Akkerbouw

Achtergrond 1499 x bekeken

Sterke pootgoedsector moet alert zijn op ziekten

De pootgoedsector zit sterk in elkaar. Maar aaltjes en erwinia blijven aandacht vragen. ‘We moeten niet indutten, maar alert blijven.’

De export van pootgoed loopt weer als een trein. Nooit eerder werden tot en met februari zoveel pootaardappelen verkocht aan buitenlandse afnemers. Nederland is de grootste exporteur in de wereld van pootaardappelen. Maar het is moeilijker nummer 1 te blijven, dan het te worden. De sector staat weliswaar aan kop qua export, maar er zijn voldoende redenen om waakzaam te blijven. Voorzitter Peter Berghuis van de LTO-werkgroep Pootaardappelen noemt als belangrijkste aandachtspunten de grondgebonden ziekten. “Aardappelmoeheid en vooral chitwoodi blijven aandacht vragen. Ook heeft de sector erwinia nog niet onder controle.”

40.121 hectare pootaardappelen

Vorig jaar is 40.121 hectare pootaardappelen aangemeld bij keuringsdienst NAK, het grootste areaal in meer dan tien jaar. De meeste telers hanteren een vruchtwisseling van een op drie pootaardappelen. Bij verruiming naar een op zes krijgt de grond een natuurlijke opschoning van aaltjes. Dat is echter geen optie, zegt Berghuis. “Dan zou het areaal bijna moeten halveren. Telers hebben op het huidige areaal geïnvesteerd. En Nederland kan dan zijn afzetmarkten niet meer geheel bedienen. We moeten aaltjes en erwinia onder de duim krijgen en houden.”

De sector heeft daar initiatieven voor genomen. Er zijn deze eeuw twee projecten uitgevoerd om de bacterie erwinia onder de duim te krijgen. De NAK toetst sinds 2012 de S-klassen op erwinia. Dat wierp zijn vruchten af. Er is veel kennis vergaard. Het aantal afkeuringen en klasseverlagingen door bacterieziek nam af. Maar in 2015 kwam erwinia­stam Pectobacterium brasiliensis sterk opzetten. Het aantal declasseringen door erwinia steeg. Berghuis: “Het toont aan dat we alert moeten blijven.”

Door de schaalvergroting moeten telers soms in korte tijd veel pootaardappelen wegwerken tijdens het sorteren. Ook dan moet gelet worden op de kwaliteit.</p>
<p><em>Foto: Jan Willem Schouten</em>
Door de schaalvergroting moeten telers soms in korte tijd veel pootaardappelen wegwerken tijdens het sorteren. Ook dan moet gelet worden op de kwaliteit.

Foto: Jan Willem Schouten

Goed georganiseerd

De laatste jaren neemt de ziektedruk door het aaltje Meloidogyne chitwoodi toe. Er komen ieder jaar chitwoodi-cirkels bij, waarbinnen alle pootgoed moet worden getest op het aaltje. Daarom is vorig jaar de stichting Pootgoed Versterkende Maatregelen opgericht om gezamenlijk de bedreiging tegen te gaan.

Het brengt Upt Hiddema, pootgoedteler in Holwerd (Fr.) en tot dit jaar voorzitter van de LTO-werkgroep, op een sterk punt van de sector. “Ze is goed georganiseerd. Telers werken samen met handelshuizen en keuringsdienst NAK draait goed. Het NAK-label is een waarborg voor een goede kwaliteit pootgoed. Het Nederlandse pootgoed wordt strenger gekeurd dan in andere landen. Bedreigingen als erwinia en aaltjes pakt de keten gezamenlijk op. Dat hebben we ook gedaan bij het opstellen van het Hygiëneprotocol om bruin- en ringrot te voorkomen. Ook voor een efficiënte teelt en afzet van pootaardappelen is samenwerking in de keten onontbeerlijk. Maar telers moeten alert blijven op kwaliteit. Zorg dat het gewas goed kan afsterven, zodat de moederknollen wegrotten vóór het rooien. Moederknollen geven een groot risico op verspreiding van erwinia.”

'Soms moet worden gejakkerd tijdens het sorteren en worden de pootaardappelen wel eens langs het randje gelezen.'

Handelshuizen tikken telers op de vingers

Door schaalvergroting moeten telers steeds meer pootaardappelen verwerken, ziet Hiddema. “Soms moet worden gejakkerd tijdens het sorteren en worden de pootaardappelen wel eens langs het randje gelezen. Maar handelshuizen tikken de telers op de vingers als ze te dicht langs het randje werken.”

Het is een verantwoordelijkheid van de telers om een goed product af te leveren, zegt Berghuis. “Door schaalvergroting kun je efficiënter produceren. Maar je moet het ook qua arbeid kunnen invullen.”

Berghuis en Hiddema roemen beide de kennis van de Nederlandse pootgoedtelers. Berghuis: “Het grootste gevaar is dat je indut als je succesvol bent. Daarom is het goed dat telers, kwekers en handelshuizen elkaar scherp houden.”

Het telen van pootgoed moet ook niet al te gemakkelijk zijn, zegt Hiddema. “Anders gaan meer boeren dat doen. Doordat het moeilijk is, onderscheidt de pootgoedteler zich en kun je er een goede boterham aan verdienen.”

Een NAK-medewerker spoelt grond om chitwoodi-aaltjes op te sporen. “Het NAK-label is het visitekaartje van het Neder­landse pootgoed.”</p>
<p><em>Foto: Ruud Ploeg</em>
Een NAK-medewerker spoelt grond om chitwoodi-aaltjes op te sporen. “Het NAK-label is het visitekaartje van het Neder­landse pootgoed.”

Foto: Ruud Ploeg

Sterke handelshuizen

Ook directeur Jan van Hoogen van Agrico noemt het hoge kennisniveau van de telers een sterk punt van de Nederlandse pootgoedsector. “Dat zorgt voor een goede kwaliteit pootgoed. We hebben grote, sterke handelshuizen die de export faciliteren. En de aanwezigheid van een professionele consumptiesector ondersteunt de pootgoedsector.”

Van Hoogen noemt Frankrijk de grootste concurrent van Nederland. “Ook in Frankrijk kunnen ze goed pootgoed telen. In Schotland zijn de opbrengsten structureel lager en door het natte klimaat hebben ze meer kans op erwinia. De Schotten zijn later aan de markt en missen daardoor vroege bestemmingen zoals Cuba. Bovendien heeft Schotland veel handelshuizen en is er weinig binding tussen handelshuis en teler. Het is daar een cowboymentaliteit in de pootgoedsector. Duitsland produceert ook veel pootgoed, maar heeft geen exportpositie.”

Intensieve teelt

Als zwakke punt noemt ook Van Hoogen de intensieve teelt. “Dat geeft ziektedruk door AM en chitwoodi. Resistente rassen helpen om dit probleem te verkleinen. Een ander zwak punt zijn de kleine handelshuizen, die voor hun afzet te grote risico’s kunnen nemen. Dat kan voor de hele sector hard aankomen. Een verdere consolidatie kan dat verbeteren.”

Volgens Van Hoogen gaat 60 procent van het pootgoed voor de binnenlandse markt via de verwerkers naar de consumptietelers. Hij vindt dit een groot voordeel. “Het is een superefficiënt sys­teem. Wij kunnen het risico nemen om veel pootgoed van een aantal rassen uit te zetten en die te leveren aan de industrie. Die kan daardoor op haar beurt de grondstofvoorziening veiligstellen. De marges zijn zo beter verdeeld in de keten. Dat ketendenken ontbreekt wel eens bij telers van fritesaardappelen.”

'Pootaardappelen zijn geen bulkproduct, zeker niet de beschermde rassen.'

HZPC-directeur Gerard Backx hecht ook aan een sterke keten. “Pootaardappelen zijn geen bulkproduct, zeker niet de beschermde rassen. We produceren de hoeveelheid pootgoed van licentierassen die de afnemers nodig hebben. Het houdt vraag en aanbod in evenwicht. Dat is uniek in een landbouwmarkt met volledig vrije mededinging. Verder is het vakmanschap van de telers groot. Telers weten wat onze afzetmarkten vragen.”

Ketenregisseur gezocht

Backx noemt als bedreiging de overheid. “Denk maar aan de discussie over de aansturing van de NAK. De huidige keuringsstructuur werkt erg goed. Daar moet de overheid niets aan veranderen.”

In de suikersector is Cosun de grote ketenregisseur en bij zetmeelaardappelen Avebe. In de zuivel is FrieslandCampina verreweg de grootste speler en in de kalfsvleessector VanDrie Group. De pootgoedsector heeft niet zo’n ketenregisseur, stelt Backx. “Er zijn veel aanbieders van pootaardappelen en er is niet één bedrijf met een overheersende positie. Ondanks het ontbreken van zo’n dominante speler, heeft de sector zijn zaken goed voor elkaar.”

Sterke en zwakke punten pootgoedsector
+ Vakmanschap van telers.
+ Telers en handelshuizen werken ­samen.
+ Sterke keuringsdienst NAK.
+ Klimaat gunstig voor pootgoedteelt.
+ Exporthavens dicht bij teeltgebieden.
- Intensieve vruchtwisseling geeft hoge ziektedruk door AM en chitwoodi.
- Schaalvergroting neigt naar langs het randje produceren.
- Afhankelijk van instabiele landen.

Pootgoed: half miljard euro
Nederland produceert jaarlijks 1,3 miljoen ton pootaardappelen. Keuringsdienst NAK certificeert ruim 1 miljoen ton. Bijna 800.000 ton is voor export, 250.000 ton voor binnenlandse afzet. De akkerbouwers telen 160.000 ton pootgoed voor eigen gebruik. De rest is afgekeurd, overtollig of bovenmaats pootgoed. De waarde van het pootgoed ligt rond €500 miljoen. Daarvan gaat €300 miljoen naar de telers. Maar dat hangt sterk af van de prijsvorming.

Lees ook: 'Werkgroep bepaalt mede het pootaardappelbeleid'

Of registreer je om te kunnen reageren.