Akkerbouw

Achtergrond 566 x bekeken

Rassenonderzoek graan heeft te smalle basis

Het rassenonderzoek voor graan heeft het moeilijk. Er zijn meer proeflocaties nodig. En de financiering moet breder om betrouwbare informatie te kunnen blijven leveren.

Vóór 1997 betaalde de overheid de helft van het rassenonderzoek voor graan. De andere helft werd opgebracht via het productschap, zei Ton Wouda, manager Akkerbouw bij veredelingsbedrijf Limagrain, woensdag op de Landelijke Graandag in Wageningen. "Vóór 1997 werd op 12 locaties rassenonderzoek gedaan bij wintertarwe. Dat zijn er nu nog 6. Bij zomergerst zijn we terug gegaan van 9 naar 4 locaties, bij zomertarwe van 7 naar 3. We doen alleen nog rassenonderzoek bij wintertarwe, zomertarwe en zomergerst. De andere graansoorten zijn afgevallen."

Ook het aantal locaties waar rassenonderzoek wordt gedaan zonder ziektebestrijding is fors gedaald, zegt Wouda. "Het rassenonderzoek heeft nog maar een minimale basis om betrouwbare resultaten te krijgen. Sommige grondsoorten zijn niet meer vertegenwoordigd in het onderzoek."

Investeringen voor onderzoek

Ook financieel is de basis erg smal geworden. Wouda: "Vóór 1991 betaalde de overheid het rassenonderzoek volledig. Tot 1997 was het 50/50 voor overheid en productschap. Tot en met 2013 was de verdeling 48% door het productschap en 52% door de kweekbedrijven. Sinds 2014 wordt het rassenonderzoek voor graan volledig betaald door de kwekers."

Wouda vindt dat telers moeten meebetalen. "De Brancheorganisatie Akkerbouw heeft een onderzoeksprogramma. We hopen dat de organisatie geld steekt in het rassenonderzoek."

Graantelers hebben baat bij het rassenonderzoek, vindt Wouda. "Als je de opbrengst van de rassen wintertarwe in de Centrale Zeeklei-regio in 1980 op 100 zet, dan staat dat nu op 133. Zonder ziektebestrijding is dat zelfs 153. Op het proefbedrijf in Westmaas hebben we vorig jaar op een proefveld 15 ton tarwe per hectare geoogst. Het is in het belang van graantelers dat er goed rassenonderzoek plaatsvindt."

Of registreer je om te kunnen reageren.