Akkerbouw

Achtergrond 482 x bekeken

Klanten binden op open dagen

Klantenbinding. Dat is de voornaamste reden voor zaadveredelaars om open dagen te organiseren. Mensen uit allerlei landen ontmoeten elkaar deze week op de demovelden van zaadbedrijven.

De meeste bedrijven zijn in Noord-Holland gevestigd. Dat ze de open dagen tegelijkertijd houden is praktisch voor de buitenlandse gasten, omdat ze meerdere bedrijven in korte tijd kunnen bezoeken.
Frans van der Ploeg van Nickerson-Zwaan legt uit hoe belangrijk persoonlijk contact is.

”In principe zijn al die rassen vergelijkbaar”, relativeert Van der Ploeg. ”De concurrentie heeft ook goede rassen. We moeten mensen bezighouden, prikkelen, scherp houden. Laten zien dat we, naast internationaal, ook een echt Nederlands bedrijf zijn. Daarom sponsoren we bijvoorbeeld ook een Noord-Hollands schaatsteam. Dat soort dingen geeft binding met de telers.”

Het weer zit de open dagen mee. In het zonnetje bekijken bezoekers van allerlei continenten wat de zaadbedrijven op de goed verzorgde demovelden te bieden hebben. In de tenten worden gasten van hapjes en drankjes voorzien.

”Het blijft bijzonder dat zo veel mensen op deze dagen komen”, zegt Perry Kuilboer van Bejo Zaden op het demoveld in Warmenhuizen. ”Het gaat om ambiance. Mensen verbinden en van elkaar leren. Nederlandse telers zie je op de eerste dagen weinig, die komen later wel.”

Op de open dagen die Nickerson-Zwaan, Clause en Vilmorin samen houden in Dirkshorn loopt Anne Azem, exportmanager voor Clause in Noord- en Centraal-Europa en de Balkan. ”De mensen uit mijn team nemen klanten mee naar deze open dagen, zodat zij het bedrijf beter leren kennen”, vertelt Azem. ”Dat is goed voor het imago van het bedrijf.”

Oost-Europese telers hebben een moeilijk jaar, weet Azem. ”Zij hebben te maken met de slechtste prijzen in jaren door de grote productie.”

Dat bevestigt Peter Banfi uit het Hongaarse Újkígyós. Hij is met Zoltàn Fülei van Clause-distributeur ZFW Hortiservice naar de Nederlandse open dagen gekomen. ”Het is een vreselijk jaar”, zegt Banfi. ”Dat komt vooral doordat Hongaarse telers niet goed zijn georganiseerd. Daardoor hebben supermarkten de macht.”

Banfi moet jaarrond leveren aan supermarkten. Als dat niet lukt, kan hij zijn bedrijf wel opdoeken. ”De supermarkt wil het goedkoopste product, ongeacht herkomst. Daardoor pikken buitenlandse producenten onze markten in.”

Fülei vertelt dat vooral middengrote tot kleine telers het hierdoor niet volhouden. ”Grote telers hebben de meeste kans op overleven.” Daar hoort Banfi met zijn 270 hectare grote bedrijf wel bij. Hij teelt uien, watermeloen, industrietomaten en kool.

Om een sterkere marktspeler te worden hebben 28 telers pas een coöperatie opgericht. Ze willen gezamenlijk hun producten aan de supermarkten verkopen. Banfi: ”Zo hopen we meer macht te krijgen.”

”Oost-Europa is een groeimarkt”, zegt Fülei. ”Vooral voor kool. We komen hier om te overleggen met veredelaars over de rassenwensen voor onze regio.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.