Akkerbouw

Achtergrond 527 x bekeken 1 reactie

Deense pootgoedsector zag export tendentieel groeien

De Deense pootaardappelsector is gering van omvang, maar de ambities om er meer uit te halen zijn er wel. Of het ooit weer wordt zoals zo'n vijftig jaar geleden is echter de vraag. Toen besloeg het areaal zo'n 25.000 hectare.

Dat was tot op zekere hoogte nog enigszins te vergelijken met de huidige Nederlandse teelt. De laatste drie jaar - 2009 tot en met 2011 - was het Deense areaal 5.000 hectare, evenveel als in het jaar 2000. Daarna was het een paar keer 4.000 hectare met een dieptepunt in 2003 toen op 3.000 hectare pootgoed werd geteeld.

Het aantal telers is wel verder afgenomen. Bij de eeuwwisseling waren het er zo'n 350, nu nog rond de 100. Het areaal per teler groeide in die tijd van 15 naar 48 hectare. De export vertoonde een tendentiële groei. Elf jaar geleden werd 33.400 ton in het buitenland afgezet, vorig jaar 65.250 ton. Het record staat op naam van 2010 met 67.940 ton. Vorig jaar leverde de export echter meer op, namelijk 31,5 miljoen euro tegen 29,5 miljoen euro in het jaar daarvoor. In het jaar 2000 was de opbrengst uit de export 11 miljoen euro.

De belangrijkste afnemers zijn te vinden in Noord-Afrika (Algerije en Egypte), het Midden-Oosten (Saoedi-Arabië en Libanon). In Europa zijn de belangrijkste markten Zweden, Spanje, Portugal en Italië. De absolute pootgoedmarktleider in Denemarken is het bedrijf Danespo. Jaarlijks krijgt dit bedrijf tussen de 70.000 en 80.000 ton geleverd. Dat is rond de 60 procent van de totale Deense productie. De dominerende exportrassen zijn Spunta, Kennebec, Désirée, Hansa en Saturna. Volgens Danespo hebben in de internationale afzet ook Vivi, Ballerina, Polaris en Royal succes.

Vorig jaar hebben de Denen een project opgezet om de kennis en kunde in de pootgoedteelt op te krikken. Deelnemers zijn behalve het pootgoedbedrijfsleven ook de overheid (het directoraat planten van het landbouwministerie) en het bedrijfsadviescentrum van de landbouwfederatie. De bedoeling is om de in het buitenland beschikbare kennis over te brengen bij de telers. Zo kwam een netwerk tot stand met Schotse bedrijfsadviseurs en onderzoekers van de Scottish Agricultural College en Scottish Agronomy.

Eén reactie

  • Mels

    En waar zijn wij Nederlanders?mochten wij uit concurrentie overwegingen niet meedoen?Het zal daar nog weer beter gaan dan in Noord Groningen.

Of registreer je om te kunnen reageren.