Akkerbouw

Achtergrond 1780 x bekeken 1 reactie

'Chemie niet nodig tegen koprot in uien'

Over de schimmelziekte koprot in uien is alles al bekend. Daardoor zijn chemische middelen bij de bestrijding niet nodig. Dat zegt uienkenner Evert Steenge. Preventie is de sleutel en de kennis moet alleen nog juist worden toegepast. Onderzoeker Chris de Visser van WUR is het niet helemaal eens met deze visie.

Waar koprot een paar seizoenen amper een rol speelt in de uienteelt, verpest de schimmelziekte ineens een groot deel van de oogst. Infectie vindt plaats in het veld, maar openbaart zich in de bewaarschuur. Door de uiensector wordt koprot omschreven als sluipmoordenaar, omdat de teler er in de schuur pas achter komt in hoeverre zijn oogst is besmet.

Zo ver hoeft het echter niet te komen, stelt Evert Steenge. Hij is gepensioneerd, maar nog steeds actief als internationaal uienadviseur en was van 1987 tot 1994 voorzitter van de inmiddels ter ziele gegane SNUIF (Stichting Nederlandse Uienfederatie).

Zijn voornaamste maatregel tegen koprot komt voort uit de visie: als er in een straal van een kilometer rond je uienperceel geen uienafval ligt, dan maakt koprot geen kans. "Ga dus op jacht. Struin de omgeving van je uienkavel af of je afval vindt".

Chemie overbodig

Deze kennis maakt chemie volgens Steenge overbodig in de bestrijding van de gevreesde ziekte. "In het eerste jaarverslag van SNUIF, in 1939, werd opgemerkt dat koprotte uien zorgvuldig moeten worden geruimd, door ze zo diep mogelijk te begraven", verklaart de uienkenner. "We weten dus al meer dan 75 jaar dat uienafval een belangrijke rol speelt bij de infectie."

In de jaren 60 en 70 wordt duidelijk dat de sporen van botrytis zo'n 1.000 meter kunnen 'vliegen', gaat Steenge verder. "Ook wordt vastgesteld dat de sporen minimaal twee uur vocht nodig hebben om het blad binnen te dringen, bij een temperatuur tussen de 20 en 25 graden."

De Britse onderzoeker Robert Maude ontdekt bovendien in de jaren 90 dat de sporen in de laatste tien dagen van juni, via de huidmondjes naar binnen gaan. Daar blijven ze zitten tot het afsterven. De teler ziet daar niets van. Besmettingen vinden sowieso niet bij de oogst plaats, stelt Steenge. "Want een akkerbouwer rooit niet als het nat is."

<strong>Koprot bestrijden begint al bij het zaaien, zeggen de deskundigen: zorg voor een schoon perceel, vrij van uienafval. Ook in zeker een kilometer daar omheen.</strong><br />Foto: Koos Groenewold
Koprot bestrijden begint al bij het zaaien, zeggen de deskundigen: zorg voor een schoon perceel, vrij van uienafval. Ook in zeker een kilometer daar omheen.
Foto: Koos Groenewold

 

Glashelder advies

Al met al leidt dit volgens Steenge tot een glashelder en waterdicht advies: houd je kavel in een ruime straal schoon van uienafval en als het eind juni geen warm en vochtig weer is, dan is vrees voor koprot niet nodig. Voor de zekerheid kunnen bij gevaarlijke, infectueuze omstandigheden (meer dan twee uur een rv van 100%) eind juni de bekende chemische middelen worden ingezet. Die middelen geven duidelijk effect. "Maar doe dat alleen als je niet zeker weet of je perceel schoon is van uienafval. Anders zijn de middelen vooral erg duur. Ik ben ervan overtuigd dat het zonder kan."

Vanwege deze visie vindt Steenge het zonde dat de uiensector in het ketenbrede kwaliteitsonderzoek koprot zo'n prominente plaats geeft. "Doe dat nou niet. Zaken als fusarium, violet wortelrot en bacterie zijn veel urgenter om te onderzoeken. Zeker met het oog op de klimaatsverandering, want dit zijn plagen die in warme omstandigheden gevaarlijk worden."

En als de ui toch met koprot is besmet? "Zo snel mogelijk rooien en drogen, zodat de schimmel weinig tijd heeft om via de hals naar binnen te gaan. Hiervoor moet de kachel naar 27 graden."

De Visser: niet helemaal eens

Chris de Visser, onderzoeker bij Wageningen UR en kenner op koprotgebied, is het deels met Steenge eens. "In veel dingen heeft hij gelijk, dat preventie een belangrijke oplossingsrichting is, bijvoorbeeld. Afvalhopen vermijden. Die kilometer is wat stellig, want sporen zijn licht en vliegen soms misschien wel verder. En dat je met goed drogen ellende kunt voorkomen geloof ik ook, hoewel ik niet weet in welke mate."

De Visser is het niet eens met de theorie over het besmettingsmoment in de tweede helft van juni. De onderzoeker stelt dat de infectie zich opbouwt in het gewas. "Hoe meer de schimmel aanwezig is, hoe groter het risico is op koprot. Dat proces moet je stoppen en daar heb je in mijn optiek chemische middelen voor nodig. Maar dat dit eind juni moet gebeuren, is aardig bedacht, maar kan ik niet onderstrepen. Infecties kunnen vroeg en laat komen. Hoe eerder, hoe gevaarlijker. Bij een late infectie heb je de meeste kans op succes met drogen." Middelen zet je efficiënt in met behulp van een waarschuwingssysteem zoals van Dacom, voegt De Visser toe.

Zeven jaar bewijs

Dat onderzoeker Maude in zeven achtereenvolgende jaren de relatie vindt tussen percentage koprot in de schuur en een infectie in de laatste week van juni noemt Steenge 'niet niks'. Reden genoeg om de visie te omarmen dat er koprot niet aan de orde is als het eind juni niet warm en vochtig is, stelt hij.

Evert Steenge is ook auteur van de Uien Kennis App.

Eén reactie

  • annevandermeer1

    Hoe zit het dan met de bio sjalotten en plant uitjes??

Of registreer je om te kunnen reageren.