Akkerbouw

Achtergrond 806 x bekeken

'Fabrikanten, onderzoek gedrag middelen in bodem'

De toelating van gewasbeschermingsmiddelen is een groeiend probleem in Zuid-Limburg. Het kwam uitgebreid aan de orde op akkerbouwdag op Proefboerderij Wijnandsrade, afgelopen dinsdag.

Grote delen van Zuid-Limburg zijn aangemerkt als waterbeschermingsgebied. Dit beperkt de agrariër steeds meer bij de keuze gewasbeschermingsmiddelen in de belangrijkste teelten in dit gebied: aardappelen, suikerbieten, uien, maïs en granen.

Ook het bestrijden van de maisstengelboorder met het middel Coragen, die juist in Zuid-Limburg steeds meer schade berokkent, is in grondwaterbeschermingsgebieden verboden. “Vooral in tarwe wordt de heel beperkte toelating van middelen in waterbeschermingsgebieden een steeds groter probleem. Het is zaak om fabrikanten ertoe aan te zetten aanvullende onderzoeken uit te voeren naar het gedrag van de gewasbeschermingsmiddelen in de bodem”, onderstreept Sjef Crijns, akkerbouwadviseur bij Delphy.

Nitraatgehalte

Beter nieuws voor de circa 150 bezoekers van de jaarlijkse akkerbouwmiddag had Crijns over het gemiddelde nitraatgehalte in het Zuid-Limburgse grondwater. Uit berekeningen en onderzoeken bij deelnemers aan het project ‘Duurzaam Schoon Grondwater’ (DSG) constateert Crijns een duidelijke afname van het nitraatgehalte in het grondwater. Werd in 2012 nog gemiddeld 72 mg per liter gemeten, afgelopen jaar was dit gedaald naar 41 mg. Daarmee voldoen de DSG-deelnemers aan de Europese norm van maximaal 50 mg nitraat.

In het kader van het DSG-project werd ook het effect van de afvoer van bietenblad van de percelen gemeten. Crijns: “Dit heeft weinig effect op een lagere N-belasting. Bietenblad op het perceel verspreiden zorgt voor slechts 8 kg N per hectare. Terwijl een diepwortelend gewas als bieten juist N uit de diepere grondlagen ophaalt, dat daardoor niet meer kan uitspoelen.”

In het project DSG werkt Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) samen met agrariërs aan het verlagen van de uitspoeling van stikstof en gewasbeschermingsmiddelen, door middel van een efficiëntere landbouwproductie.

Volgens Frank Tijink van IRS kan met goed rooiwerk veel geld worden verdiend. <em>Foto: Guus Queisen</em>
Volgens Frank Tijink van IRS kan met goed rooiwerk veel geld worden verdiend. Foto: Guus Queisen

Bietenrooien

“Handel met je loonwerker niet over de laatste 10 euro van het rooitarief, maar wel over de kwaliteit van het bietenrooien. Daar verdien je veel meer mee.”

Dat advies geeft Frank Tijink van IRS aan de Zuid-Limburgse akkerbouwers. Volgens Tijink blijkt in de praktijk dat slecht rooiwerk de hectare-bietenopbrengst met 3 tot maar liefst 10 ton vermindert. Tijink: “Bij goed rooiwerk beperken zich de verliezen van 0,5 tot 2 ton.”

De rooiers van diverse fabrikanten leveren allemaal goed werk. De belangrijkste schakel vormt de chauffeur. Tijink adviseert de telers om tijdens het rooien de kwaliteit van de bieten te controleren en niet pas als ze op de hoop liggen. “Overleg daarbij steeds goed met de chauffeur.”

Zoek juist rooimoment

Het juiste rooimoment is een ander belangrijk aspect. Tijink: “Beter enkele dagen vroeger rooien onder goede droge condities dan in de nattigheid vlak voor het verladen. Dit resulteert in minder grondtarra, minder beschadigingen, beter bewaarbare bieten en behoud van de bodemstructuur.”

Of registreer je om te kunnen reageren.