Akkerbouw

Achtergrond 995 x bekeken

Raseigenschappen nog specifieker

De Aanbevelende Rassenlijst 2016 telt
 acht nieuwe suikerbietenrassen. De verbetering in financiële opbrengst is dit keer niet zo groot.

De keus voor het geschiktste bietenras is met de nieuwe rassenlijst weer iets gecompliceerder geworden. De basis blijft. Eerst kijken welke resistentie nodig is en dan binnen het segment kiezen voor de hoogste financiële opbrengst.
Telers die een aanvullende rhizomanieresistentie nodig hebben, moeten verder kijken dan de rhizomanielijst. Bij de aaltjesresistente rassen staan namelijk rassen met een aanvullende resistentie die ook zonder aaltjesbesmetting beter presteren dan de standaard rhizomanierassen. Om de rassen beter vergelijkbaar te maken worden vanaf komend jaar de aaltjesresistente rassen ook op rhizomanieproefvelden getest.

Acht nieuwe rassen

Het rassenpakket waaruit suikerbietentelers kunnen kiezen, is voor teeltjaar 2016 aangevuld met acht nieuwe rassen. Qua financiële opbrengst steekt het gros van de nieuwe rassen niet veel boven de oudere rassen uit. Hun kracht zit in de specifieke raseigenschappen die in een bepaald gebied, bouwplan of besmettingsniveau waardevol zijn.

Zo is het ras Curtis met een financiële opbrengst van 95 nieuw op de lijst bij de rassen met een resis­tentie tegen rhizoctonia. Het voldoet niet aan de eis dat de financiële opbrengst hoger moet zijn dan de beste vier rassen uit de vorige lijst. De reden dat het toch op de lijst komt is dat het ras het minst gevoelig is voor rhizoctonia. Voor percelen met een hoge rhizoctoniadruk kan dit ras het verschil betekenen tussen wel of niet bieten kunnen telen.

BTS 625

Het tweede nieuwe rhizoctoniaras is BTS 625. Dit voldoet ook niet aan de eisen voor financiële opbrengst, maar heeft een aanvullende rhizomanie-
resistentie. Ook nieuw in dit segment is Hendrika KWS, het is tevens resistent tegen bietencysteaaltjes. Qua opbrengst kan het goed meekomen en het heeft een aanvullende rhizomanieresistentie.
Het ras Lieselotta KWS met dezelfde resistenties dat vorig jaar nieuw op de lijst stond, is door KWS van de lijst gehaald. Dat er behoefte is aan een ras met drievoudige resistentie blijkt wel uit het feit dat hiermee afgelopen seizoen 1,2 procent van het bietenareaal is ingezaaid.

Oogst van de rassenproefvelden met de speciale proefveldrooier van het IRS, de Passi. Deze rooier bepaalt van elk veld direct het gewicht en neemt vervolgens een monster voor verdere analyse in het tarreerlokaal. Foto: IRS
Oogst van de rassenproefvelden met de speciale proefveldrooier van het IRS, de Passi. Deze rooier bepaalt van elk veld direct het gewicht en neemt vervolgens een monster voor verdere analyse in het tarreerlokaal. Foto: IRS

IRS-rassenbulletin

Het IRS-rassenbulletin 2015 meldt nog een interessant nieuw ras dat nog maar twee jaar in onderzoek ligt: Beta 423. Dit combineert een hoge financiële opbrengst met lage rhizoctoniagevoeligheid.

Omdat de rassen niet volledig resistent zijn is een laag cijfer voor rhizoctonia-aantasting geen garantie voor het uitblijven van een aantasting. Voor bietenteelt op rhizoctoniagevoelige percelen blijft het belangrijk de infectiedruk laag te houden door een goede vruchtwisseling en zo mogelijk een aangepast bouwplan.

De lijst met bietencysteaaltjesresistente rassen is uitgebreid met drie nieuwe rassen: Leonella KWS, Tonga van SESVanderHave en BTS 505 van Beta-seed. Onder besmette omstandigheden haalt geen van de nieuwe rassen het opbrengstniveau van BTS 990. Dat is met een financiële opbrengst van 104 het hoogst scorende ras op de lijst. Nieuw in de rassenlijst bij de aaltjesresistente rassen is de kolom met financiële opbrengst zonder bietencysteaaltjes. In deze lijst presteren de nieuwe rassen wel beter dan de bestaande rassen.

Beter vergelijken

Om de prestaties van de aaltjes- en rhizomanierassen te kunnen vergelijken is het voor aaltjes vatbare ras Corvina op dezelfde proefvelden onderzocht als de resistente rassen. De vergelijking laat zien dat de aaltjesresistente rassen onder niet-besmette omstandigheden qua opbrengst nauwelijks onderdoen voor de rhizomanierassen.

Het IRS adviseert telers dan ook om bij twijfel over een besmetting met bietencysteaaltjes (BCA) altijd te kiezen voor een resistent ras. Volgens IRS-onderzoeker Noud van Swaaij is het opbrengstverschil zo klein dat de schadedrempel bij een aantoonbare besmetting al is bereikt. Is de besmetting hoger dan 1.500 eieren en larven, dan luidt het advies op dit perceel geen bieten te telen maar eerst te zorgen dat de besmetting daalt door een ruimere vruchtwisseling en de inzet van resistente groenbemesters.

Nieuwkomers

In de lijst voor rhizomanieresistente rassen zijn BTS 750 en Vulcania KWS nieuw opgenomen. BTS 750 scoort met 105 voor financiële opbrengst twee procentpunt hoger dan het beste ras van vorig jaar. Voor teeltjaar 2017 lijken er geen rassen aan te komen die een hogere opbrengst leveren dan de huidige rassen. Bij de twee jaar onderzochte rassen is wel een ras met aanvullende rhizomanieresistentie dat beter scoort dan Anneliesa KWS, het enige ras uit de rhizomanielijst met een aanvullende 
resistentie.

Is een aanvullende rhizomanieresistentie nodig, dan adviseert Van Swaaij om ook in de aaltjeslijst te kijken. De BCA-resistente rassen Florena KWS en BTS 505 geven namelijk een hogere opbrengst dan Anneliesa KWS. De zaadprijs van deze rassen is echter wel hoger.

AYPR of een andere variant van het rhizomanie-virus waarvoor een aanvullende resistentie nodig is, komt volgens het IRS in alle teeltgebieden al voor. De meeste besmettingen komen voor in Flevoland en in de oudere bietenteeltgebieden in het Zuidwesten. Het IRS adviseert om een aanvullende rhizomanieresistentie te kiezen wanneer in een voorgaande teelt meer dan 2 tot 5 procent blinkers voorkwamen of pleksgewijs veel blinkers stonden. Na de oogst is een rhizomanie-aantasting te herkennen aan een insnoering in het onderste deel van de biet, een sterk vertakt wortelstelsel en een verkleurde vaatbundel bij het doorsnijden van de biet.

Op www.irs.nl kan iedere teler met de applicatie ‘rassenkeuze en optimaal areaal’ op basis van eigen opbrengst en kwaliteitsgegevens het meest optimale ras voor zijn situatie bepalen.

Of registreer je om te kunnen reageren.