Akkerbouw

Achtergrond 1971 x bekeken

‘De aardappel is een doetje, maar heeft een grote toekomst’

De aardappel is geen sterk gewas, vindt Anton Haverkort, onderzoeker van Wageningen UR. “Maar het gewas heeft een grote toekomst gezien de vele voordelen.”

In welke landen waar aardappelen worden geteeld, is Anton Haverkort niet geweest? Het is het enige moment tijdens het gesprek dat Haverkort even moet nadenken. Na enig aarzelen wordt duidelijk dat het Soedan en Angola betreft. Het aantal landen dat Haverkort heeft bezocht, is bijna niet te tellen. De onderzoeker van Wageningen UR is een veelgevraagd deskundige als het gaat om aardappelen. Op 21 september neemt hij afscheid van Wageningen UR en per 1 januari 2017 gaat hij met pensioen.

Dr. Anton Haverkort (64) is onderzoeker bij Wageningen Plant Research van Wageningen UR, waar hij ook studeerde. Hij neemt 21 september afscheid en gaat per 1 januari 2017 met pensioen. Haverkort startte zijn loopbaan in 1975 bij het CIP, het internationaal aardappelcentrum in Peru. Haverkort werkte ruim 10 jaar voor het CIP in diverse landen. In 1987 kwam hij bij Wageningen UR. In 1991 kreeg Haverkort een leidinggevende functie bij Wageningen UR als afdelingshoofd, maar hij werd 13 jaar later weer onderzoeker. “Ik moest kiezen: óf een goed afdelingshoofd zijn óf een goede onderzoeker. Het werd het laatste. Ik heb een prachtige, maar ook hectische baan gehad.”</p>
<p><em>Foto: Koos Groenewold</em>
Dr. Anton Haverkort (64) is onderzoeker bij Wageningen Plant Research van Wageningen UR, waar hij ook studeerde. Hij neemt 21 september afscheid en gaat per 1 januari 2017 met pensioen. Haverkort startte zijn loopbaan in 1975 bij het CIP, het internationaal aardappelcentrum in Peru. Haverkort werkte ruim 10 jaar voor het CIP in diverse landen. In 1987 kwam hij bij Wageningen UR. In 1991 kreeg Haverkort een leidinggevende functie bij Wageningen UR als afdelingshoofd, maar hij werd 13 jaar later weer onderzoeker. “Ik moest kiezen: óf een goed afdelingshoofd zijn óf een goede onderzoeker. Het werd het laatste. Ik heb een prachtige, maar ook hectische baan gehad.”

Foto: Koos Groenewold

Haverkort neemt afscheid op een moment dat de belangstelling voor de aardappelteelt toeneemt in de opkomende economieën. Het verbaast hem niet. “De aardappel is geen sterk gewas, maar heeft een grote toekomst gezien de vele voordelen.”

Hoe is uw interesse in de aardappel ontstaan?

"Wij hadden thuis een stamselectiebedrijf, eerst in Slagharen en later in de Flevopolder. Ik heb als jongetje heel wat pootaardappelen in bakjes gerooid. Die belangstelling is altijd gebleven."

Wat ziet u als belangrijkste ontwikkeling in de 40 jaar dat u werkzaam bent geweest in de aardappelsector?

"De veredeling wordt steeds meer afgestemd op het doel waarvoor de aardappel wordt gebruikt. Daarnaast zie je dat de aardappelmarkt mondiaal is geworden. In mijn jeugd teelde je aardappelen voor de buurt. Nu is het een wereldmarkt."

Wat is er zo bijzonder aan de aardappel?

"Het gewas wordt overal in de wereld geteeld, behalve in de tropische laaglanden en in streken waar het te koud is. De belangstelling voor de aardappel neemt toe in de opkomende economieën. En er valt nog veel te verbeteren aan de aardappel. Eigenlijk is de aardappel een doetje, een watje."

Pardon?

"De aardappel is geen sterk gewas. Het heeft veel last van ziektes en is gevoelig voor een gebrek aan mineralen en water. Ook heeft het een relatief kort groeiseizoen. Kijk maar eens op de akkers. Waar de bieten nog steeds mooi groen staan, zijn de aardappelpercelen al vergeeld of zelfs afgestorven."

Als de aardappel een doetje is, waarom groeit dan de belangstelling in veel landen? Een doetje heeft verzorging en ondersteuning nodig.

"De aardappel heeft ook een aantal sterke punten. Hij produceert per hectare meer droge stof dan graan. Ook in Nederland. Een goede teler haalt 10 ton tarwe van een hectare, wat goed is voor 8,5 ton droge stof. Bij aardappelen produceer je met 60 ton product 12,5 ton droge stof per hectare. Daar komt bij dat de aardappel dicht tegen groente aan zit wat betreft voedingswaarde. Het bevat veel meer mineralen en vitamines dan graan. En er is nog veel vooruitgang mogelijk bij aardappelen. De hectareopbrengst stijgt in de opkomende economieën harder dan de bevolkingsgroei. Ook dat maakt de aardappel interessant voor die landen.”

Een kluit aardappelen. Anton Haverkort: "De aardappel zit dicht tegen groente aan  wat betreft voedingswaarde. Het gewas bevat veel meer mineralen en vitamines dan graan."</p>
<p><em>Foto: Mark Pasveer</em>
Een kluit aardappelen. Anton Haverkort: "De aardappel zit dicht tegen groente aan  wat betreft voedingswaarde. Het gewas bevat veel meer mineralen en vitamines dan graan."

Foto: Mark Pasveer

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

“Na mijn studie heb ik voor het CIP (internationaal aardappelcentrum in Peru) enige jaren in Rwanda in Afrika gewerkt. De bevolking groeide daar in 35 jaar met een factor 3 en de aardappelproductie met een factor 10. De hectareopbrengst kan nog veel verder omhoog in  opkomende economieën als China, India, Myanmar en Vietnam. Deze landen hebben programma’s lopen om de aardappelproductie te verhogen.”

Aardappel is derde voedselgewas in de wereld

Het aardappelareaal in de wereld bedraagt 23 miljoen hectare, goed voor een productie van 400 miljoen ton. Daarmee is de aardappel het derde voedselgewas in de wereld. De wereld produceert jaarlijks ruim 740 miljoen ton tarwe, dat daarmee het belangrijkste voedselgewas is. Rijst staat tweede met een productie van 495 miljoen ton. Mais is het grootste akkerbouwgewas met een wereldproductie van meer dan 1.000 miljoen ton. Maar dat gewas wordt voor een groot deel verwerkt tot veevoer of gebruikt als grondstof voor de ethanolproductie.

Kan genetische modificatie (GMO) daarbij helpen?

"Ja, dat kan. De belangrijkste aardappelziekten in de wereld zijn phytophthora, de coloradokever, het PVY-virus en aardappelmoeheid. Tegen al deze ziekten zijn resistenties in te bouwen. Wageningen UR heeft in het DuRPh-project laten zien dat je met het inbrengen van soorteigen genen aardappelen resistent kunt maken tegen phytophthora. En de mogelijkheden van genetische modificatie zijn groter geworden door nieuwe gentechnieken, als Crisp-Cas. Dan breng je geen genen van buiten in een plant, maar je verandert de genen in de plant of schakelt ze uit. Zonder ziekten kan de aardappel veel meer kilo’s produceren."

Ondanks het door u genoemde voordeel is GMO bepaald geen geaccepteerde techniek in de EU. Wat vindt u daar van?

"Als onderzoeker heb ik daar geen mening over. Daar gaan de politiek, de afnemers en de aardappelsector over. Als onderzoeker zeg ik: onderzoek alles en behoud het goede."

De Nederlandse overheid stak €10 miljoen in het DuRPh-project. Is dat dan weggegooid belastinggeld, als genetische modificatie van voedselgewassen zo’n heikel punt blijft in de EU?

"Nogmaals: ik ga daar als onderzoeker niet over. Ik constateer wel dat er in de wereld veel belangstelling is voor de techniek die Wageningen UR heeft ontwikkeld in het DuRPh-project. Door resistentiegenen uit wilde aardappelen in te brengen in bestaande aardappelrassen, behoud je de gewenste eigenschappen, terwijl de aardappel bestand is tegen phytophthora. In het DuRPh-project hebben we veel geleerd van phytophthora en resistenties, dat bruikbaar is voor de gewone veredeling."

Proefveld met genetisch gemodificeerde aardappelen voor duurzame resistentie tegen phytophthora in Wageningen. Anton Haverkort: "Wageningen UR heeft in het DuRPh-project laten zien dat je met het inbrengen van soorteigen genen aardappelen resistent kunt maken tegen phytophthora."</p>
<p><em>Foto: Michel Zoeter</em>
Proefveld met genetisch gemodificeerde aardappelen voor duurzame resistentie tegen phytophthora in Wageningen. Anton Haverkort: "Wageningen UR heeft in het DuRPh-project laten zien dat je met het inbrengen van soorteigen genen aardappelen resistent kunt maken tegen phytophthora."

Foto: Michel Zoeter

Zou het kunnen dat een techniek die mede is ontwikkeld met Nederlands belastinggeld in het buitenland toegepast gaat worden?

"Dat zou kunnen. Wageningen UR heeft de patenten op de techniek. Buiten de EU is de weerstand tegen genetische modificatie veel minder. De GMO-aardappel Innate van Simplot heeft al een teelttoelating in de Verenigde Staten en Canada."

Dan kunnen buitenlandse telers phytophthora-resistente aardappelen telen. Dat lijkt me een fors concurrentienadeel voor de Europese aardappeltelers.

"Dat is zo. Maar het zijn niet de onderzoekers die besluiten nemen over de toelating van gentechnieken. Ik zie geen nadelen aan de gentechnieken die we gebruiken om rassen beter te maken. De nieuwe technieken gaan de komende 20 jaar meer veranderen in de aardappelveredeling, dan de laatste 50 jaar is gebeurd via klassieke veredeling."

Een andere nieuwe techniek is het ontwikkelen van hybride diploïde ouderlijnen, zoals biotechbedrijf Solynta doet. Wat verwacht u daar van?

"Als wetenschapper vind ik het prachtig dat Solynta dat probeert te ontwikkelen. De aardappel is van nature tetraploïd: het heeft van elke chromosoom vier paar. Dat maakt de veredeling zo lastig, want je krijgt in de nakomelingen een grote variatie aan genen. Het is niet voor niets dat veel geteelde rassen als Russet Burbank en Bintje al meer dan 125 jaar oud zijn. Als je bruikbare diploïde rassen kunt kweken, kun je gerichter veredelen op eigenschappen die je in de nakomelingen wilt terugzien."

Solynta hoopt met die techniek uiteindelijk aardappelplanten te kunnen kweken die bruikbaar zaad produceren. Dat zou helemaal een revolutie zijn in de aardappelsector.”

"Zo ver is het nog niet. Er wordt al heel lang gewerkt aan bruikbaar True Potato Seed. Toen ik in Rwanda werkte in 1983, werd daar een poster verspreid over True Potato Seed. Op de poster zag je een kind zitten op een stapel van 40 zakken met elk 50 kilo pootaardappelen. In zijn hand hield het jongetje een jampotje met zaad. De poster liet zien dat het heel wat gemakkelijker is om zaad te gebruiken dan pootgoed."

De poster schetst in een notendop de grote voordelen van zaad boven knollen.

"Ja, maar aan de toepassing van aardappelzaad zitten nogal wat haken en ogen. In tegenstelling tot pootgoed, is traditioneel aardappelzaad genetisch zeer divers. Plantjes uit aardappelzaad groeien in het begin erg traag, wat het groeiseizoen langer maakt. En uit zaad groeien maar een paar kleine knolletjes. Die moet je eerst verder vermeerderen voor je voldoende uitgangsmateriaal hebt. Zaad heeft wel als grote voordeel dat je veel minder kilo’s nodig hebt per hectare dan bij knollen. Zaad is gemakkelijker en goedkoper te vervoeren en op te slaan. En via zaad vindt geen ziekteoverdracht plaats. Besmetting van de volgende generatie is een groot nadeel van de vegetatieve vermeerdering via knollen. Al met al denk ik dat de productie en verspreiding van zaad in eerste instantie alleen toegepast gaat worden in de vroegste stadia van de pootgoedteelt.”

"Besmetting van de volgende generatie is een groot nadeel van de vegetatieve vermeerdering via knollen", zegt aardappelonderzoeker Haverkort.</p>
<p><em>Foto: Dennis F. Beek </em>
"Besmetting van de volgende generatie is een groot nadeel van de vegetatieve vermeerdering via knollen", zegt aardappelonderzoeker Haverkort.

Foto: Dennis F. Beek

Wat gaat u doen na uw pensionering?

"Ik ga met Aardappelwereld (een uitgave van de Nederlandse Aardappel Organisatie, NAO) een handboek schrijven over de aardappelteelt, in het Nederlands en in het Engels. Daarnaast word ik per 1 januari 2017 parttime hoogleraar aan de universiteit van Niğde in Turkije. Ik wil wetenschapper blijven en geen adviseur worden. Ik blijf wel in Nederland wonen. Ik heb eind jaren 70 al in Turkije gewerkt voor het CIP. Zo keer ik na mijn pensionering terug naar de plek waar mijn loopbaan is begonnen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.