Akkerbouw

Achtergrond 959 x bekeken

Druppelirrigatie levert niet veel extra opbrengst, wel betere gewaskwaliteit

Druppelirrigatie biedt mogelijkheden om de kwaliteit van gewassen te verbeteren. Groeiverschillen zijn dit natte jaar niet te zien.

Veel extra opbrengst levert druppelirrigatie van akkerbouwgewassen nog niet op. Zoals het er nu naar uitziet, moet de meerwaarde van druppelirrigatie vooral komen uit kwaliteitsverbetering van de gewassen en mogelijk een lagere input van bemesting en chemie. Dat zijn enkele ­bevindingen uit het Drentse project More Crop per drop.

Project 'More Crop per drop'

Het project 'More Crop per drop' in Drenthe is een initiatief van Delphy en Lamb Weston/Meijer. Delphy werkt in dit project samen met het vernieuwingsbedrijf Op de Es in Zeijen, Landgoed Scholtenszathe in Klazienaveen-Noord, akkerbouwer René Speelman in Eerste Exloërmond, bollentelers Edwin Nieuwenhuis in Hoornsterzwaag, maatschap Joling in Dwingelo en bollenteler Hans van der Heijden in Vledder. Het project wordt mede uitgevoerd door Broere Beregening, slangenproducent Revaho/Netafim, kunstmest­fabrikant Yara en adviesbureau RMA.

De pilots dripirrigatie/fertigatie liggen in consumptieaardappelen, pootgoed, lelies en uien. Het project wordt mede gefinancierd door de provincie Drenthe, het Waterschap Hunze en Aa's, het Waterschap Drents Overijsselse Delta en het Waterschap Vechtstromen.

Volgens Jacob Dogterom, projectleider van Delphy, passen de pilots prima in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer van LTO Nederland en de waterschappen. Doel van het project is na te gaan welke besparingsmogelijkheden er zijn in het water- en mineralengebruik. Dit onder de voorwaarde dat het systeem ook rendabel moet zijn.

Naast het Drentse project zijn op het Brabantse zand in fritesaardappelen nog twee projecten waarin de mogelijkheden en effecten van druppel­irrigatie en fertigatie onderzocht worden. In Drenthe wordt ook het effect op zaaiuien, lelies en pootaardappelen onderzocht.

Onderzoek in zetmeelaardappelen gestopt

Het onderzoek naar druppelirrigatie in zetmeelaardappelen is dit jaar niet voortgezet. Dit teeltsysteem levert in dit gewas over meerdere seizoenen gezien onvoldoende rendement op. Daarvoor zou de zetmeelopbrengst minimaal 10% hoger moeten liggen. Dat is in de pilots over meerdere jaren niet gehaald.

In fritesaardappelen focus op kwaliteitsverbetering

In de fritesaardappelen op zandgrond ligt nu de focus op het minimaliseren van de input en op kwaliteitsverbetering. Vooral poederschurft is een probleem waarvoor Gert-Jan Heidemans, bedrijfsleider van akkerbouwbedrijf Scholtenszathe in Klazienaveen (Drenthe), een oplossing zoekt. Deze schimmel krijgt onder droge en warme omstandigheden kans toe te slaan. Met druppelirrigatie blijft de temperatuur in de aardappel rug 2 tot 4 graden lager dan in een niet-geïrrigeerde rug. Vorig jaar bleek aan de kant waar de slang lag minder schurft voor te ­komen dan aan de droge kant van de rug.

Gedruppelde zaaiuien vroeger oogstrijp

In de druppelpilot zijn nu voor het derde jaar zaaiuien meegenomen. Op de lichte gronden leverde dat een egalere sortering met minder tarra en een hogere leverbare opbrengst. Een ander belangrijk voordeel dat naar voren kwam, is dat de gedruppelde uien beduidend vroeger oogstrijp waren. Dat heeft vooral voordelen voor de afzet. In de pilots bleek dat uien slecht tegen ijzerhoudend water kunnen. Dat belemmert de opname van fosfaat waardoor de uien niet goed op gang komen. In aardappelen en lelies is dit effect niet gevonden.

Probleem ijzerophoping in slangen getackeld

Een belangrijk knelpunt waar de onderzoekers aanvankelijk tegenaan liepen, was het ijzergehalte in grondwater. Daardoor raakten de druppelslangen verstopt en liepen de pompen zelfs vast. Dit probleem ­lostte Broere Beregening op door in plaats van een zuigpomp een bronpomp te gebruiken. Doordat het grondwater omhoog gestuwd wordt in plaats van gezogen komt er geen zuurstof in het water. Het ijzer in het water oxideert dan pas nadat het uit de druppelslang is. Volgens Arie-Jan Broere is dat in driekwart van de gevallen een afdoende oplossing.

Energie uit zonnepanelen

Ook de energievoorziening op afgelegen percelen is een knelpunt. De installatie draait op stroom. Een aggregaat maakt een installatie complexer, minder betrouwbaar en duurder. Voor de pilot bij Scholtenszathe wordt daarom de stroom opgewekt met zonnepanelen. Dat deze 's nachts geen stroom leveren is volgens projectbegeleider Sigrid Arends van Delphy geen enkel probleem. Zelfs in erg droge perioden draait de installatie maar enkele uren per dag.


  • Het druppelirrigatiesysteem op akkerbouwerbedrijf Scholtenszathe in Klazienaveen-Noord, Drenthe, krijgt energie uit zonnepanelen. Dat is praktisch voor installaties die ver van het bedrijf liggen.</p>
<p><em>Foto's: Hans Banus</em>

    Het druppelirrigatiesysteem op akkerbouwerbedrijf Scholtenszathe in Klazienaveen-Noord, Drenthe, krijgt energie uit zonnepanelen. Dat is praktisch voor installaties die ver van het bedrijf liggen.

    Foto's: Hans Banus

  • Sigrid Arends, adviseur van Delphy, laat op het scherm de instellingen van de installatie zien. Het aansturen kan via een internetverbinding ook op afstand.

    Sigrid Arends, adviseur van Delphy, laat op het scherm de instellingen van de installatie zien. Het aansturen kan via een internetverbinding ook op afstand.

De planning dit jaar was om de aardappelen in droge perioden om de dag 5 tot 6 millimeter water te geven, 15 tot 20 millimeter per week. Het idee is om de gewassen ‘s ochtends een paar uur water te geven en in perioden met een hoge verdamping ’s middags nog een keer. In dit natte seizoen hadden de gewassen tot half juli geen extra water nodig. Alleen voor het toedienen van meststoffen draaide de installatie. Daarvoor is niet meer dan 2 tot 3 millimeter water per keer nodig.

Geïrrigeerde aardappelen komen sneller op gang

De ervaring uit voorgaande jaren is dat de geïrrigeerde aardappelen sneller op gang komen en een groeivoorsprong opbouwen ten opzichte van de niet gedruppelde aardappelen. Aan het eind van het seizoen bleek echter dat de geïrrigeerde aardappelen ook eerder afsterven, zodat de groeivoorsprong niet resulteert in een hogere opbrengst. Dit jaar wordt daarom geprobeerd om de aardappelen aan de groei te houden door ook in augustus te bemesten.
Aardappelverwerker Lamb Weston/Meijer (LWM) doet in het project mee met de fritesaardappelen. In dit gewas plaatste LWM camera’s die per dag van ieder project drie foto’s maken. Door er een filmpje van te maken, is volgens agronomist Geert Jan van Roessel aan het eind van het seizoen de ontwikkeling van het gewas precies na te gaan. Het effect van druppelirrigatie en fertigatie op bloeitijd en afrijping is dan precies op datum te achterhalen.


  • In de uien liggen drie druppelslangen per bed van 1,5 meter. Om wegwaaien te voorkomen zijn deze met een daarvoor ontwikkelde machine onder de grond gelegd. Onderzocht wordt welke diepte het beste is, 2 of 5 centimeter onder het maaiveld.</p>
<p><em>Foto's: Hans Banus</em>

    In de uien liggen drie druppelslangen per bed van 1,5 meter. Om wegwaaien te voorkomen zijn deze met een daarvoor ontwikkelde machine onder de grond gelegd. Onderzocht wordt welke diepte het beste is, 2 of 5 centimeter onder het maaiveld.

    Foto's: Hans Banus

  • Een druppelslang tussen de aardappelruggen. Dat werkt makkelijk bij af- en oprollen, vertelt Jacob Dogterom, projectleider van Delphy. Om bij dit systeem de rug egaal vochtig te krijgen, moet de grond het water ver genoeg kunnen transporteren. Op zandgrond met weinig organisatie stof valt dat tegen.</p>
<p> 

    Een druppelslang tussen de aardappelruggen. Dat werkt makkelijk bij af- en oprollen, vertelt Jacob Dogterom, projectleider van Delphy. Om bij dit systeem de rug egaal vochtig te krijgen, moet de grond het water ver genoeg kunnen transporteren. Op zandgrond met weinig organisatie stof valt dat tegen.

     

  • Dit natte seizoen wortelen de aardappelen egaal door de rug. Een gevaar voor druppelirrigatie is dat de wortels van het gewas vooral naar de slang toegroeien, waardoor de natuurlijke vocht- en mineralenbuffer van de grond onvoldoende wordt benut.

    Dit natte seizoen wortelen de aardappelen egaal door de rug. Een gevaar voor druppelirrigatie is dat de wortels van het gewas vooral naar de slang toegroeien, waardoor de natuurlijke vocht- en mineralenbuffer van de grond onvoldoende wordt benut.

  • De druppelslang bovenin de aardappelrug. Dit geeft een betere verdeling van het water. Voor dit systeem is twee keer zoveel slang nodig. Voor het verwijderen van de slangen voor de oogst zoeken de onderzoekers nog een praktische oplossing.

    De druppelslang bovenin de aardappelrug. Dit geeft een betere verdeling van het water. Voor dit systeem is twee keer zoveel slang nodig. Voor het verwijderen van de slangen voor de oogst zoeken de onderzoekers nog een praktische oplossing.

Welke slang is het geschiktst?

Een van de onderzoeksvragen is welke soort slang het geschiktst is en waar deze in het gewas moet liggen. Slangen met om de 40 centimeter een druppelopening waaruit 0,6 liter water per uur komt, voldoen voor alle getoetste gewassen. Het verschil wordt gemaakt in de kwaliteit van de slang en de plaats waar deze ligt.
In de aardappelen liggen twee varianten. Een slang per twee ruggen die in de geul tussen de ruggen is gelegd. Dit is een kwalitatief goede slang voor meerjarig gebruik. Na het poten wordt deze met een haspel over het perceel uitgerold en voor de oogst weer opgerold.
De tweede variant is een slang voor eenmalig ­gebruik die bovenin de aardappelrug ligt. Het verwijderen ervan blijkt erg lastig. De slang gaat bij de oogst door de rooier en kan daarna opgeruimd worden. Bij de evaluatie van dit seizoen zijn de kosten voor de druppelslangen een belangrijk onderwerp.

Of registreer je om te kunnen reageren.