Akkerbouw

Achtergrond 299 x bekeken

Zorgen over bewaarkwaliteit grote uienoogst

De uienoogst staat voor de deur. Maar nog voor de oogst goed en wel is begonnen, zijn er zorgen over de uienbewaring. Ziektes grijpen hun kans in het natte gewas, terwijl Nederlandse exporteurs wat goed hebben te maken met hun afnemers na het vorige seizoen.

Uientelers lijken een topoogst te gaan binnenhalen. Het areaal is met 5 procent toegenomen naar een record van 23.400 hectare, aldus de landbouwtelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
En het gewas groeit goed, zo blijkt ook uit de verhalen en het beeld op de recente uiendag in het Zeeuwse Colijnsplaat. Zodra het graan van het land is en het weer het toelaat, barst de oogst los. In het Noorden zijn telers al begonnen.

Het thema van de uiendag was Kilo’s of Kwaliteit. Het eerste deel wordt waarschijnlijk wel gehaald, maar bij het tweede deel van de titel zetten velen vraagtekens in dit – wederom – door extreem weer afwisselende groeiseizoen. De regen van deze zomer leidt tot verschillende ziektes, wat in bewaring tot kwaliteitsproblemen kan leiden. Juist nu Nederland na vorig seizoen, met veel kwaliteitsproblemen door de natte oogstomstandigheden, vertrouwen bij afnemers moet terugwinnen. Op dit moment is de uienexport maar flauw.

”Het lijkt erop dat we meer kilo’s binnenhalen dan vorig jaar”, constateert Jaap Jonker, verkoopleider bij uienzaadbedrijf De Groot en Slot. ”Dat zie je ook aan de prijzen.” Maar niet alleen de oogst leidt tot deze flauwe stemming. ”Er is ook weinig vraag. Wellicht zit het aanbod oude plantuien in de weg.”

Over het algemeen groeien de uien wel, ziet Jonker, maar vormen ziektes een probleem. ”Stemphylium, erwinia, bladvlekkenziekte. Het loof sterft snel af, vooral in de noordelijke provincies. Het valt echt op dat in het Zuiden nog veel groen staat, terwijl in het Noorden de uien bijna allemaal rooibaar zijn. Door de droogte in het voorjaar kwam de groei in het Zuiden later op gang. Beregenen is daar lastig. Later kwam daar ook nog heftige neerslag voor. Door te veel neerslag gaat het gewas snel achteruit. Normaal gesproken kan het Zuiden eerder oogsten. Dit jaar niet”, aldus Jonker.

Omdat de uien snel slijten, adviseert De Groot en Slot om zo snel mogelijk te rooien. Waar het gewas rijp is, zijn de halzen al leeg. Kilo’s komen er dan niet meer bij. Bovendien ligt watervelontwikkeling op de loer. Groenig rooien, bij 60 procent loofafsterfte, is het devies van dit zaadhuis. ”Dat scheelt tarra en de kwaliteit van de bewaaruien is beter.”

Ook Jonkers collega’s zijn het er roerend over eens: drogen, drogen en nog eens drogen is dit seizoen essentieel om rot te bestrijden in de bewaarschuur.  ”De bewaarmogelijkheden hangen af van de oogstomstandigheden”, zegt ui- en peenspecialist Frank Druyff van zaadleverancier Nickerson-Zwaan stellig. ”Als we nu vier weken regen krijgen, komen we in dezelfde situatie terecht als vorig jaar. Op dit moment is de kwaliteit nog beter dan toen.”
Hij verwacht een gemiddelde uienoogst van zo’n 57 ton netto per hectare. ”Plaatselijk komt waterschade voor en incidenteel heel veel schieters; soms wel 10 procent. Dat betekent straks in bewaring tarra.”

Luuk Kok, uienspecialist bij Agrifirm Plant, voorziet dat er uien van twijfelachtige kwaliteit de schuur worden binnengereden. ”Ik heb er grote zorgen over dat het gewas zo snel afsterft”, zegt Kok. ”Door neerslag en wind ging veel loof liggen. Daar kun je met het spuiten ook niet meer bijkomen.” Rot wordt een probleem. ”De late uien zijn gezonder, maar alles is noodrijp.”
De oogst is in het Noorden al op gang gekomen. Kok ziet dat een zeer wisselende opbrengst de schuren binnenkomt. ”Van 50 tot wel 80 ton per hectare. Het is niet slecht, maar ik had er meer van verwacht. Ik denk dat het gemiddeld iets minder wordt dan normaal.”

Hij wijst op het belang van een goede kwaliteit dit seizoen: ”We moeten vertrouwen kweken door een goede kwaliteit te laten zien. Overal ter wereld een goed product neerzetten. Na vorig seizoen is er weinig kooplust. Hoe het gaat lopen is heel lastig te zeggen. De handel wacht af, omdat niemand het antwoord weet.”

Over het Zuidwesten zegt Luc Remijn van DLV Plant en het Uien Innovatie en Kennis Centrum: ”De uien zijn erg goed hier.” Wateroverlast komt volgens hem vooral veel voor in Flevoland, Noordoostpolder en Voorne-Putten. ”De laatste weken steeds meer. Bij sommige uien loopt het water eruit, zo erg is het. Daar moeten we in bewaring alert op zijn op zulke partijen.”
De stengelaal komt dit jaar veel voor in uien, ziet Remijn, maar fusarium geeft het grootste probleem. ”Dichtgeslagen grond leidt tot zuurstofgebrek”, is zijn verklaring. ”Er is kortom best veel aan de hand. Zo erg als vorig jaar wordt het waarschijnlijk niet, maar normaal kan ik het ook niet noemen.”

Het huidige prijsniveau van rond de 4 euro per 100 kilo stemt niet veel vrolijker. ”Ik zeg niet dat de prijs zo laag blijft. Het huidige product wordt prijstechnisch ondergewaardeerd. De vraag ontbreekt gewoon nu. Met een goede kwaliteit zou ik een gokje wagen”, zegt Remijn met een kanttekening: ”Het hoge niveau van vorig jaar lijkt me niet haalbaar.”

In het biologische segment is de stemming goed, zegt collega Sander Bernaerts van DLV. ”De kwaliteit en afzet van biologische uien is goed. Er lijkt voldoende vraag. Vooral naar goede kwaliteit, want die keuze hebben afnemers.” Hij geeft wel aan dat het even afwachten is in hoeverre de biologische markt wordt meegesleurd in de gangbare afzet met haar lage prijsniveau.
Vooralsnog is het zaak om het product droog in te schuren. Want aan de ene kant geldt de theorie dat een slecht product nooit goed verkocht wordt. Aan de andere kant wordt ook gezegd dat de prijs bepaalt of een product goed is of niet.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.