Akkerbouw

Achtergrond 926 x bekeken

‘Akkerbouwer heeft probleem bij calamiteit koelinstallatie’

Synthetische koudemiddelen, ook wel f-gassen genoemd, zijn slecht voor het milieu en worden vanaf 1 januari 2015 gefaseerd verboden.

Veel koelhuizen en bewaarschuren draaien echter op installaties met het koelmiddel R22, het middel dat het eerst verboden wordt. Wanneer de andere synthetische middelen worden verboden, is nog niet duidelijk. Daarover wordt dit najaar beslist.

De synthetische middelen wordt nog volop gebruikt, omdat de installaties tientallen jaren meekunnen. Daarnaast gaat omschakelen naar natuurlijk middelen, zoals ammoniak en propaan, niet zomaar. Vervanging van de installatie is de enige optie en dat is kostbaar, aangezien vaak een bouwkundige aanpassing van de bewaring noodzakelijk is.

Een verbod op die vloeistoffen betekent dat er bij een lekkage niet mag worden bijgevuld, legt Dennis Pelkman, directeur van MB Koeltechniek, uit. “Bij een calamiteit, je rijdt bijvoorbeeld tegen een leiding aan of er trilt iets los, heeft de ondernemer een probleem. Hoeveel dat kost, verschilt enorm. Het ligt er vooral aan hoe groot de installatie is. Kortom: ze gaan enorm bedrijfsrisico aan door niets te doen.”

Albert Hoorn, manager R & D bij Tolsma Bewaartechniek, schat dat nog zeker 20 procent van de Tolsma-klanten een installatie met R22 heeft. “Zij hebben straks een probleem.” Daarnaast zijn er volgens Hoorn nog zat klanten die nu nog kiezen voor de overige synthetische koudemiddelen. “Wel 95 procent van de installaties bevat synthetische middelen.”

Pelkman vertelt dat het retrofitten van de installatie, iets ombouwen en vullen met een hfk die nog wel is toegestaan, een tussenoplossing is. Maar hoe lang dat middel vervolgens is toegestaan, is onbekend. “Stel dat je een lekkage krijgt en het middel dat je gebruikt, is verboden. Dan sta je voor het blok. Hoeveel is het product je waard dat in de koelcellen ligt?”

Ondernemers hebben nog ruim een jaar de tijd om zich hierop voor te bereiden, schetst Pelkman. “De enige langdurige oplossing is een natuurlijk koudemiddel en dat betekent een nieuwe installatie.”

Waarom dan nog niet iedereen overgaat op de natuurlijke koudemiddelen? “Dat is vooral een prijskwestie. Ik schat dat een installatie met natuurlijke middelen zo’n 40 procent duurder is. De klant bepaalt of hij het risico aangaat van een synthetische koudemiddelinstallatie, want die zijn nog steeds toegestaan. Wij kunnen alleen goede uitleg en advies geven.”

Pelkman denkt dat de sector zich er onvoldoende van bewust is wat ze boven het hoofd hangt. “Dan zien mensen de noodzaak er ook nog niet van in. De wetgeving is ook nog niet helemaal rond, maar dat er iets staat te gebeuren is wel helder.”

Tolsma adviseert om bij nieuwbouw natuurlijke middelen te gebruiken. “Maar we zijn natuurlijk niet roomser dan de paus, we hebben met concurrentie te maken. We waarschuwen en adviseren, maar doen binnen de wetgeving wat de klant wil.”

De interesse bij akkerbouwers neemt wat toe, merkt Hoorn. “Toch verwacht ik dat de meeste ondernemers tot het laatste moment wachten en dat we hier volgend jaar veel werk van hebben.”

De overgang naar natuurlijke koudemiddelen vraagt om een indirecte koelinstallatie en vaak een bouwkundige aanpassing bij een bestaande schuur. Propaan mag niet inpandig worden gebruikt, voor ammoniak geldt het advies om het niet inpandig te gebruiken. Hoorn: “Bij lekkage ben je je product kwijt.”

CO2 mag wel bij het bewaarproduct worden gebruikt, maar koelt op zichzelf onvoldoende. “Het is een hele investering die een prijsopdrijvend effect heeft voor de bewaring”, weet Hoorn. “Maar als je het slim en energiezuinig aanpakt, is het op lange termijn helemaal geen duur systeem. Gelukkig zijn akkerbouwers wel gewend om meerjarig te denken.”

Of registreer je om te kunnen reageren.