Akkerbouw

Achtergrond 318 x bekeken

Graanselectie al aangepast aan uitzonderlijke situaties

De graantelers hebben opnieuw te maken met een natte oogst-periode. De veredeling wordt daar niet op aangepast. Daarvoor is de veredeling te veel een zaak van de lange adem. Wel letten telers bij de rassenkeuze steeds meer op ziekteresistentie, stevigheid en schotbestendigheid.

Graantelers hebben de laatste jaren te maken met moeilijke weersomstandigheden. Maar dat is voor de Commissie Samenstelling Aanbevelende Rassenlijst (CSAR) geen reden extra gewicht te geven aan zaken als schot, stevigheid van het stro of resistentie tegen schimmelziekten, zegt secretaris David Kasse van de commissie. ”We veranderen de minimumnormen niet van de eigenschappen waar de rassen aan moeten voldoen. Telers kunnen in de rassenlijst zelf zien hoe de rassen presteren op bepaalde eigenschappen. Bovendien worden de rassenbeproevingen uitgevoerd onder praktijkomstandigheden. In extreme jaren zoals de laatste twee vallen rassen af die dan niet meer mee kunnen komen.”

Vincent Coolbergen, productmanager Granen bij veredelingsbedrijf Limagrain Nederland, merkt dat graantelers de laatste jaren steeds meer waarde hechten aan ziekteresistentie, schotbestendigheid en stevigheid van het stro. Maar in het veredelingsprogramma krijgt het geen extra aandacht. ”We beoordelen nieuwe rassen altijd op dergelijke eigenschappen. Vooral ziekteresistentie en opbrengst zijn belangrijke criteria. In extreme groeiseizoenen vallen meer nieuwe rassen af dan in normale jaren omdat alle rassen onder praktijkomstandigheden worden getest. Dat is de waarde van de rassenlijst, dat telers kunnen zien hoe rassen presteren in de praktijk.”

Telers letten ook steeds op een eigenschap die niet in de rassenbeoordeling wordt meegenomen, zegt Coolbergen. ”Telers willen graag dat het hectolitergewicht op peil blijft als het gewas niet direct kan worden geoogst. In een nat oogstseizoen zie je dat een aantal rassen te snel in hectolitergewicht achteruit gaat als ze rijp zijn. Zaadleveranciers en telers weten vaak uit ervaring welke rassen dat zijn. In jaren zoals dit is het een belangrijke eigenschap.”

Veredelaar Ingeborg Westerdijk van kweekbedrijf Wiersum Plantbreeding geeft aan dat het lastig is in de veredeling om te reageren op een paar natte oogstperiodes achter elkaar. ”Het veredelingsproces duurt ongeveer tien jaar voordat je een nieuw graanras op de rassenlijst hebt. Hoe moet je beoordelen of de natte oogstseizoenen een toevalstreffer zijn of een ontwikkeling voor de lange termijn? Bovendien zijn eigenschappen als strostevigheid en ziekteresistentie in de selectie sowieso al heel belangrijk in de selectie.”

De selectie vindt plaats onder prak-tijkomstandigheden, zegt Westerdijk. ”Dan vallen rassen af die niet kunnen meekomen. Het is de meest efficiënte manier van selecteren. Dit jaar hebben veel rassen in ontwikkeling het zwaar gehad.” De rassen worden getest op proeflocaties verspreid over het land. Westerdijk: ”Een onderdeel van de beproeving is dat de rassen ook worden getest als geen ziektebestrijding wordt uitgevoerd. Dat geeft inzicht in de mate van resistentie.”

Hoe succesvoller een ras, des te groter de kans dat resistenties worden doorbroken, zegt Westerdijk. ”Schimmels passen zich aan. Als een ras veel wordt geteeld is de selectiedruk groter. Dan doorbreekt een schimmel eerder een resistentie.”

Twee nieuwe tarwerassen



De rassenlijst voor wintertarwe is uitgebreid met twee rassen. Elixer van kweekbedrijf Wiersum Plantbreeding en het ras Homeros van Limagrain Nederland zijn geslaagd voor de rassenbeproeving. De rassenproeven worden uitgevoerd onder toezicht van de Commissie Samenstelling Aanbevelende Rassenlijst (CSAR), waarin het Productschap Akkerbouw, kwekersorganisatie Plantum en LTO-Nederland samenwerken. Het rassenonderzoek kost jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro, dat wordt betaald door kweekbedrijven, graantelers en de verwerkende industrie.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.