Akkerbouw

Achtergrond 1560 x bekeken 1 reactie

Kosten over teelten verdelen is lastig

Een kostprijsberekening geeft akkerbouwers veel inzicht in welke onderdelen van de teelt de kosten worden gemaakt en in de hoogte ervan.

Een kostprijsberekening geeft veel inzicht in de kostenstructuur van een teelt en van de hele bedrijfsvoering. Door alle kosten te specificeren krijgt de teler een idee waar de kosten worden gemaakt en waar door besparing of efficiënter werken nog winst kan worden behaald. Of hoeveel opbrengst nodig is om de gemaakte kosten goed te maken.

Het lastige bij een kostprijsberekening is hoe je kosten die niet direct aan de teelt zijn gerelateerd, meeneemt in de berekening. Een saldoberekening is veel overzichtelijker. Daar worden alleen de direct aan een teelt gerelateerde kosten meegenomen. Een saldoberekening is vooral geschikt om teelten binnen een bedrijf met elkaar te vergelijken. Dit geeft de teler handvatten bij het invullen van zijn bouwplan. Voor langetermijnbeslissingen, zoals investeren in gebouwen of mechanisatie, is een kostprijs­berekening beter geschikt.

Toerekenen erg lastig

Volgens Harm Jan Schipper van accountantskantoor Accon avm is het niet eenvoudig om voor individuele akkerbouwgewassen een kostprijs te berekenen. Accon avm heeft daar in studiegroepverband wel aan gerekend, maar het blijkt erg moeilijk om een trekker of kipper aan een teelt toegerekend te krijgen. De kosten verschillen per seizoen en per perceel. Een moeilijk of juist makkelijk aardappelseizoen heeft door meer of minder inzet van eigen mechanisatie ­invloed op de kostprijs voor andere gewassen. Wel constateert Schipper dat de akkerbouw na een aantal goede jaren de kostprijs heeft laten oplopen en dat ­telers weer meer moeten gaan rekenen.

Ploegen. In een kostprijsberekening moeten de kosten voor trekker en ploeg worden verdeeld over de verschillende gewassen.<br /><em>Foto: Peter Roek</em>
Ploegen. In een kostprijsberekening moeten de kosten voor trekker en ploeg worden verdeeld over de verschillende gewassen.
Foto: Peter Roek

Bedrijfsadviseur Hendrik Jan Bos van Flynt vindt het verstandig dat telers zelf aan het rekenen gaan. Dan weet je als akkerbouwer wat je aan het doen bent. De vraag is wat je met alle verzamelde cijfers kunt. Al kun je bijvoorbeeld een trekker toerekenen aan een gewas, dan kun je alleen achteraf concluderen wat je kostprijs is geweest. Je weet niet hoeveel een trekker of oogstmachine bij inruil nog opbrengt. Daarbij speelt niet alleen de leeftijd, maar ook het aantal draaiuren en de staat van onderhoud een rol. Volgens Bos is in de akkerbouw de prijs die een teler voor zijn product weet te halen de grootste variabele. Sturen op kostprijs valt daarbij in het niet.

Discussie bij maken kostprijsberekening

Adviseur Erik Arts van accountantskantoor Countus, noemt een kostprijsberekening soms interessant. Een eenvoudiger saldoberekening is een goede maatstaf om gewassen op een bedrijf te vergelijken of om prestaties met die van andere telers te vergelijken.

De discussie bij het maken van een kostprijsberekening is altijd hoe je kosten voor grond, gebouwen en eigen arbeid inrekent. Voor huur of pachtgrond is dat niet zo moeilijk. Maar voor grond in eigendom zijn verschillende opties. Neem je het bedrag dat de grond bij verhuur kan opleveren, of de oorspronkelijke koopprijs of de boekwaarde of de huidige marktwaarde? Voor iedere optie zijn goede argumenten te bedenken. Ook de beloning voor eigen arbeid is op meerdere manieren in te vullen. Neem je genoegen met een cao-loon, wil je ieder uur betaald hebben, en welk bedrag reken je dan voor eigen arbeid? Of neem je een vast bedrag voor privéonttrekkingen of is eigen arbeid sluitpost?

Voor eigen bedrijf een kostprijsberekening

Accountants geven al aan dat het verdelen van algemene kosten zoals die voor het machinepark over teelten erg lastig is. Voor een aardappelrooier is het niet zo moeilijk, maar voor een trekker of kipper die voor alle teelten ingezet wordt wel.

Akkerbouwer Kasper Kleijwegt maakte voor zijn eigen bedrijf per gewas een kostprijsberekening (zie kader onderaan dit artikel). Van ieder van de 57 machines op het bedrijf berekende hij hoeveel ze op jaarbasis kosten en hoeveel uren ze voor een bepaalde teelt worden ingezet. Ook alle uren uit eigen arbeid die op het bedrijf gemaakt worden, zijn aan een teelt toegerekend.

Kleiwegts programma berekent ook een rangorde per kostenplaats. Deze rangorde geeft een goed inzicht in de kostenopbouw voor de teelt en verwerking van zijn gewassen. Grond is daarin niet meegenomen, omdat dit voor alle gewassen verreweg de grootste kostenpost is in de saldoberekening. Voor de spruiten en aardappelen blijkt het uitgangsmateriaal de grootste kostenpost, gevolgd door de kosten voor gewasbescherming. Deze zeer gespecificeerde berekeningen geven de ondernemer inzicht in de bijdrage van iedere post op de kostprijs. Een analyse van de cijfers laat zien welke onderdelen in de bedrijfsvoering de grootste invloed hebben op de kostprijs. Dat geeft de teler handvatten om de bedrijfsvoering bij te sturen.

Kasper (32), Ab (33) en Leo (65) Kleijwegt in Mijnsheerenland (Zuid-Holland). Ze hebben 10 hectare akkerbouw op klei. Het bouwplan bestaat uit consumptieaardappelen, spruiten en graan.<br /><em>Foto: Roel Dijkstra</em>
Kasper (32), Ab (33) en Leo (65) Kleijwegt in Mijnsheerenland (Zuid-Holland). Ze hebben 10 hectare akkerbouw op klei. Het bouwplan bestaat uit consumptieaardappelen, spruiten en graan.
Foto: Roel Dijkstra

Generieke werkwijze toerekenen algemene machines

Kleiwegt is het niet eens met de accountants dat het niet eenvoudig is om algemene machines toe te rekenen aan een teelt. Hij heeft daar een generieke werkwijze op gevonden. De kippers bijvoorbeeld. Kort door de bocht vervoert een kipper jaarlijks bijvoorbeeld 1.400 ton aardappelen en 450 ton graan. Dan is de afschrijvingsverhouding duidelijk.

Voor de belangrijkste machines hanteert Kleijwegt een afschrijvingstermijn van tien jaar. Dat is de termijn dat ze economisch aan vervanging toe zijn. De exacte restwaarde is volgens Kleijwegt nauwelijks relevant voor de kostprijs van een gewas. Volgens hem kan er best over worden gediscussieerd of een trekker met een aanschafwaarde van €150.000 na tien jaar nog €50.000 of €60.000 opbrengt. Dat verschilt maar €1.000 in jaarlijkse afschrijving. Op 50 hectare een verschil van €20 per hectare. Een ­reële schatting is echter wel belangrijk om inzicht te verkrijgen in de te maken kosten.

Voorbeeldkostprijsberekening NAV op site

Akkerbouwvakbond NAV ontwikkelde een voorbeeldkostprijsberekening voor onder andere consumptieaardappelen. Deze is te vinden op nav.nl. In die voorbeeldkostprijsberekening zijn alle kosten die betrekking hebben op de aardappelteelt benoemd. Telers kunnen daar hun eigen gegevens invullen. Het achterliggende programma rekent dan de eigen kostprijs uit.

Kostprijsberekening erg confronterend

Opbrengstprijzen van akkerbouwgewassen zijn te laag om alle berekende kosten te vergoeden. Dat blijkt uit een uitgebreide kostprijsberekening die Kasper Kleijwegt maakte voor zijn aardappelen, spruitkool en graan.

De opbrengstprijzen liggen in de regel lager dan de kostprijs. Voor de frites­aardappelen levering juni komt Kleijwegt op € 0,16 per kilo, bij een bruto-opbrengst van 50 ton per hectare. Dat is iets onder contractprijsniveau, en ver onder het niveau dat vrije aardappelen ­afgelopen seizoenen opbrachten. Voor spruitkool komt Kleij­wegt op een kostprijs van € 0,52 per kilo, terwijl de gemiddelde prijs afgelopen seizoen rond €0,36 per kilo uitkwam. Voor wintertarwe berekende de teler een kostprijs van € 0,22 per kilo, een prijs die de laatste jaren niet gehaald is.

Bij de uitgangspunten voor de berekeningen is Kleijwegt nog voorzichtig geweest. Voor eigen grond bijvoorbeeld rekent hij met een boekwaarde van €30.000 per hectare. Aan rente en grondlasten komt hij dan aan jaarkosten van €1.000 per hectare. Aan ondernemers­inkomen rekent hij €25 per uur.

Confronterende uitkomsten
Kleijwegt noemt de uitkomsten confronterend. “Het ondernemersrisico is in de berekening nog niet eens meegenomen. Als ondernemer weet je wel ongeveer wat de kostprijs is en of de uitbetaalde prijzen voldoende zijn. Met zo’n uitgebreide berekening wordt je wel met de neus op de al dan niet bekende feiten gedrukt.”

Kleijwegt vindt het verstandig als collega’s voor zichzelf ook een kostprijsberekening maken. “Bij contractonderhandelingen weet je direct beter waar je staat dan slechts de constatering dat je erop voor- of achteruitgaat. In de praktijk leidt het kennen van je kostprijs niet direct tot hogere contract- of verkoopprijzen, maar bij dagproducten als spruiten kan je wel bewuster keuzes maken: wel leveren, niet leveren.”

Eén reactie

  • agratax(1)

    Uit de cijfers van Kleijwegt blijkt hoe de maatschappij "mooi weer" speelt over de ruggen van de voedselproducenten. We kunnen denken aan de financiele scheef groei door de Vrije Wereld Markt die Nederland met zijn hoge kosten laat concureren met bv. landen als Argentinie of Brazilie waar de kosten vele malen lager zijn.
    Ik weet wel dat daar geen piepers en spruiten groeien maar de contractprijzen van deze producten worden indirect afgeleid van de graanprijs op de haven in Rotterdam.

Of registreer je om te kunnen reageren.