Akkerbouw

Achtergrond 2714 x bekeken 1 reactie

Bladmeststoffen meer in beeld

Het gebruik van bladmeststoffen groeit, onder meer door krappere gebruiksnormen voor mest. De bladbemesting verschuift van curatief naar preventief.

Gewassen kunnen tijdens het groeiseizoen een gebrek krijgen aan een voedingsstof, zonder dat de teler het aan de buitenkant kan zien. Het kost opbrengst en kan ook de kwaliteit van het geoogste product aantasten. Met bladmeststoffen is het gebrek op te heffen, maar voor een akkerbouwer is het lastig te bepalen of er een verborgen gebrek is. Zodra je aan de plant ziet dat deze een tekort heeft aan een bepaald nutriënt, is de teler meestal te laat. Dat kost zeker opbrengst.

Grondmonsters

Daarom doen telers er goed aan grondmonsters vóór de teelt niet alleen te laten onderzoeken op stikstof, fosfaat en kalium, maar ook op andere voedingsstoffen waar de plant veel minder van nodig heeft. Tijdens het groeiseizoen kan dat worden aangevuld met een blad- of vruchtanalyse, zegt manager Mike Beesley van YaraVita, een Britse producent van bladmeststoffen. “Na de analyse geven wij advies hoe de telers een specifiek gewas met een bladmeststof van de juiste hoeveelheid nutriënten kan voorzien.”

YaraVita is één van de leveranciers van bladmeststoffen in Nederland. Er zijn veel andere aanbieders zoals Agrifirm, ForFarmers, CZAV, CAV Agrotheek, Profyto, Van Iperen, Johan Schuitema en K+S.

Opname voeding uit bodem

Over het algemeen is bladbemesting nuttig wanneer de plant onvoldoende voeding kan opnemen uit de bodem. Droogte kan een oorzaak zijn. Ook kan een bepaald element sterk gebonden zijn in de bodem, waardoor het onvoldoende is op te nemen door de plant. Dat kan komen door een te hoge of te lage pH of doordat andere elementen het nutriënt binden. In de helft van de gevallen waar graan een tekort heeft aan mangaan, treedt ook een gebrek op aan koper of zink. Volgens YaraVita neemt de vraag naar bladmeststoffen ook toe in een seizoen met ­hogere marktprijzen voor de gewassen. Dan schatten telers de kans groter in dat ze de investering ­terugverdienen.

Twaalf nutriënten

YaraVita stelt de bladmeststoffen samen uit twaalf nutriënten: stikstof, fosfaat, kali, ijzer, borium, zink, molybdeen, calcium, koper, mangaan, zwavel en magnesium. Er is in de wetenschap nog discussie of planten ook behoefte hebben aan andere sporenelementen, zoals selenium en kobalt. Op basis van de huidige kennis beperkt Yara de samenstelling tot deze twaalf elementen. De fabrikant raadt telers over het algemeen aan de hoofdelementen van de bemesting toe te dienen via de bodem: stikstof (N), fosfaat (P), kalium (K), calcium (Ca) magnesium (Mg) en sulfaat (S). De gewassen hebben minder behoefte aan de andere elementen, waardoor volgens Yara een bladbemesting beter past bij borium (B), mangaan (Mn), zink (Zn), koper (Cu) en molybdeen (Mn). De planten moeten magnesium (Mg) en fosfaat (P) vooral opnemen via de bodem. Maar de bemesting met Mg en P is volgens Yara goed bij te sturen met een bladbemesting.

YaraVita test in het laboratorium een nieuwe bladmeststof. Een camera maakt regelmatig foto’s. De ene plant kreeg wel en de andere geen bladmeststof.<br /><em>Foto: Jan Engwerda</em>
YaraVita test in het laboratorium een nieuwe bladmeststof. Een camera maakt regelmatig foto’s. De ene plant kreeg wel en de andere geen bladmeststof.
Foto: Jan Engwerda

Miljoenen analyses

Het verschilt per gewas welke bladmeststof het beste past. In het enorme kassencomplex in het Britse Pocklington bij York test Yara welke gewassen welke nutriënten nodig hebben. Beesley: “Sinds de opening van ons laboratorium in 1973 hebben we miljoenen grond-, blad- en vruchtmonsters geanalyseerd. Alleen vorig jaar waren dat er al ruim 200.000. Op basis van die kennis weten we voor heel veel gewassen de behoefte aan specifieke nutriënten. Wanneer we een bodem-, blad- of vruchtmonster ontvangen, analyseren we welke nutriënten in welke hoeveelheden het gewas nodig heeft. Op basis daarvan krijgt de teler een advies welke van de ruim 120 bladmeststoffen het beste past.”

'We willen de nutriënten vooral terugvinden in de nieuwe bladeren die zijn gevormd na de toediening'.

In het kassencomplex zijn niet alleen Europese akkerbouwgewassen te zien. Er staan koffieplanten, rijst en andere uitheemse gewassen. Op een tafel staat een serie radijsplanten. Die worden gebruikt voor de eerste test van een nieuwe bladmeststof. Beesley: “Als uit analyses blijkt dat een nieuwe bladmeststof nodig is, dan maken we die. Vervolgens bespuiten we de radijsplanten. Radijs heeft als voordeel dat het snel groeit en zowel bladeren als een knol vormt. Dan kunnen we zien in hoeverre de verschillende plantendelen de nutriënten opnemen, die in de nieuwe meststof zitten. We willen de nutriënten vooral terugvinden in de nieuwe bladeren die zijn gevormd na de toediening. Dan is duidelijk dat de meststof goed wordt opgenomen. Als deze testen positief uitpakken, gaan we het verder testen op specifieke gewassen en welke uitvloeiers of hechters toegevoegd moeten worden. Ook bepalen we of de bladmeststoffen meegespoten kunnen worden met de meest gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. Dat bespaart de teler een extra spuitronde door het gewas.”

Yara heeft hier twee apps voor ontwikkeld, zegt Beesley. “Yara Check-it helpt de teler gebrekziekten vast te stellen en welke gevolgen die hebben voor zijn gewas. Vervolgens krijgt hij een advies welke bladmeststof het gebrek kan opheffen. De app Yara TankMixIt geeft aan met welke gewasbeschermingsmiddelen de bladmeststof tegelijk is te verspuiten.”

Klik op de getallen hieronder voor meer informatie. Het artikel gaat verder onder de foto.

Buiten de deur

Na de testen binnenshuis volgen onderzoeken buiten de deur, zegt salesmanager Brecht Stock van Yara. “Die onderzoeken laten we doen door onafhankelijke instituten. Zo krijgen we een onafhankelijk oordeel. Dat overtuigt telers meer, dan wanneer we alleen resultaten van eigen testen overleggen.”

Stock verwijst naar een onderzoek naar YaraVita Gramitrel, een bladmeststof die extra mangaan, koper, zink en magnesium meegeeft aan wintergraan. “Mangaan, zink en magnesium brengen na de winter de fotosynthese op gang. Koper verbetert de stikstofopname en de kwaliteit van het stuifmeel. Koper en mangaan verhogen het aantal spruiten bij de uitstoeling.”

'De opbrengst steeg met 166 tot 777 kilo tarwe per hectare'.

Volgens Stock is deze bladmeststof in 2013, 2014 en 2015 getest op onderzoeksinstituten in België. “De opbrengst steeg met 166 tot 777 kilo tarwe per hectare, ten opzichte van de controlegroep. Op de Proeftuin Zwaagdijk in Nederland werd een opbrengstverhoging van 1.090 kilo gerealiseerd. Bij wintergerst varieerde de extra opbrengst in de diverse onderzoeken van 310 tot 390 kilo.”

YaraVita Solatrel wordt toegepast in aardappelen en bevat extra fosfor, mangaan en magnesium. Dat verbetert volgens Stock het aantal knollen, de knolgrootte en de bladkwaliteit. “Duits onderzoek kwam tot 16% meer opbrengst. In Nederland was dat 3,2 tot 5%. In België gaf een proef een meeropbrengst van 8,5%. Deze bladmeststof gaf bij peen een meeropbrengst van 10,2% en bij zaaiuien van 17%. Deze proeven vonden plaats onder praktijkomstandigheden, met normale bodemgehaltes en een normale bemesting.”

Investering €10 tot €20 per hectare

De investering voor een teler bedraagt meestal €10 tot €20 per hectare aan bladmeststof. Stock: “Dat is een geringe investering. Mocht de bladmeststof onverhoopt weinig effect hebben op de opbrengst, dan loopt de teler geen groot financieel risico. Yara streeft naar een verhouding van minstens 1 op 3 tussen kosten en opbrengsten voor de teler. Bladbemesting kan telers helpen met het realiseren van hogere opbrengsten en een betere kwaliteit. Dat helpt in het verhogen van de saldo’s.”

Ondanks dat bladmeststoffen uit chemische elementen bestaan, hoeven ze niet door een toelatingsprocedure. Dat komt omdat er geen nieuwe chemische stoffen zijn gemaakt, zoals bij gewasbescherming. De meststoffen bevatten bestaande nutriënten en vereisen daarom geen toelatingsprocedure.

Van curatief naar preventief

De huidige generatie bladmeststoffen is zacht voor de plant. Ze zijn eenvoudig toe te dienen, tegelijk met de gewasbescherming. En bladmeststoffen vergen geen grote investering. Het gebruik neemt dan ook toe, constateert Ton Hendrickx, specialist bemesting bij coöperatie CZAV. “Het gebruik neemt vooral toe doordat de noodzaak groter is. Door onder andere de aanscherping van de gebruiksnormen van dierlijke mest, voeren de akkerbouwers minder sporenelementen aan. Daardoor zien we meer gebrekverschijnselen in gewassen. De gevolgen zijn te beperken met een bladbemesting. De voedingsstoffen stikstof, fosfaat en kalium geef je via de bodembemesting. De behoefte aan sporenelementen kun je, indien nodig, aanvullen met een bladbemesting.”

Wat ook een rol speelt, is de toename van de productie per hectare, zegt Hendrickx. “Akkerbouwers voeren meer sporenelementen af en moeten dus meer aanvullen tijdens het groeiseizoen. Terwijl de aanvoer via dierlijke mest wordt beperkt.”

Daarnaast is kunstmest zuiverder geworden. Vroeger werden triplesuper en kali-40 gestrooid. Triplesuper bevatte ook calcium en met kali-40 strooide de akkerbouwer tevens magnesium over het land. En de aanvoer van zwavel en zink uit de lucht via depositie is afgenomen. Hendrickx: “De zinkgehaltes in de bodem lopen terug. Ik verwacht dat over een aantal jaren ook ijzergebrek gaat optreden in akkerbouwgewassen.”

'Soms zijn bepaalde sporenelementen wel voldoende aanwezig in de bodem, maar kan de plant ze niet opnemen'.

Akkerbouwers voeren dan ook vaker dan vroeger een preventieve bespuiting uit met bladmeststoffen, constateert Hendrickx. “De bladbemesting verschuift van curatief naar preventief. Soms zijn bepaalde sporenelementen wel voldoende aanwezig in de bodem, maar kan de plant ze niet opnemen vanwege stress, zoals droogte. Als je dan beregent, verdwijnt het gebrekverschijnsel weer. Soms zijn het bepaalde percelen waar vaak gebrekverschijnselen optreden. De teler weet dan dat een bladbemesting op dat perceel problemen kan voorkomen.”

Om de kosten hoeven de akkerbouwers het niet te laten. Hendrickx schat de kosten voor de meeste bladbemestingen rond de €10 tot €25 per hectare. “Het is een verzekeringspremie, die voorkomt dat gebrekverschijnselen optreden.”

‘Vraag naar bladmeststoffen neemt toe’
Yara produceert bladmeststoffen in het Britse Pocklington onder de naam Yara­Vita.
Dit jaar verlaten zo’n 32 miljoen eenheden (liter vloeistof of kilo poeder) het complex nabij York. De vraag neemt toe, zegt manager Mark Beesley. “We verkopen de bladmeststoffen in 72 landen. De omzet over 2015 lag rond de €64 miljoen en is verdubbeld in 10 jaar.”
Bouw nieuwe fabriek
De vraag naar bladmeststoffen groeit zo hard dat YaraVita een fabriek gaat bouwen in Brazilië, dat inmiddels de grootste afzetmarkt is na Europa. De fabriek moet in 2018 gaan draaien. Door de ­beperkte vruchtwisseling in Brazilië hebben gewassen eerder last van gebrekziekten.
De nutriëntenmengsels van YaraVita worden vooral als bladmeststof toegepast. Een klein deel wordt als coating aangebracht rondom korrelkunstmest of zaad. De toepassingen hangen sterk af van het land waar de afnemer woont. In Europa betreft het vooral graan, aardappelen, suikerbieten en koolzaad. In Nederland worden bladmeststoffen ook toegepast in de bollenteelt en de fruitteelt.
Namaak 
De producten van YaraVita worden veel nagemaakt, zegt Beesley. “Het gaat niet alleen om de chemische samenstelling. Ook de vorm waarin de nutriënten in de meststof zitten, beïnvloeden het resultaat. En de uitvloeier, het hechtmiddel of de oplossing zijn erg belangrijk voor de effectiviteit, evenals de oppervlaktespanning van de vloeistof. De meststof moet met een spuitmachine verspoten kunnen worden en het moet mengbaar zijn met een gewasbeschermingsmiddel. De meststof moet niet direct na een regenbui van het blad afspoelen. Ook moet een druppel zich verspreiden over een blad. Dat is beter bij verdampen. Dat voorkomt bladbeschadiging en bevordert de opname.”

Eén reactie

  • farmerbn

    Door gebruik van de producten van Yara krijg je een meeropbrengst maar één derde daarvan moet de boer afgeven aan Yara. Yara wordt hierdoor een soort akkerbouwer die geen grond heeft, geen arbeid hoeft te verrichten en geen risico loopt bij slecht weer enz. Boeren moeten steeds vaker een groot deel van hun opbrengst direct afgeven voor zaaizaad, meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Dit is geen goede ontwikkeling.

Of registreer je om te kunnen reageren.