Akkerbouw

Achtergrond 1843 x bekeken

Plaatsspecifiek opbrengst meten

Dit seizoen zijn twee bedrijven met plaatsspecifieke opbrengstmeting in suikerbieten begonnen. De bedrijven willen vooral gegevens verzamelen.

Suikerbietenoogst 2015 mag een keerpunt heten. Waar we twee jaar geleden moesten vaststellen dat plaatsspecifieke opbrengstmeting in rooivruchten nog niet doorbrak in de praktijk, worden deze oogst twee systemen in gebruik genomen: een op klei, een op het zuidoostelijk zand.

Doorbraak liet op zich wachten

Gebrek aan vraag van loonwerkers en telers, problemen met tarra en meten in combinatie met rijdend lossen stonden een doorbraak twee jaar geleden in de weg. Afgezien van enkele doorgewinterde pioniers draaiden niet veel systemen in de praktijk. Nu gaan er twee zelfrijdende bietenrooiers mee aan de slag. Er moeten nog wel stappen gezet worden eer boeren op de uitkomsten kunnen vertrouwen.

Opbrengstmeting

Opbrengstmeting kan op verschillende manieren. Met een kipper over de weegbrug is wellicht de eenvoudigste en goedkoopste manier van de bruto hectare- en perceelsopbrengst schatten. Met een kipper met weegcellen of hydraulische weegfunctie lukt dit ook. Het wegen van de bunkerinhoud van een (zelfrijdende) bunkerrooier is een stap die fabrikant Grimme in 2011 al zette. Dat was vooral ingegeven door de Duitse suikerindustrie met als doel overbelading van vrachtwagens te voorkomen. Hiervoor voldoet een bietenmuis met weeginstallatie echter ook, bovendien weegt die minder tarra mee.

Een looprol met weegcel meet de hoeveelheid product dat wordt gekoppeld aan de GPS-coördinaten.

Stap naar plaatsspecifiek lastig

De stap naar plaatsspecifieke opbrengstmeting om zo de variatie in ton per hectare binnen een perceel te bepalen, blijkt lastig met weegcellen onder een rijdend lossende bunker. De vraag naar plaatsspecifieke opbrengstmeting bleef bovendien gering, waardoor fabrikanten er hooguit in stilte aan werkten.

Transportband met weegcel

Een van de fabrikanten die de afgelopen jaren proeven deden met opbrengstmeting is machinefabriek Frans Vervaet bv. Toen loonbedrijf W. Houbraken bv in Bergeijk (N.-Br.) de fabrikant vroeg om de reiniging van de bieten te optimaliseren voor het rooien op lichte zandgrond, deed zich een kans voor om de rooier te voorzien van weegcellen.

Om rooibeschadiging zo veel mogelijk te minimaliseren paste Vervaet de Beet Eater 625 aan. Onder meer werden drie reinigingszonnen vervangen door een transportband van zo’n 4 meter lengte. In samenwerking met Probotiq, inmiddels onderdeel van Dutch Power Company, zijn twee loopwielen van de transportband voorzien van een weegcel.

Voor loonwerker Wout Houbraken is opbrengstmeting geen doel op zich. Hij wil vooral bekijken of de nieuwe bietenrooier meer opbrengst oplevert. Beweeg over het icoon voor meer informatie.

Tarra-effect minimaliseren

Het concept Yield Master PRO, ontwikkeld door Probotiq en akkerbouwer Jacob van den Borne, functioneert sinds 2012 op de bunkervulband van de zelfrijdende aardappelrooier van Van den Borne en op enkele andere aardappelrooiers.

Volgens product manager Ralf Kroonen van Probotiq is het van belang om de weegcellen zo dicht mogelijk bij de bunker van een rooier te monteren om het effect van tarra te minimaliseren. Om de invloed van trek- en duwkrachten zo veel mogelijk uit te sluiten, zitten de cellen niet op de eerste en laatste rollen.

Nauwkeurige opbrengstmeting

De opbrengstmeting is via sensoren gekoppeld aan het zakken en heffen van de rooier. Het toerental van rooi- en reinigingszonnen en van de band wordt gebruikt om de afgelegde weg van de bieten in de machine te berekenen en zo de meting te koppelen aan gps-coördinaten. Volgens Probotiq is de opbrengstmeting tot op 2 procent nauwkeurig.

Bij Vervaet staat het opbrengstmeetsysteem inmiddels in de optielijst voor € 8.500. Hiervoor levert de fabrikant het systeem met de transportband op een nieuwe Beet Eater 625- of 617-bunkerrooier.

Deze circa 4 meter lange transportband vervangt drie reinigingszonnen. Eén looprol links en één looprol rechts is voorzien van een weegcel.

Zware gronden andere koek

Op zware gronden werkt het systeem met opbrengstmeting op de transportband echter niet. Daar zijn intensievere reinigingssystemen nodig. Hoe grondtarra de meetresultaten precies beïnvloedt wordt vanaf eind oktober beproefd op de Holmer T2-bietenrooier van akkerbouwer Laurens den Hartigh in Klaaswaal (Z.-H.). Hij schafte in samenwerking met toeleverancier Van Iperen uit Westmaas (Z.-H.) een Yield Master PRO-systeem aan voor montage op de elevatorband van zijn bietenrooier.

Inzicht in de kosten en baten

Volgens Kroonen van Probotiq en ­Anthon Slootweg van Van Iperen is het vooral een leerproces, waarbij uitgaande van vergelijkbare tarrapercentages voor dezelfde grondsoort de variatie in bruto-opbrengst in beeld gebracht kan worden. Achteraf kan de bruto-opbrengst gecorrigeerd worden op basis van het werkelijke tarrapercentage.

Hoe daarmee om te gaan op bonte gronden willen de bedrijven eveneens beproeven. Van Iperen werkt en betaalt mee aan de apparatuur en de verwerking van de gegevens om de effecten van variabele toediening van vloeibare kunstmest in de rij te kunnen evalueren. Hiermee wil het bedrijf inzicht krijgen in de kosten en baten van variabele rijenbemesting in suikerbiet.

Akkerbouwer Laurens den Hartigh laat zijn bietenrooier voorzien van opbrengstmeting om bemestingsproeven te evalueren en om gegevens te verzamelen. Beweeg over het icoon voor meer informatie. Foto: Peter Roek

Interpretatie data blijft uitdaging

IRS-directeur Frans Tijink juicht de komst van elk technisch hulpmiddel toe. Het is belangrijk dat de opbrengstmetingen gevalideerd worden, zegt hij. Dit betreft zowel de interpretatie als de validatie van de meetgegevens in relatie tot de omstandigheden op een perceel en tijdens de teelt. ­

Tijink denkt dat het nuttig kan zijn om delen van percelen te identificeren die aandacht vragen als gevolg van bijvoorbeeld aaltjesproblematiek, haarden met andere ziekten of plagen, en vocht- en pH-toestand. Hiermee kan opbrengstmeting een hulpmiddel zijn om (nieuwe) percelen nog beter te leren kennen.

(Door)ontwikkeling

Het lastigst is volgens hem de interpretatie. Die vraagt om bemonstering en waarnemingen op afwijkende plekken in vergelijking met de ‘goede’ of ‘gewenste’ perceelsdelen. Tijink pleit verder voor de (door)ontwikkeling van technieken en hulpmiddelen waarmee de rooier tijdens de oogst steeds optimaal ingesteld kan worden voor perfect rooiwerk.

Lees het hele artikel in Boerderij 1 van dinsdag 29 september.

Of registreer je om te kunnen reageren.