Akkerbouw

Achtergrond 1017 x bekeken

Akkerbouwers pakken gewasonderzoek zelf op

Met het wegvallen van het productschap moest de akkerbouw het onderzoek opnieuw inrichten. Telers hebben gewasonderzoek collectief opgepakt; zij sluiten zich daarvoor aan bij gewasgroepen.

Het praktijkgerichte gewasonderzoek leek het kind van de rekening te worden, toen het Productschap Akkerbouw anderhalf jaar geleden wegviel. Zeker bij gewassen die niet verweven zijn in een industrie.

De afgelopen jaren zijn echter nieuwe vormen van gewasonderzoek rondom proefbedrijven ontstaan. Bij veel van deze gewasgroepen is onderzoeks- en adviesorganisatie Delphy betrokken. Het bedrijf doet samen met akkerbouwers onderzoek bij de Rusthoeve, PPO Vredepeel, het eigen proefbedrijf Op de Es en bij akkerbouwer Vedelaar in Nagele, Flevoland. Op kleinere schaal zijn via andere adviesorganisaties, studieclubs en het bedrijfsleven onderzoeksgroepen opgezet, ook op de drie andere PPO-proefbedrijven.

Een soortgelijke opzet is ook te zien rondom SPNA-bedrijven Kollummerwaard en Ebelsheerd, waar onderzoek gebeurt voor de pootgoed- en de graanacademie. Het zijn initiatieven van het noordelijke onderzoeksinstelling SPNA. Financiering gebeurt door akkerbouwers zelf, het bedrijfsleven maar ook door de overheden. Overigens ligt de focus bij de academies meer op demonstratie dan op praktijkonderzoek.

Onderzoeksorganisaties en telers hebben elkaar gevonden

"We hebben zes groepen die hier onderzoek laten doen, waarvan twee via Delphy", vertelt Marc Kroonen, bedrijfsleider bij PPO Vredepeel. Wat opvalt is de directe betrokkenheid van akkerbouwers. Kroonen ziet mooie resultaten van dit onderzoek, maar wil het ook niet te groot maken. "Natuurlijk is het belangrijk. Maar in totaal gaat het niet om grote projecten." Hij benadrukt dat andere vormen van onderzoek voor de sector nodig blijven.
De situatie is niet op alle proefbedrijven hetzelfde. Kroonens collega Gerard Hoekzema van PPO Valthermond heeft geen onderzoeken lopen van collectieven van akkerbouwers. Dat heeft ook te maken met de ligging van het proefbedrijf vlakbij Op de Es, het eigen proefbedrijf van Delphy. "We doen wel gewasonderzoek voor bedrijven en projectonderzoek. Ook zijn hier praktijknetwerken waarbij telers aanvrager waren, actief geweest." Maar onderzoek voor en door de primaire sector is volgens hem per saldo wat minder dan een aantal jaren geleden.

Met nieuwe initiatieven rondom gewasonderzoek zijn akkerbouwers nauwer betrokken bij het onderzoek. Bovendien sluit het aan bij vragen uit de eigen regio.</p>
<p><em>Foto: Mark Pasveer</em>
Met nieuwe initiatieven rondom gewasonderzoek zijn akkerbouwers nauwer betrokken bij het onderzoek. Bovendien sluit het aan bij vragen uit de eigen regio.

Foto: Mark Pasveer

Telers praten mee over opstellen onderzoeksvragen

Delphy speelt dus in veel gevallen een rol bij de nieuwe onderzoeksstructuur van collectieven met akkerbouwers. "We wilden zelf ons eigen onderzoek uitbouwen om snellere resultaten verkrijgen voor onze klanten", vertelt Jacco van der Wekken, directeur van Delphy. De vraag vanuit de praktijk naar meer gewasonderzoek kwam dus op het goede moment.

In de nieuwe structuren kunnen telers zelf in korte lijnen meepraten over het opstellen van onderzoeksvragen. Ook krijgen ze alle uitkomsten te zien. Delphy stuurt telers een- tot tweewekelijks een nieuwsbrief met resultaten en teelttips. "Dat is één van de grootste voordelen van de nieuwe opzet; dat ondernemers meer betrokken zijn bij het onderzoek", vindt Van der Wekken.

Praktijkvragen snel omgezet in concreet onderzoek

Ook worden vragen uit de praktijk snel omgezet in concreet onderzoek en zijn resultaten direct voor alle deelnemers beschikbaar. Akkerbouwers betalen zelf een belangrijk deel van de kosten voor het onderzoek. Afhankelijk van het type onderzoek dragen ook Delphy en/of fabrikanten een deel bij. De overheden hebben geen belang bij dit type onderzoek, dus die subsidiekraan blijft dicht.

Het gewasonderzoek voldoet aan een behoefte vanuit de praktijk en is via Delphy professioneel opgepakt. Beperkingen zijn er echter wel. Zo is nog niet elk gewas op elke grondsoort 'gecoverd' en bestaat aan de andere kant het risico dat onderzoek dubbel wordt gedaan. Verder kan een hiaat ontstaan in meerjarig onderzoek. "Dat is een potentieel nadeel van deze manier van werken", erkent Van der Wekken. Bij grote gewassen als suikerbieten en zetmeelaardappelen is de industrie een belangrijke partner voor meerjarig onderzoek. Voor de kleine gewassen is dat niet vanzelfsprekend. Verder is vergeleken met vijf jaar geleden met alle initiatieven meer versnippering.

De komende jaren wordt op verschillende plaatsen onderzoek gedaan. Via Brancheorganisatie Akkerbouw is dat vooral gewasoverstijgend.</p>
<p><em>Foto: Jan Willem van Vliet </em>
De komende jaren wordt op verschillende plaatsen onderzoek gedaan. Via Brancheorganisatie Akkerbouw is dat vooral gewasoverstijgend.

Foto: Jan Willem van Vliet

Nadruk ligt op gewasoverschrijdend onderzoek

Een oplossing voor het gebrek aan meerjarig onderzoek kan liggen in het onderzoeksprogramma dat de brancheorganisatie optuigt. Dat is immers gericht op langetermijnonderzoek. "De nadruk ligt op gewasoverschrijdend onderzoek en minder op specifiek gewasonderzoek", aldus Tjitse Bouwkamp, onderzoekscoördinator bij Brancheorganisatie Akkerbouw. "Dat past beter bij het type onderzoek dat wij voor de akkerbouwers oppakken."

Het nieuwe onderzoekprogramma richt zich op de basisvoorwaarden voor een economisch gezond bedrijf (zie kader) en wordt betaald door de sector zelf. Waar mogelijk is er een bijdrage van het ministerie. In het algemeen krijgt de akkerbouw, als het onderzoeksprogramma van de brancheorganisatie op stoom is gekomen, een breed palet aan onderzoek.

Vijf jaar onderzoek via Brancheorganisatie Akkerbouw

Brancheorganisatie Akkerbouw heeft vorig jaar het onderzoeksprogramma Onderzoek en Innovatie bij het ministerie van Economische Zaken ingediend. Via een verbindend verklaring (VV) zijn alle akkerbouwers verplicht mee te betalen aan toekomstig onderzoek. Een voorwaarde van het ministerie is dat het onderzoek gewasoverstijgend moet zijn. Via publiekprivate samenwerking probeert de organisatie ook de overheid bij te laten dragen voor relevante onderwerpen.
Het onderzoeksprogramma loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020. In het programma ligt de focus sterk op de basisvoorwaarden voor een optimaal renderende teelt, zoals een vitale bodem en gewas, kringlopen, management en data-uitwisseling. Het totale budget voor het meerjarenprogramma is €16,5 miljoen. Akkerbouwers betalen voor een gemiddeld bouwplan en omvang circa €500 per jaar.

Bouwkamp is niet bang voor concurrentie met de collectieven voor gewasonderzoek, maar ziet wel een taak om het belang van meerjarig gewasoverstijgend onderzoek aan de man te brengen. "Een akkerbouwer in een studieclub krijgt direct resultaat te zien. Bij het onderzoek via de brancheorganisatie is dat minder zichtbaar. Dat moeten we goed uitleggen." De onderzoekscoördinator is van mening dat het totale niveau van onderzoek in de akkerbouw dankzij het nieuwe programma op hetzelfde niveau ligt als vijf jaar geleden.

Of registreer je om te kunnen reageren.