Akkerbouw

Achtergrond 499 x bekeken 3 reacties

USDA schat graanoogst vaak te laag in

De graanmarkt reageert sterk op de Wasde-prognoses van het Amerikaanse ministerie van landbouw. Het USDA schat de oogst vaak te laag in.

Manipuleert het Amerikaanse ministerie van landbouw (USDA) de graanmarkt? Die vraag stelden veel telers en handelaren, nadat het USDA op 9 mei de laatste Wasde-prognose publiceerde. Daarin maakte het USDA voor het eerst een inschatting van de oogst in het nieuwe seizoen 2014/2015. Het USDA schatte de beschikbaarheid van tarwe en mais in de wereld groter in dan verwacht. Nadien daalden de tarwe- en maisprijzen op de termijnmarkt in Chicago. Volgens critici heeft de VS belang bij een ruime inschatting van de oogst. Dat drukt de graanprijzen. Dat is weliswaar nadelig voor de graantelers, maar het land heeft zeer grote zuivel- en vleessectoren. Bovendien verstookt de VS veel mais tot ethanol. Die sectoren hebben allemaal belang bij goedkoop graan.

Het roept de vraag op in hoeverre het USDA de eerste oogstprognoses later moet bijstellen. Daarom vergeleek Boerderij de eerste oogstprognoses voor het nieuwe seizoen, die het USDA ieder jaar in mei publiceert, met de definitieve oogstcijfers. De analyse loopt van 1999/2000 tot en met 2013/2014. Van het laatste seizoen is alleen een voorlopig productiecijfer beschikbaar.

Wat betreft tarwe zit het USDA in de vijftien onderzochte jaren negen keer te laag met de eerste oogstprognose. De definitieve cijfers worden in latere jaren verhoogd. In deze negen seizoenen varieerde de afwijking van 0,3 procent (seizoen 2000/2001) tot maximaal 6,8 procent (2004/2005). In zes van de vijftien jaar was de eerste oogstprognose voor tarwe te hoog. Dit verschil varieerde van 0,8 procent (2006/2007) tot 4,8 procent (2002/2003). Het USDA heeft dus de neiging om bij tarwe de oogst in de eerste prognose te laag in te schatten.

Bij mais is exact hetzelfde beeld te zien. In negen van de vijftien onderzochte seizoenen moet de eerste prognose later worden verhoogd. Hier varieert de afwijking van 0,8 procent (2013/2014) tot 10,9 procent (2004/2005). Dat bij mais de afwijkingen groter zijn, is logisch. In mei, als het USDA de eerste oogstprognose publiceert, is het groeiseizoen bij tarwe op het noordelijk halfrond verder gevorderd dan bij mais.

De International Grains Council (IGC) blijkt in de eerste oogstprognose onnauwkeuriger dan het USDA. De bijstellingen van de IGC zijn vaak groter dan die van het USDA. Dat geldt zowel voor tarwe als voor mais, terwijl de IGC geen overheidsorgaan is, maar een organisatie van ruim twintig landen die veel graan exporteren of importeren. Daar zitten landen bij die belang hebben bij lage graanprijzen, maar ook landen die graag hoge graanprijzen willen.

De kritiek op de eerste prognose van het USDA snijdt dus geen hout. Misschien moet het USDA de eerste prognose van 2014/2015 over een paar jaar verhogen. Maar het is zeker geen beleid van het USDA om eerste prognoses te hoog in te schatten om de graanmarkt te manipuleren.

Laatste reacties

  • martensDLD

    Stemming makerij

  • berlies

    De USDA schat de oogst te laag in , het IGC schat het te hoog in.De handelaren weten het niet meer en kunnen niks verdienen.

  • dvw1

    Jan, prima analyse!

Of registreer je om te kunnen reageren.