijkheden om met genetische modificatie het gewas beter bestand te maken tegen belagers. “We kunnen de aardappel met genetische modificatie resistent maken tegen phytophthora, coloradokever, aardappelmotje en het PVY-virus. Als nieuwe gentechnieken geaccepteerd zijn, komt er een tijd dat aardappeltelers niet meer met de spuit het gewas in hoeven.”

Acceptatie genetische modificatie

Maar die acceptatie is nog een groot probleem in de EU. De huidige regels in de EU voor genetische modificatie zijn gericht op het inbrengen van genen van buiten in een organisme. Dat is bij Crispr-Cas niet het geval, zegt onderzoeker Bert Lotz. “Genetische modificatie is in de EU een emotionele discussie, en niet alleen een feitelijke. Maar Crispr-Cas wordt ook steeds meer toegepast in de humane gezondheidszorg. Als de voordelen daar steeds duidelijker worden, gaat de acceptatie bij planten veel sneller.”

Of registreer je om te kunnen reageren.