Akkerbouw

Achtergrond 1223 x bekeken

Akkerbouw laat in keuken kijken

De open dag in de Week van de Akkerbouw geeft ondernemers de kans te laten zien waar ze trots op zijn. En bij de consument creëren ze er draagvlak mee.

Voor de tweede editie van de open dag waarmee de Week van de Akkerbouw op 25 juni wordt afgesloten, is dubbel zoveel animo als voor de eerste keer in 2013. Dat geeft aan dat agrarisch ondernemers meer en meer het belang onderschrijven van communicatie met consumenten. Die erkende noodzaak blijkt eveneens uit de online-enquête op de Boerderij-website. Een greep uit de reacties: het is goed om aan je imago te werken, leuk om te laten zien waar je trots op bent, de sector heeft niets te verbergen en eventuele vooroordelen kunnen in een dialoog worden weggenomen.

'License to produce'

Naast inzicht in de gewasproductie leidt openheid naar consumenten eveneens tot begrip voor het ondernemerschap en de keuzes die daarbij moeten worden gemaakt. Voorlichting verschaft in hippe terminologie een license to produce. Dat is belangrijk, want het imago van de akkerbouw is goed, maar kan altijd worden verstevigd. Als er onverhoopt iets misgaat, heeft de sector voldoende draagvlak voor een incident.

Matthé Elema, directeur van de Brancheorganisatie Akkerbouw, verwacht op tachtig deelnemende bedrijven uit te komen voor de open dag in de Week van de Akkerbouw. In 2013 waren dat er een kleine veertig. “Toen waren dat allemaal akkerbouwbedrijven, dit keer hebben we ook aanpalende bedrijven zoals afnemers uitgenodigd.”

Akkerbouwers laten op de open dag zien hoe ze op een duurzame manier gezond voedsel produceren. De dialoog leidt tot begrip en draagvlak.<br /><em>Foto: Hans Prinsen</em>
Akkerbouwers laten op de open dag zien hoe ze op een duurzame manier gezond voedsel produceren. De dialoog leidt tot begrip en draagvlak.
Foto: Hans Prinsen

Akkerspots

Bedrijven in een gebied worden geclusterd tot zogenoemde akkerspots. Die spots geven een beeld van de keten waarin akkerbouw wordt bedreven en de variatie in zo’n spot maakt het voor bezoekers aantrekkelijker om het rondje te maken. Dat is voor de deelnemer ook leuker; hij kan overleggen met zijn akkerspotgenoten en de kans dat het druk wordt, is groter. Elema: “De belangstelling is groter dan gedacht. Waar we aanvankelijk voorzichtig het doel hadden om vier of vijf spots op te richten, zijn dat er elf geworden.”

Op de website weekvandeakkerbouw.nl zijn de deelnemende bedrijven aan de open dag te vinden. Heel overzichtelijk aangegeven op een kaartje van Nederland en met uitleg over de bedrijven.

In groepjes werken zijn akkerbouwers wel gewend tegenwoordig, onder meer door studiegroepen, en regelmatig melden groepen zich gezamenlijk aan. “We hebben zelf ook veel aan werving gedaan”, zegt Elema. “Via de pers, sociale media en het netwerk.”

Met het netwerk doelt hij bijvoorbeeld op de buitendiensten van coöperaties en organisaties als LTO, NAV, NAJK en Stichting Veldleeuwerik, waar veel bedrijven bij betrokken zijn. Het aanhaken van ketenpartijen is een duidelijk verschil met de eerste editie. Het leidt tot meer draagvlak voor het evenement. Dat is op de open dag ook te zien, bijvoorbeeld door een kraampje van de fritesfabriek.

Aandacht in sociale media

Ook sociale media spelen een veel grotere rol dan bij de vorige editie; zowel bij het werven van deelnemers als bezoekers. Een bericht is snel gedeeld en je bereikt zo snel een groot publiek. Elema omschrijft dat treffend: “Het is een kwestie van zaaien en op een gegeven moment kun je oogsten.”

Openheid en transparantie. Het is belangrijk om te laten zien wat je doet, stelt voorzitter Jaap van Wenum van de vakgroep akkerbouw van LTO Noord. Een evenement als de Week van de Akkerbouw leent zich daar perfect voor. “Deze grootschalige aanpak trekt publiciteit”, motiveert hij zijn enthousiasme. Tevens haalt hij het veelvuldige gebruik van sociale media door de sector aan. “Akkerbouwers produceren voedsel in de buitenlucht, iedereen kan het zien. Het is belangrijk om er uitleg bij te geven en dat doen akkerbouwers steeds meer.”

'Veel vragen in de samenleving'

Door de krimp van de agrarische sector heeft bijna niemand meer boeren in de familie, schetst Van Wenum. “Het is niet vanzelfsprekend dat mensen van buiten de sector weten waar wij mee bezig zijn. Ik kan me voorstellen dat er veel vragen zijn in de samenleving. Over gewasbescherming bijvoorbeeld, een onderdeel van onze bedrijfsvoering. We moeten uitleggen waarom het nodig is en wat er gebeurt als we het niet meer mogen toepassen. En dat we te maken hebben met strenge regelgeving op dit terrein. Het moet steeds beter en veiliger.”

Hij hoopt dan ook op veel publiek ‘van buiten’. Sociale media zijn een goede manier om publiciteit te vergaren. “Een bericht is snel gedeeld. Akkerbouwers zijn hier ook steeds meer mee bezig. Ze realiseren zich dat communicatie bij hun bedrijfsvoering hoort en dat is goed.”

Om het jaar een Week van de Akkerbouw

Het is de tweede editie van de Week van de Akkerbouw na de primeur, die al drie jaar geleden plaatsvond. Wat Van Wenum betreft mag de frequentie omhoog. “Om het jaar zou leuk zijn. Niet jaarlijks, want het kost ook nogal wat. Maar elke twee jaar is een mooie herkenbare frequentie.”

Dat sluit mooi aan bij de wens van de Brancheorganisatie Akkerbouw om de Week van de Akkerbouw om het jaar houden. “Dat hebben we ook zo afgesproken met Interpolis Agro, die ons de eerste twee keer dat we de week organiseren, financieel ondersteunt. Zo’n evenement als dit moet je frequent houden om blijvend effect te hebben, eenmalig heeft geen zin.”

Het spuiten van uien. Akkerbouwers leggen graag uit waarom ze dat doen. Een open dag is daarvoor bij uitstek geschikt.<br /><em>Foto: Koos Groenewold</em>
Het spuiten van uien. Akkerbouwers leggen graag uit waarom ze dat doen. Een open dag is daarvoor bij uitstek geschikt.
Foto: Koos Groenewold

Wie komt kijken?

Ongeveer het spannendste en meest onvoorspelbare aspect aan de open dag is het publiek. Het mooist zou het zijn als mensen van buiten de boerenkring komen kijken hoe de akkerbouwer elke dag zijn best doet om mooi voedsel te produceren. Juist mensen die niet vaak op een akkerbouwbedrijf zijn geweest. “Nu eens niet de usual suspects, maar bijvoorbeeld gezinnen uit de stad”, zegt Elema. “Daar zijn echter geen garanties over te geven. Wij gaan niet over de bezoekersaantallen, maar zijn daar natuurlijk erg nieuwsgierig naar. De eerste open dag trok een gevarieerd publiek en op een aantal plekken is het echt druk geweest. Veel reuring maken in de hoop op veel respons, is alles wat we kunnen doen. We verwachten dat de akkerbouwer ook zelf actie onderneemt, hij kent zijn omgeving immers het beste.”

Dat er geen aaibare koeien en lammetjes aanwezig zijn op de meeste akkerbouwbedrijven is voor het publiek geen bezwaar, verwacht Elema. Hij maakt een vergelijking met de interesse voor het tuinbouwevenement Kom in de Kas. “Dat zit altijd bomvol. Daar is een verhaal te vertellen en een verhaal hebben wij in de akkerbouw ook”, legt hij uit. “We willen de akkerbouw neerzetten als een sector waarin op een moderne manier veel goede dingen gebeuren. Door de bedrijven open te stellen, etaleer je transparantie en dat draagt bij aan de belangrijke goede relatie met de mensen in de omgeving. Dat weten boeren heel goed, zo blijkt ook uit de animo voor deelname aan de open dag in de Week van de Akkerbouw.”

‘Goede gelegenheid om uitleg te geven’

<strong>Naam:</strong> Roelof de Jong (27). <strong>Bedrijf:</strong> akkerbouw, gespecialiseerd pootgoedbedrijf. <strong>Plaats:</strong> Sint Annaparochie (Friesland).<br /><em>Foto: Anne van der Woude</em>
Naam: Roelof de Jong (27). Bedrijf: akkerbouw, gespecialiseerd pootgoedbedrijf. Plaats: Sint Annaparochie (Friesland).
Foto: Anne van der Woude



Roelof de Jong doet voor de tweede keer mee aan de open dag van de Week van de Akkerbouw.

Wat vond u de eerste keer, in 2013, van de open dag?

"Heel erg leuk. We hebben het samen met een ander bedrijf hier in de regio opgepakt. Verrassend hoeveel mensen we over de vloer kregen: zo'n honderd man. Als akkerbouwbedrijf ben je toch een beetje gesloten. Je werkt met grote machines en wilt ongelukken voorkomen. Daarom kun je niet altijd bezoek ontvangen. Nu was de gelegenheid er wél en mensen wisten dat ze welkom waren. Ze waren oprecht geïnteresseerd in ons verhaal. En het inspireert mij ook om anders te kijken naar het bedrijf."

Waar gaat het dan vooral over?

“Hoofdzakelijk over wat wij doen, de gang van zaken. De mensen die op afstand klagen, zie je op zo’n dag niet. Het zijn juist mensen met een open houding. Uiteraard komt gewasbescherming ook aan bod in de gesprekken. Dan leggen we voor: hoe slecht kunnen de middelen zijn als een klein plantje er een week later nog staat? Mensen hebben er soms een verkeerd beeld bij. Een geurig middel komt over als slechter. En in het begin van het seizoen spuiten we wat vaker tegen onkruid, wat opvalt. Ook vertellen we dat de consument met bepaald koopgedrag ons handelen indirect beïnvloedt. Op zo’n open dag kun je dat allemaal uitleggen, dan is er gelegenheid voor.”



Waarom doet u nu weer mee?

“Ik kreeg een mail van de organisatie, keek op de website en zag dat er in ons gebied nog geen aanmeldingen waren. Toen besloot ik me opnieuw op te geven, het is ook een mooie kans op positieve reclame. Daarna volgden er meer, we zijn nu met zes bedrijven.”



Hoe bereidt u zich voor op de dag?
“We generen aandacht door posters en flyers te verspreiden en in de kranten te staan. Hier op het bedrijf is het een kwestie van netjes maken en de schuur inrichten, zodat het gezellig is en er iets te doen is. Een film voor de kinderen bijvoorbeeld. En we zorgen voor koffie en wat lekkers. We hebben wat ervaring met het ontvangen van mensen door de kunst in boerenschuren met de Bildtse aardappelweken. Ook nu maken we er echt een uitje van.”

Over de Week van de Akkerbouw

De week begint maandag 20 juni met de 'Akkerrun': een obstakelparcours voor basisscholieren op akkerbouwbedrijf van Dirk de Heer in Purmer (Noord-Holland).

Via weekvandeakkerbouw.nl, waar akkerbouwers in vlogs en blogs een inkijkje geven op hun bedrijf, zijn prijzen te winnen voor de beste akkerselfie; een foto met je favoriete akkerbouwproduct en akker of een akkerbouwer.

Op 23 juni wordt het seminar Het menu van de toekomst gehouden. Hierin staat de vraag centraal: wat eten we in 2025 en wat betekent dit voor de Nederlandse akkerbouw? Jaap van Wenum (LTO Akkerbouw) en Teun de Jong (NAV) schetsen de stappen voor de akkerbouw om ook in 2025 een vitale sector te hebben. Het seminar is op het akkerbouwbedrijf van Jan Blitterswijk in Biddinghuizen (Flevoland).

Op zaterdag 25 juni laten akkerbouwers bezoekers ervaren hoe dynamisch en innovatief de sector is. Verspreid over Nederland zijn akkerspots opgericht van groepjes bedrijven. Beleven en doen staan centraal met activiteiten als een rondleiding, speurtocht en proeven van akkerbouwproducten.

De Week van de Akkerbouw is een initiatief van Brancheorganisatie Akkerbouw en wordt mogelijk gemaakt door Agrifirm Plant, Royal Cosun, CZAV, Interpolis Agro, LTO Nederland, NAO Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, NAV en VAVI.

Of registreer je om te kunnen reageren.