Akkerbouw

Achtergrond 1618 x bekeken 1 reactie

Groeipotentie voor Nederlandse uienafzet

De vraag naar uien groeit. De export ook. Dus zijn er meer uien nodig. Dat bereikt de sector door een groter areaal en een hogere opbrengst per hectare.

Zowel het areaal als de productie van uien groeit gestaag in Nederland. De export houdt dit maar net bij. Capaciteit is er weliswaar ruim voldoende aan de verwerkingskant, maar als de afzet maar even stokt, geeft dat al snel prijsdruk.

Imago ui kan bijna niet meer stuk

Exporteurs profiteren volop van de uitstekende logistieke ligging van Nederland. De handel vindt steeds nieuwe afzetbestemmingen. De mogelijkheden lijken eindeloos, zeker met het oog op de groeiende wereldbevolking. Met steeds meer aandacht voor kwaliteit en promotie kan het imago van de Nederlandse ui bijna niet meer stuk.

Hoe zit het echter met de capaciteit aan de productiekant? Die kwaliteitsui moet immers worden geproduceerd voordat hij kan worden verscheept naar de eindbestemming.

Gemiddeld 8 tot 10 ha voor uien

Uit de landbouwtelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) – bijgewerkt tot en met 2014 – blijkt dat het aantal uientelers van zaai- en plant­uien redelijk stabiel is, bijna 3.600 bedrijven. Het aantal akkerbouwbedrijven daalt daarentegen. Bij een eveneens krimpend akkerbouwareaal groeit echter het oppervlakte uien, net als het aantal ingezaaide hectares uien per teler. Een uienteler ruimt in zijn bouwplan gemiddeld 8 tot 10 hectare in voor dit gewas.

Zaaiuienareaal gegroeid

De populariteit van uien blijkt ook uit de CBS-oogstramingen. In vijftien jaar tijd is het zaaiuienareaal gegroeid van 14.000 naar 24.000 hectare. In de loop van 2014 naar 2015 kwamen overal hectares bij, met uitzondering van de provincie Noord-Brabant. De grootste teeltgebieden – Flevoland en Zeeland – laten de grootste groei zien met pakweg 500 hectare per provincie. Noord-Hollandse en Groningse boeren doen een aardige duit in het zakje met een plus van 200 hectare. Opmerkelijk is de verhoudingsgewijs flinke groei in Drenthe: van 284 naar 400 hectare.

In de afgelopen twintig jaar is het areaal zaaiuien gestaag gegroeid. In de komende jaren kan het doorgroeien. Hiervoor is nog wat ruimte en de wereldwijde vraag is voldoende voor een groter aanbod.

Productie groeit door

Waar vijftien jaar terug een productie van 1 miljoen ton uien nog een utopie leek, is het nu gebruikelijk ver daarboven te produceren. Maar Nederland groeit niet in oppervlakte.

“Het areaal uien heeft inderdaad de grens bijna bereikt”, zegt Gijsbrecht Gunter, voorzitter van Holland Onion Association. Hij rekent voor: “In Nederland is 300.000 hectare geschikt voor de uienteelt. Bij ideale rotatie van 1 op 8 en na aftrek van ongeschikt areaal vanwege grondgebonden problemen, zijn dat 33.750 beschikbare hectares. Er kan dus nog 2.000 tot 3.000 hectare worden ingezaaid met uien. Dat is 150.000 ton bij de huidige kilo-
opbrengsten.”

'Kleigrond stabieler dan zand'

Gunter spreekt over zeekleigebieden, waar nu de meeste uien worden geteeld. Uitbreiding naar zandgronden kan ook, want een ui groeit overal. “Maar uien van zandgrond bedreigen de kwaliteit van de Nederlandse exportui. Kleigrond is stabieler dan zand qua microklimaat en nutriëntenbalans. Ook kleur en hardheid van de ui zijn veelal beter op kleigrond.”

Het inschuren van uien. Uientelers reserveren steeds meer oppervlakte voor uien, maar het areaal loopt tegen de grenzen van uitbreiding aan.
Het inschuren van uien. Uientelers reserveren steeds meer oppervlakte voor uien, maar het areaal loopt tegen de grenzen van uitbreiding aan.

Licht stijgende trend

Van de hectare-opbrengsten zijn geen wonderen te verwachten, zo is te zien in de CBS-statistieken. In 2006 scoorde Nederland gemiddeld nog onder 50 ton, maar in 1998 zette de uienteelt al eens 63 ton neer.

Wel is door de jaren heen een licht stijgende trend waarneembaar, door teelt­optimalisatie en rasontwikkeling, van 
40 à 45 ton die twintig jaar terug werd geoogst tot 55 tot 60 ton opbrengst in de afgelopen seizoenen. Dat kan verder stijgen, omdat in de teelt nog veel misgaat.

Potentiële opbrengst

Stel: de teler gebruikt vier eenheden zaad per hectare. Dat zijn 1 miljoen planten. Als hij acht uien in maat 50/80 millimeter in een kilo doet, heeft hij een potentiële opbrengst van 125 ton per hectare. Telers kieperen de helft van een pak zaad als het ware weg, bijvoorbeeld door de grond niet goed te bewerken, een verkeerde bemesting of het gebruik van te veel herbiciden. Ook droogte of juist overvloedige regen, ziekten en plagen en rooibeschadiging kunnen ertoe leiden dat telers slechts de helft van de opbrengstpotentie binnenhalen. 10% meer van deze opbrengstpotentie binnenhalen, is 150.000 ton extra uien.

Vraag volgen met kwaliteit

Die hogere opbrengsten zijn op termijn geen bedreiging voor de prijsontwikkeling gezien de wereldwijde vraag. Naar verwachting telt de wereldbevolking in 2050 ruim 9 miljard mensen. Daarvoor moeten telers 120 miljoen ton uien produceren tegen 70 miljoen ton nu. Het is een kwestie van die vraag volgen met een kwaliteitsproduct.

Opgeteld is dit echter niet de 2 miljoen ton export die Gunter verwacht voor 2050. Dit seizoen wordt de handelsproductie zaaiuien geraamd op 1.025.000 ton.

De productie van 1 miljoen ton zaaiuien leek twintig jaar terug een utopie, tegenwoordig is het zeer gebruikelijk daarboven te produceren. Dat komt door areaalgroei en stijgende hectare-opbrengsten.

Gunstige ligging Nederland

Deels wordt dit gat gevuld door de productiegroei. De rest van dat volume wordt opgevuld door toenemende 
export van uien uit landen als België, Duitsland, Engeland, Frankrijk en wellicht Spanje.

Opnieuw komt daar de gunstige ligging van Nederland om de hoek kijken, waardoor transport relatief goedkoop kan plaatsvinden. Daarvan kan de komende decennia volop worden geprofiteerd door de hele uienketen.

Eén reactie

  • pinkeltje

    Ik zou zeggen, uitbreiden met die teelt. Kan ik lekker goedkoop uien blijven eten...

Of registreer je om te kunnen reageren.