Akkerbouw

Achtergrond 1839 x bekeken

Kansen genoeg voor goede Nederlandse ui

De uienexport is kansrijk, ondanks enkele bedreigingen. Kwaliteit is de kracht van het product. Dat was de boodschap van Piet van Liere van uienteelt, -sorteer en -pakbedrijf Gebroeders van Liere/Flevotrade op de Themadag Uien.

Er zijn volop kansen voor de Nederlandse ui. Daarmee besloot Van Liere zijn relaas op de Themadag Uien, die de landbouwbeurs LNCN vorige week woensdag in De Meerpaal in Dronten hield. Maar het was niet alleen rozengeur en maneschijn, wat hij vertelde. Bedreigingen zijn er namelijk ook.

Handel in West-Afrika en Brazilië

Van Liere nam de aanwezigen - er was wederom veel belangstelling voor de uiendag - 'mee op reis'. In een presentatie liet hij de toeschouwers zien hoe de handel eraan toe gaat op twee belangrijke afzetbestemmingen voor uien: West-Afrika en Brazilië. Voor de duidelijkheid vertelde hij dat 10% van de uien binnen de landsgrenzen blijft en 70% overzee wordt geëxporteerd.

West-Afrika was in seizoen 2014-2015 goed voor de afname van 445.000 ton uien en daarmee de grootste aandeelhouder in de Nederlands export. Senegal is Afrika's hoofdafnemer. Europa komt met 300.000 ton op een solide tweede plek, Zuid-Amerika volgt met 115.000 ton.

'Uien worden in Afrika op straat verhandeld'

In geuren en kleuren en met behulp van eigen foto's vertelde Van Liere hoe professioneel de uien worden verscheept, om vervolgens in de West-Afrikaanse haven met de hand in de kofferbak van een auto te worden gelegd, met honderden kilometers hobbelweg voor de boeg, om daarna op een kraampje of een doek op de grond te worden aangeboden. Of ze worden per kruiwagen naar de markt versleept, waar de zakken uien opgestapeld een plek in de volle zon krijgen. Allemaal niet zo wenselijk, maar zo gaat dat daar. "In Afrika wordt alles op straat verhandeld", weet Van Liere.

De teelt is lastig in Afrika. Gebrek aan kennis is een grote factor. "Jaar na jaar proberen ze op hetzelfde stukje grond uien te produceren", ziet de uienhandelaar. Dat leidt logischerwijs tot slechte kwaliteit. "Allemaal ziek en rottigheid. Dat zie ik voorlopig nog niet veranderen."

Piet van Liere. Foto: Koos Groenewold
Piet van Liere. Foto: Koos Groenewold

 

Dus blijven de mooie, Nederlandse kwaliteitsuien aan de markt. Toch heeft Senegal, het land dat jaarlijks de grenzen dichtgooit zodra er eigen oogst beschikbaar is, de ambitie zelfvoorzienend te worden. Liefst dit jaar al. "Laten we hopen dat dat niet gebeurt", stelt Van Liere. "Senegal is een belangrijke pijler voor onze export."

Kansrijk voor de Nederlandse uienexport, is de groei van de wereldbevolking en dus de uienconsumptie. Van Liere: "Naar verwachting is de Afrikaanse bevolking in 2050 verdubbeld."

Brazilië duidelijke groeimarkt

Uit de statistieken blijkt dat Brazilië een duidelijke Zuid-Amerikaanse groeimarkt is voor de Nederlandse uienafzet. In kalenderjaar 2015 ging er 124.250 ton naartoe. Importeurs in dat land, volgens Van Liere net zo groot als heel Europa, eisen kwaliteit. "Brazilianen zijn Spaanse uien gewend, een hogere kwaliteit dus. Helaas speelt de valutakoers ons parten in de handel."

De eigen productie van Brazilië is bepaald niet bedreigend voor de export, met een gemiddelde opbrengst van 20 tot 25 ton per hectare en een hoge ziektedruk. De toenemende consumptie is uiteraard erg positief en dus een goede kans. De grote vraag is echter: zijn er genoeg goede uien om deze bestemming te beleveren? Hierover heeft Van Liere een harde boodschap: "80% van de Nederlandse uien is nu niet voor Brazilië geschikt."

Kansen zijn er dus voldoende op de belangrijke afzetbestemmingen, mits de klant krijgt waar hij om vraagt.

Of registreer je om te kunnen reageren.