Akkerbouw

Achtergrond 433 x bekeken

USDA schat productie tarwe en mais structureel te hoog

De graansector kijkt iedere maand naar de prognose die het Amerikaanse ministerie van landbouw publiceert. De VS is de grootste exporteur ter wereld van tarwe en mais. Maar de prognoses van september blijken vrijwel ieder jaar te hoog. Dat beïnvloedt de markt.

Wat vindt het USDA? Die vraag stelt menigeen in de graansector. Want de VS is verreweg de grootste exporteur ter wereld van tarwe en mais. Daarom worden de prognoses die het Amerikaanse ministerie van landbouw (USDA) elke maand opstelt van productie en verbruik in de wereld van graan met vergrootglazen bekeken.

Hoe groot het effect van de USDA-prognoses op de graanprijzen kan zijn, bleek in juni. Toen stelde het ministerie in de prognose dat veel meer mais is ingezaaid dan eerder werd gedacht. Ook bleken de voorraden tarwe en mais veel groter.

Na de publicatie sloot de tarwenotering voor levering in november op de termijnmarkt in Parijs in één dag €15,25 lager. Het novembercontract voor mais verloor na de publicatie €11,25 per ton. Op de termijnmarkt in Chicago sloten de tarwe- en maisnoteringen de dag van publicatie limitdown, dat is met de maximale toegestane prijsdaling op één dag. Dat zijn uitzonderlijk grote prijsdalingen op één dag.

Half juli deed zich het omgekeerde effect voor. In de toen verschenen prognose schatte het USDA het maisverbruik hoger in dan in eerdere prognoses. De maisimport door China was flink verhoogd. Bij tarwe moest de wereld de voorraad meer aanspreken, meldde de USDA. In Parijs steeg de tarweprijs in de twee dagen na publicatie ruim 8 euro. Mais werd ruim 10 euro duurder.

Als de prognoses van het USDA afwijken van wat analisten verwachten, heeft dat veel effect op de graanprijzen. Het roept de vraag op hoe betrouwbaar de USDA-prognoses zijn.

Uit onderzoek van agd.media blijkt dat daar wel wat op valt af te dingen. In het onderzoek is gekeken naar de prognoses die ieder jaar in september verschijnen van de wereldproductie van tarwe en mais. Dat is vergeleken met de werkelijke productie die het USDA twee jaar later publiceert. Het blijkt dat het USDA de productie van tarwe en mais structureel te hoog inschat. Bij mais valt de septemberprognose de laatste tien graanseizoenen negen keer te hoog uit in vergelijking met de werkelijke productie. Bij tarwe valt ook negen van de tien prognoses hoger uit dan de werkelijke oogst. Je zou een fifty-fifty verdeling verwachten.

Ook binnen één seizoen wijken de prognoses af van elkaar. In september schat het USDA de tarweoogst dit seizoen 2,4 procent hoger in dan in juli. Bij mais is de prognose in twee maanden 2,0 procent verlaagd.

Eind juni bogen de twintig grootste economieën van de wereld zich over de gestegen voedselprijzen. De landbouwministers van de G-20 pleitten toen voor meer transparantie in de graanmarkt. Het USDA probeert dat, hoewel het ook met de prognoses in de hand koffiedik kijken blijft op de graanmarkt.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.